Dyslexie

Bij dyslexie gaat lezen, spellen en zelfs schrijven, gezien de leeftijd en het onderwijsniveau, veel te moeizaam, terwijl een kind wel een gemiddelde intelligentie heeft. Er is alleen sprake van dyslexie als er geen andere oorzaken zijn die de leesproblemen kunnen verklaren. Bij dyslexie kunnen zowel lees- als spellingproblemen voorkomen.

Bestaat voor uw kind het vermoeden van dyslexie of is dyslexie geconstateerd? Op deze pagina leest u welke stappen u kunt ondernemen voor het verkrijgen van een diagnose en een passende behandeling.

Heeft u het vermoeden dat uw kind dyslexie heeft, neem dan contact op met de leerkracht of de intern begeleider van uw kind. De school kan uw kind testen op dyslexie en indien nodig begeleiden bij het aanvragen van een nadere diagnose.

Bij minder ernstige vormen van dyslexie kan de school vaak zelf een behandeltraject bieden. Blijkt uit het onderzoek op school dat er mogelijk sprake is van enkelvoudige ernstige dyslexie (EED)? Dan is een nadere diagnose noodzakelijk. EED is ernstige dyslexie zonder bijkomende stoornissen die de behandeling in de weg staan. Dat betekent bijvoorbeeld dat er geen sprake is van AD(H)D, een autisme spectrum stoornis of een angststoornis.

Heeft de school het vermoeden dat er sprake is van EED? Dan heeft u een verwijzing nodig van een bevoegde deskundige van de basisschool. Ook is een leerlingdossier nodig. Het leerlingdossier is belangrijk voor de vergoeding van diagnose en behandeling van EED. De basisschool levert dit dossier aan. Meer over het leerlingdossier leest u op de website van het Steunpunt Dyslexie.

Voor een vergoeding vanuit de gemeente moet u aan een aantal volwaarden voldoen:

  • De instantie van de diagnose en behandeling moet gecontracteerd zijn door de gemeente en zijn aangesloten bij het Nationaal Referentiecentrum Dyslexie of het Kwaliteitsinstituut Dyslexie;
  • De leerling zit op de basisschool en is minimaal 7 en maximaal 12 jaar oud;
  • De leerling heeft Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED). Deze voorwaarde geldt niet als de dyslexiedeskundige kan vaststellen dat de bijkomende stoornis geen belemmering (meer) is voor het onderzoek.

De dyslexiedeskundige beoordeelt voor de diagnose of er een vermoeden is van ernstige dyslexie. Voldoet de leerling ook aan de andere voorwaarden? Dan geeft de deskundige een indicatie af voor verzekerde (=vergoede) dyslexiebehandeling.
Blijkt vervolgens uit het dyslexieonderzoek dat er toch geen sprake is van ernstige dyslexie? Dan worden de onderzoekskosten wél vergoed, maar de kosten voor eventuele behandeling niet.

Als u voldoet aan de bovengenoemde voorwaarden dan worden de kosten vergoed door de gemeente. In andere gevallen moet u de kosten zelf betalen.