Adviezen Adviesraad Sociaal Domein
Hier vindt u alle adviezen van de Adviesraad Sociaal Domein. Op de pagina van de Adviesraad zelf vindt u meer over de rol, het jaaroverzicht en de verslagen.
Aan het college van burgemeester en wethouders Pijnacker-Nootdorp
Postbus 1
2640 AA Pijnacker
Pijnacker, 3 november 2025
Geacht college,
De adviesraad heeft in haar vergadering van 23 september Lydia Rullens, van het Huis van Rie, ontvangen. Het gesprek heeft bij de adviesraad vragen opgeroepen over hoe het werken vanuit de Visie Sociaal Domein in de praktijk vormt krijgt. De adviesraad vraagt zich daarbij af of alle inwoners van de gemeente het maatwerk krijgen wat ze nodig hebben.
De visie sociaal domein heeft als kernwaarden dat iedereen kan meedoen op een manier die betekenis geeft voor hem/haar en zich kan blijven ontwikkelen om te kunnen omgaan met de uitdagingen van het leven (Pijnacker-Nootdorp, 2024, p. 3). De visie noemt ook de financiële uitdagingen voor het sociaal domein en ook voldoende personeel om de diensten te kunnen leveren (Pijnacker-Nootdorp, 2024, p. 2).
Met de visie als leidraad, heeft de adviesraad naar aanleiding van het gesprek een aantal vragen.
1. Is er in de regionale samenwerking voldoende ruimte voor lokaal maatwerk en innovatie vanuit (kleine) lokale initiatieven?
2. Valt de doelgroep voor deze voorziening onder de 5% kwetsbaren of 15% potentieel/in-cidenteel kwetsbaren (Pijnacker-Nootdorp, 2024, p. 12) ?
3. Welk passend alternatief is er, wanneer deze voorziening zou verdwijnen, beschikbaar voor de mensen die nu gebruik maken van het Huis van Rie?
4. Op welke wijze zijn de alternatieven passend bij de individuele zorgvragen van de inwoners die momenteel gebruik maken of hebben gemaakt van deze voorziening?
5. Hebbend de alternatieven dezelfde belasting op het financiële kader van de gemeente en de lokale beschikbaarheid van personeel?
De adviesraad benadrukt dat er geen positie wordt ingenomen over het wel of niet contracteren van een individuele organisatie. De adviesraad kijkt vanuit de visie op het sociaal domein naar dit voorbeeld van uitvoering van de visie in beleid en praktijk en vraagt zich dan af of hier sprake is van passend beleid en uitvoering voor de inwoners. Voor de adviesraad is belangrijk dat de uitvoering van beleid recht moet doen aan de vragen die bij de inwoners leven. Maatwerk moet daarbij leidend zijn. Het Huis van Rie is een voorbeeld van de uitdagingen die het college heeft bij de uitvoering van de visie in de praktijk en om het beleid in de praktijk uit te laten gaan van de (kernwaarden) van de visie.
Om goed te kunnen beoordelen hoe de visie vertaald wordt naar de uitvoeringspraktijk kan de adviesraad op dit moment alleen een beroep doen op de in de visie opgenomen Uitvoeringsagenda op hoofdlijnen. (Pijnacker-Nootdorp, 2024, p. 54). Het is ons niet bekend dat deze inmiddels verder geconcretiseerd is. Indien dit wel het geval is, dan ontvangt de adviesraad graag de definitieve uitvoeringsagenda.
Met vriendelijke groet,
namens de Adviesraad Sociaal Domein Pijnacker-Nootdorp
Piet van Adrichem
voorzitter
1. Algemeen
De ASD H9 waardeert de inzet en ambitie die uit de regiovisie spreekt. Wij pleiten voor behoud en borging van regionale expertise en samenwerking. Te overwegen valt om een in H9-verband gemeenschappelijk minimumkader vast te stellen ter reductie van postcode ongelijkheid.
2. Financiën en impact
De regiovisie benoemt een toename van adviesaanvragen sinds 2019 (+18,6%). Wij vragen ons af hoe deze stijging zich verhoudt tot de ogenschijnlijke bezuinigingen binnen de regio.
De financiële onderbouwing van de lokale taken is onvoldoende uitgewerkt. Wij pleiten voor meer transparantie over de financiering van lokale teams en de inzet van middelen door centrumgemeenten. We zien verder dat de indexatie (als we ons niet vergissen en het jaar 2019 als een ijk-lijn nemen) een toename van ca 47% van de inwonersbijdrage zou veroorzaken. Het wegvallen van middelen voor deskundigheidsbevordering in de komende jaren is zorgwekkend. Bij een hoge ambitie hoort ook adequate financiële ondersteuning. Om alle achterstand goed en correct te verwerken en de regionale ambitie te realiseren hebben we aanzienlijk meer investeringen nodig dan nu begroot lijken te gaan worden.
3. Preventie en vroegsignalering
- Wij onderschrijven het belang van preventie en vroegsignalering, maar vragen om meer/extra aandacht voor:
- Voorlichting op basisscholen;
- Preventieaanbod voor kinderen die huiselijk geweld hebben meegemaakt;
- Het versterken van samenwerking tussen de verloskundige praktijk met het overige sociaal domein, zoals maatschappelijk werk en GGZ, zodat er ook daadwerkelijk vroeg gesignaleerd kan worden;
- De regiovisie biedt een breed overzicht van initiatieven, maar mist samenhang met bestaande preventie-activiteiten. Wij adviseren een meer geïntegreerde benadering binnen de huidige activiteiten, waar huiselijk geweld ook een plek krijgt.
4. Deskundigheidsbevordering
- Als deskundigheidsbevordering cruciaal is, waarom wordt hier dan niet extra in geïnvesteerd?
- Wij pleiten voor een bredere inzet van deskundigheidsbevordering, inclusief richting voorliggende voorzieningen en de eerste en tweede lijn.
5. Lokale teams
- De rol en invulling van lokale teams blijft voor ons onduidelijk. Wij adviseren:
- Meer duidelijkheid over hun taken en verantwoordelijkheden;
- Inbedding in de bestaande zorginfrastructuur in plaats van gemeentelijke organisatie, om verloop te beperken. Een effectieve(re) regie vanuit de gemeente is nadrukkelijk gewenst;
- Aandacht voor borging van continuïteit en kwaliteit bij overdracht van taken.
6. Samenwerking en proeftuin
- Wij steunen het belang van samenwerking en de proeftuin Toekomstscenario. Wel adviseren wij:
- Inzicht te geven hoe de overgang van proeftuin naar structurele inbedding zal worden vormgegeven;
- Andere relevante samenwerkingspartners te stimuleren deel te nemen aan de proeftuinen (we missen bijvoorbeeld een aantal GGZ-instellingen in de opsomming van partners).
7. Monitoring en duiding
- De regiovisie noemt (keten)monitoring, maar cijfermatige duiding van de huidige situatie is beperkt beschreven. Wij adviseren:
- Te rapporteren over de ontwikkeling van wachtlijsten;
- Te rapporteren over de effectiviteit van ingezette interventies;
- Te rapporteren over realisatie van doelen en streefcijfers.
8. Intieme terreur en maatschappelijke houding
Wij vragen aandacht voor het maatschappelijk debat over intieme terreur en de houding van burgers. Dit vraagt om educatie en bewustwording, juist ook buiten de professionele kaders in/met de (lokale) samenleving.
Geachte heer Van Adrichem, geachte leden van de Adviesraad Sociaal Domein,
Op 17 november 2025 ontvingen wij uw advies over de Beleidsregels jeugdhulp 2025. Wij danken u hartelijk voor uw zorgvuldige reactie. Hieronder gaan wij per onderdeel in op uw opmerkingen.
Voorgeschiedenis
Wij waarderen het dat u in uw advies het verband legt met de eerder vastgestelde Verordening jeugdhulp 2025. Zoals u terecht opmerkt, vormen de beleidsregels een nadere uitwerking van deze verordening. De uitgangspunten uit uw eerdere advies hebben wij betrokken bij de verdere uitwerking. Het is prettig om te lezen dat u de actualisaties destijds als verbeteringen heeft ervaren en dat u de lijn daarvan ook in deze beleidsregels herkent.
Toelichting op de beleidsregels
U geef aan dat de beleidsregels aansluiten bij de verordening en u heeft de belangrijkste wijzigingen helder samengevat. De verduidelijkingen rondom procedures, kwaliteitseisen en de uitwerking van voorzieningen zijn bedoeld om de praktijk houvast te geven en procesmatig meer eenduidigheid te creëren. Wij zijn blij dat u constateert dat deze toelichtingen de uitvoerbaarheid versterken en duidelijkheid bieden voor zowel inwoners als professionals.
Maatwerk
Wij waarderen uw aandacht voor het belang van maatwerk. Zoals u terecht aangeeft, is het belangrijk dat professionals voldoende ruimte houden om een afweging te maken die past bij de situatie van het gezin. Wij nemen uw advies mee om blijvend aandacht te houden voor het realistisch inschatten van de draagkracht en draaglast van ouders en het integraal beoordelen van zowel de hulpvraag als de context van het gezin, inclusief eventuele onderliggende problematiek. Bij de verdere implementatie van de beleidsregels blijven wij dit onder de aandacht brengen bij de uitvoering. Ook het prioriteren van de meest kwetsbare inwoners wordt hierin meegenomen.
Duidelijke informatie
Uw advies over het belang van heldere en toegankelijke informatievoorziening nemen wij mee in de verdere uitwerking van de implementatie. Wij blijven inzetten op duidelijke communicatie richting inwoners, onder andere via cliëntondersteuning, een begrijpelijk stappenplan en actuele informatie op onze website. Ook zorgen wij ervoor dat wijzigingen, zoals tariefaanpassingen, tijdig en zorgvuldig worden gecommuniceerd.
Tot slot
Wij danken u voor uw positieve en constructieve advies. Uw betrokkenheid helpt ons de beleidsregels zo goed mogelijk te laten aansluiten op de praktijk en de behoefte van inwoners.
Hoogachtend,
Het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp,
Annelies Kroeskamp
secretaris
Björn Lugthart
burgemeester
Aan het College van Burgemeester en
Wethouders Pijnacker-Nootdorp
Postbus 1
2640 AA Pijnacker
Pijnacker, 17 november 2025
Betreft advies van de Adviesraad Sociaal Domein inzake Beleidsregels jeugdhulp gemeente Pijnacker-Nootdorp 2025.
Geacht College,
Recent ontvingen wij uw verzoek om over de hier boven genoemde beleidsregels advies uit te brengen.
Tijdens ons overleg op 21 oktober 2025 hebben Sharon van Belzen en Samantha van Steijn de beleidsregels toegelicht. Aansluitend hebben wij de beleidsregels intern besproken en vervolgens dit advies opgesteld.
Voorgeschiedenis
De beleidsregels zijn een nadere uitwerking van de in 2024 vastgestelde verordening. Daarover heeft de ASD destijds advies uitgebracht.
In dat advies heeft de ASD de volgende punten benadrukt.
- In de aanpassingen als gevolg van uitspraken van de Centrale Raad van Beroep ziet de Adviesraad een verbetering en verduidelijking.
- De aanpassing van het tarief voor niet-professionele hulp op basis van jurisprudentie vindt de Adviesraad redelijk.
- De concretere beschrijving van criteria waaraan vooral de kwaliteit van de hulpverlening moet voldoen is een duidelijke verbetering.
- De Adviesraad vindt het belangrijk dat in de uitvoering bij een hulpvraag integraal gekeken wordt naar aanvrager en gezin, met een realistisch beeld van de eigen draagkracht.
Toelichting op de beleidsregels
Belangrijkste aanpassingen:
- De identificatieplicht is verduidelijkt en qua mogelijkheden uitgebreid.
- De kwaliteitseisen van de medewerkers van het kernteam zijn nader uitgewerkt.
- Toegevoegd is welke personen bevoegd zijn om de aanvraag te ondertekenen
- De begrippen gebruikelijke en bovengebruikelijke hulp zijn nader uitgewerkt.
- Toegelicht wordt welke hulp het kernteam aan jeugdigen en ouders kan bieden. Per onderzoek wordt gekeken of het kernteam de hulp zelf kan bieden of dat er specialistische hulp moet worden ingezet.
- De individuele voorzieningen ambulante opvoedondersteuning, begeleiding en dagbesteding zijn toegelicht met een productomschrijving van het Servicebureau Jeugdhulp. Dagbesteding of groepsbegeleiding gaan voor op individuele begeleiding, zodat het kind ook van anderen kan leren. Per kind kijkt het kernteam wat het beste zal werken. Mocht individuele begeleiding na verloop van tijd toch beter zijn, dan kan daarop overgegaan worden.
- De voorziening vervoer is nader uitgewerkt. Het belang van ‘zelfvervoer’ wordt benadrukt. Streven naar een ‘warme’ overdracht van het kind door de ouders naar de school. Wel wordt gekeken of en wanneer dit mogelijk is voor de ouders.
- Het PGB tarief wordt één keer per jaar vastgesteld in plaats van halfjaarlijks. Dit bespaart de gemeente veel werk en levert de ontvanger een bescheiden financieel voordeel op.
Deze regel wijkt af van de verordening en zal in 2026 daarin worden aangepast.
- Mensen die een Pgb ontvangen voor niet professionele hulp en voor wie het bedrag dus nu gelijkgesteld wordt met wettelijk bruto minimumloon, inclusief vakantietoeslag, zijn hierover al geïnformeerd, zowel schriftelijk als persoonlijk.
- Vermoedelijke ingangsdatum nog voor 1 januari 2026.
Advies
De ASD heeft kennis genomen van de nieuwe beleidsregels en vindt ze in lijn met de destijds vastgestelde verordening. De adviesraad brengt dan ook een positief advies uit met nog een tweetal opmerkingen.
Maatwerk
Zoals in ons advies bij de verordening al is gemeld, kunnen we instemmen met de scherpere inkadering van de mogelijkheden, die daarmee duidelijkheid creëren voor aanvrager, beoordelaar en hulpverlener.
Tegelijk willen wij ook nu benadrukken dat de professional altijd de ruimte moet houden om voor maatwerk te kiezen. Het is goed om uit te gaan van de eigen kracht van ouders, maar die draagkracht mag niet overschat worden. Wij vinden het belangrijk dat wordt gezocht naar manieren om voor de mensen die ondersteuning het hardste nodig hebben passende ondersteuning beschikbaar te stellen.
Leidend bij de beoordelende professionals moet blijven dat integraal gekeken wordt naar de situatie en dat adequate ondersteuning wordt geboden. Soms direct gericht op het kind, maar indien nodig ook gericht op onderliggende problematiek, zoals schulden- of echtscheidingsproblemen.
Meer algemeen vinden we als ASD dat wanneer gekozen moet worden wie welke hulp nodig heeft, de ondersteuning aan de meest kwetsbare inwoners prioriteit krijgt.
Duidelijke informatie
Wellicht ten overvloede willen we hier ook nog eens het belang van een goede informatievoorziening benadrukken. Naast de in artikel 2.2 genoemde cliëntondersteuning en de bij 2.3 genoemde vertrouwenspersoon, betekent dat in onze ogen ook een duidelijke handleiding en een gebruiksvriendelijk stappenplan. Met tot slot duidelijke informatie op de gemeentelijke website over voorliggende voorzieningen.
Met vriendelijke groet,
namens de Adviesraad Sociaal Domein Pijnacker-Nootdorp
Piet van Adrichem
Voorzitter
Geachte leden van de Adviesraad Sociaal Domein,
Op 17 november 2025 ontvingen wij uw advies over de Lokale Inclusie Agenda. Wij danken u hartelijk voor uw advies. Hieronder gaan wij per onderdeel in op uw opmerkingen.
Algemeen
De adviesraad is positief over het feit dat er nu een lokale inclusie agenda is. Voor het eerst is er nu een overzicht welke activiteiten worden ondernomen om de deelname aan het maatschappelijk verkeer van personen met een handicap te verbeteren. In beeld is gebracht hoe de gemeente het denken over inclusiviteit toepast rond de volgende thema’s: Cultuur en evenementen, onderwijs, sport, werk en inkomen, dienstverlening en communicatie, openbare ruimte, vervoer, welzijn/zorg/gezondheid, wonen en bewustwording. Met name gericht op het wegnemen van barrières en het vergroten van de toegankelijkheid. Dat op zich vindt de ASD een positieve ontwikkeling.
Reactie
Net als uw adviesraad vinden wij het positief dat er een Lokale Inclusie Agenda ligt en onderstrepen wij het belang van de Lokale Inclusie Agenda voor onze gemeente. Wij zijn trots dat wij- stap voor stap-toewerken naar een nog toegankelijkere gemeente voor iedereen. En vooral dat we hierin samen optrekken met onze inwoners en maatschappelijke partners. Met de Lokale Inclusie Agenda dragen wij bij aan het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, dat Nederland in 2016 heeft ondertekend.
Resultaat
De agenda vinden wij inhoudelijk teleurstellen. Er wordt vooral beschreven wat er nu al is en wat met kleine ingrepen verbeterd kan worden. Er is slechts een bescheiden budget voor vrijgemaakt. Na het voortraject met de startnotitie hadden we een beter onderbouwde start en aanpak verwacht. In die richting heeft de ASD ook geadviseerd in dat voortraject. (advies inzake het opstellen van een lokale inclusie agenda dd. 6 november 2024)
In een vrijwel raadsbreed ondersteunde motie heeft de gemeenteraad u als college destijds opgeroepen tot het opstellen van een lokale inclusie agenda. Uit die motie proefden wij de behoefte aan meer ambitie op dit beleidsterrein. Die ambitie zien wij niet terug in de nu voorliggende agenda.
Als adviesraad zijn wij betrokken bij de inventarisatie in het voortraject. In oktober 2024 hebben we een belangrijk deel van onze jaarlijkse studiedag gewijd aan dit onderwerp. Met input van Movisie hebben we vervolgens het eerdergenoemde advies opgesteld. In dat advies hebben we benadrukt dat een inclusieve samenleving essentieel is voor de sociale cohesie en het welzijn van inwoners. Inclusie is een breed begrip waar veel thema’s onder vallen. Te denken valt aan fysieke en sociale toegankelijkheid, LHBTQI+ acceptatie, voldoende beantwoording van culturele diversiteit, bestrijden van discriminatie en burgerparticipatie. Om te komen tot een LIA vinden wij het belangrijk een visie te hebben op inclusie en te analyseren waar binnen onze gemeente de prioriteiten zouden moeten liggen. In de destijds door ons geformuleerde aanbevelingen hebben we dit als eerste punt benadrukt.
‘Analyseer de huidige situatie binnen onze gemeente en bepaal waar de prioriteit ligt. Het is belangrijk zicht te hebben op waar de grootste uitdagingen liggen als het om inclusie binnen de gemeente gaat. Door met inwoners en belanghebbenden in gesprek te gaan kunnen de grootste knelpunten die inclusie belemmeren worden geïdentificeerd en worden opgenomen als startpunt voor de inclusie agenda.’
Nu deze lokale inclusie agenda voor ons ligt kunnen wij een gevoel van teleurstelling niet onderdrukken. Ons advies om de ontwikkeling te beginnen met een brede oriëntatie en op basis daarvan keuzes te maken voor de uitvoering is niet of vrijwel niet benut. Er wordt meteen gekozen om de aandacht te richten op personen met een beperking. Belangrijk accent de verbetering van de toegankelijkheid voor met name personen met een fysieke handicap. Het voelt voor ons als het spreekwoordelijke laaghangend fruit.
Reactie
Het VN-verdrag Handicap en de motie van de gemeenteraad hebben als kader gediend bij het opstellen van de Lokale Inclusie Agenda. Daarin is opgenomen om een plan te maken voor het tweejaarlijks opstellen van een uitvoeringsagenda van het VN-verdrag Handicap met de handreiking ‘Lokale Inclusie Agenda’ van de VNG als basis. En breed ervaringsdeskundigheid te organiseren (dus mensen met een fysieke, psychische, mentale, intellectuele en zintuiglijke beperking) om te betrekken bij de ontwikkeling en monitoring van de uitvoeringsagenda VN-verdrag Handicap en bij het nieuwe beleid. Daarmee is de focus van de Lokale Inclusie Agenda gericht op inwoners met een beperking.
De gemeente Pijnacker-Nootdorp streeft naar een samenleving waarin iedereen, ongeacht achtergrond of beperking, volwaardig kan deelnemen. Inclusie betekent voor ons het actief wegnemen van belemmeringen en het bevorderen van gelijke kansen voor alle inwoners. Binnen verschillende domeinen wordt reeds gewerkt aan inclusief beleid. We delen daarom ook graag met u de informatiebrief die half oktober 2025 aan de gemeenteraad is gestuurd met een overzicht van de initiatieven die momenteel binnen onze gemeente worden ingezet om inclusie te bevorderen.
Helaas is er- gezien de financiële situatie van de gemeente- geen substantieel structureel budget beschikbaar voor de uitvoering van de Lokale Inclusie Agenda. Daarom is binnen bestaande plannen en projecten naar ruimte gezocht om toegankelijke actiepunten voor de komende twee jaar uit te kunnen voeren.
Overige aanbevelingen
Ook van onze overige aanbevelingen vinden we te weinig terug in deze agenda.
2. Zorg voor een heldere visie als onderdeel van het lokale gezondheidsbeleid.
- Zorg als gemeente voor een inclusief (personeels)beleid.
- Stel indicatoren op en laat ze een vast onderdeel worden bij de bestuurlijke besluitvorming.
- Evalueer en stel bij.
- Maak gebruik van best practices en betrek stakeholders
- Zorg voor geoormerkte (financiële) middelen
Reactie
- Zorg voor een heldere visie als onderdeel van het lokale gezondheidsbeleid.
In de Nota Lokaal Gezondheidsbeleid 2025- 2028 is de volgende visie opgenomen:
Samen gaan we voor een inclusieve en veerkrachtige samenleving waarin iedereen kan
meedoen, gelijke kansen krijgt en in staat is om te gaan met de uitdagingen van het leven.
We gaan voor inwoners die:
- Zich fysiek, mentaal en emotioneel gezond voelen (positieve gezondheid)
- Met het heft in eigen handen vorm kunnen geven aan hun leven (eigen regie)
- Sociaal en betrokken zijn en kunnen meedoen aan de samenleving.
Bij de uitvoering van de Lokale Inclusie Agenda wordt ook de uitvoering van de nota Lokaal Gezondheidsbeleid 2025- 2028 betrokken, zoals ook vermeld staat in hoofdstuk 3.8. Welzijn, ondersteuning en gezondheid. Een voorbeeld hierin is de inzet van de beweegcoach, aangepast sporten voor inwoners met een beperking en de inzet op laaggeletterde inwoners.
3. Zorg als gemeente voor een inclusief (personeels)beleid.
Wij onderstrepen het belang van een inclusief (personeels)beleid voor de ambtelijke organisatie. Daarom zijn er medewerkers met een arbeidsbeperking in dienst bij de gemeente. Dit zijn medewerkers met een garantiebaan. Ook heeft de gemeente voor haar medewerkers een mantelzorgbeleid, zodat medewerkers werk en privé- ook bij zware mantelzorgtaken- goed kunnen combineren. De gemeente Pijnacker- Nootdorp is een ‘Erkende mantelzorgvriendelijke organisatie’ sinds 1 januari 2023.
4. Stel indicatoren op en laat ze een vast onderdeel worden bij de bestuurlijke besluitvorming.
Het VN-verdrag Handicap geeft ons als gemeente de opdracht mee om bij het ontwikkelen van nieuw beleid direct rekening te houden met de positie van mensen met een beperking en verbeteringen door te voeren in bestaand beleid. Bij de verdere beleidsvorming- waar inclusie randvoorwaardelijk wordt meegenomen- worden indicatoren opgesteld. Dit maakt onderdeel uit van dit actiepunt in de Lokale Inclusie Agenda: Wij verankeren inclusie structureel in al ons beleid, dienstverlening en uitvoering.
5. Evalueer en stel bij.
De uitvoering, evaluatie en bijstelling van de Lokale Inclusie Agenda is een continu proces. We staan open voor feedback, monitoren ons beleid regelmatig en passen het tweejaarlijks aan op basis van nieuwe inzichten en ervaringen uit de praktijk. Dit doen we samen met de klankbordgroep en in afstemming met de gemeenteraad.
6. Maak gebruik van best practices en betrek stakeholders
Wij hebben in de totstandkoming van de Lokale Inclusie Agenda een breed netwerk ontwikkeld met andere gemeenten, stakeholders en de VNG om best practices te delen en overige ervaringen te delen. Wij zullen dit netwerk in stand houden en bij evaluaties van de Lokale Inclusie Agenda gebruiken om verbeteringen door te voeren.
7. Zorg voor geoormerkte (financiële) middelen
Wij onderstrepen het belang van geoormerkte (financiële) middelen. Echter zijn deze niet beschikbaar en hebben wij de Lokale Inclusie Agenda opgesteld aan de hand van de ruimte die wij hebben kunnen vinden in bestaande plannen en projecten.
Betrekken van inwoners
In de agenda geeft u aan dat inwoners, maatschappelijke partners en medewerkers van de gemeente hun ervaringen hebben ingebracht. Dat waarderen wij, het sluit ook aan bij ons advies. Echter de input tijdens een inwonersbijeenkomst van een groep van 30 inwoners vinden wij wel heel selectief. Een groep van die omvang is niet representatief. De adviesraad is wel positief over de vorming van een permanente klankbordgroep. Maar opnieuw willen we hier benoemen dat deze klankbordgroep alleen gericht is op fysieke toegankelijkheid. Dat is voldoende om maatregelen gericht op die toegankelijkheid te monitoren, maar heel beperkt wanneer het doel in feite inclusie zou moeten zijn.
Reactie
In het participatieproces van de Lokale Inclusie Agenda zijn verschillende acties ondernomen om de inzichten van betrokkenen mee te nemen. Er zijn maatschappelijke organisaties, inwoners en medewerkers van de ambtelijke organisatie op verschillende manieren betrokken. Tijdens de inwonersbijeenkomst waren 30 deelnemers aanwezig, met veel verschillende achtergronden en ervaringsdeskundigheid. Dit zijn inwoners die normaliter niet bij participatiebijeenkomsten van de gemeente aanwezig zijn en echt inwoners voor wie de inclusieagenda bedoeld is. Zoals een jonge inwoner met een lichte verstandelijke beperking, inwoners met niet aangeboren hersenletsel en fysieke beperkingen. Daarnaast hebben wij via telefoon en e-mail nog meer reacties van inwoners mogen ontvangen. Niet alle inwoners vonden het prettig om mee te denken in een participatiebijeenkomst, maar hebben wel op andere manieren meegedacht. Op initiatief van De Zonnebloem Pijnacker heeft er tevens nog een aanvullend gesprek plaatsgevonden met de vrijwilligers over de Lokale Inclusie Agenda tijdens een vrijwilligersvergadering.
Klankbordgroep toegankelijkheid
De klankbordgroep bestaat uit inwoners met verschillende soorten beperkingen en/of chronisch zieken. Ook zijn hun naasten, zoals mantelzorgers/ ouders, onderdeel van de klankbordgroep. Zij vertegenwoordigen een brede groep inwoners uit onze gemeente die aansluit bij de opgave uit de Lokale Inclusie Agenda. De ambitie van de klankbordgroep is om nog verder uit te breiden en leden te vinden die onder het brede begrip van inclusie valt. In de tussentijd melden nieuwe klankbordleden zich aan.
Wij onderstrepen deze ambitie. Door de oprichting van de klankbordgroep toegankelijkheid kunnen wij ook een grotere groep inwoners met een beperking bereiken via de leden van de klankbordgroep.
Samen met leden van de klankbordgroep hebben we op 30 oktober 2025 deelgenomen aan een avond over samenwerken aan de toekomst van de gehandicaptenzorg van DSW.
Actiepunten
Kijken we alleen naar de genoemde actiepunten, dan kunnen we ons daar op zich wel in vinden. Het zijn zinvolle acties gericht op aandacht voor toegankelijkheid. Wel blijkt regelmatig het ontbreken van een substantieel budget beperkend in relatie tot het geformuleerde doel. Voorbeeld hiervan het overleg met ondernemers over het zo toegankelijk mogelijk maken van winkels en horeca. De gemeente kan geen financiële ondersteuning bieden om verbeteringen mogelijk te maken.
Reactie
Dank dat u de genoemde actiepunten onderschrijft. Wij zien- net als u- het belang van geoormerkte (financiële) middelen. Omdat deze er op dit moment helaas niet zijn, proberen wij zo veel mogelijk in te zetten binnen de lopende plannen en projecten. Zo zorgen wij ervoor dat wij- stap voor stap- een toegankelijkere en inclusievere gemeente voor onze inwoners worden.
Tot slot
Wij danken u voor uw advies en het uitspreken van uw ambitie. Uw betrokkenheid helpt ons de Lokale Inclusie Agenda zo goed mogelijk te laten aansluiten op de praktijk en de behoefte van inwoners.
Hoogachtend,
Het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp
Annelies Kroeskamp
secretaris
Björn Lugthart
burgemeester
Aan het College van Burgemeester en
Wethouders Pijnacker-Nootdorp
Postbus 1
2640 AA Pijnacker
Pijnacker, 17 november 2025
Betreft advies van de Adviesraad Sociaal Domein inz. de Lokale Inclusie Agenda.
Geacht College,
Onlangs ontvingen wij uw verzoek om advies uit te brengen over de Lokale Inclusie Agenda. Met die agenda geeft u invulling aan de verplichting om lokaal beleid te ontwikkelen in vervolg op de ondertekening door de Nederlandse overheid van het VN verdrag inzake de rechten van personen met een handicap in 2016.
Tijdens ons overleg van 21 oktober 2025 is de LIA toegelicht door Nadia Eijken. Aansluitend hebben wij de agenda intern besproken en dat heeft geleid tot het volgende advies.
Algemeen
De adviesraad is positief over het feit dat er nu een lokale inclusie agenda is. Voor het eerst is er nu een overzicht welke activiteiten worden ondernomen om de deelname aan het maatschappelijk verkeer van personen met een handicap te verbeteren. In beeld is gebracht hoe de gemeente het denken over inclusiviteit toepast rond de volgende thema’s: Cultuur en evenementen, onderwijs, sport, werk en inkomen, dienstverlening en communicatie, openbare ruimte, vervoer, welzijn/zorg/gezondheid, wonen en bewustwording. Met name gericht op het wegnemen van barrières en het vergroten van de toegankelijkheid. Dat op zich vindt de ASD een positieve ontwikkeling.
Resultaat
De agenda vinden wij inhoudelijk teleurstellen. Er wordt vooral beschreven wat er nu al is en wat met kleine ingrepen verbeterd kan worden. Er is slechts een bescheiden budget voor vrijgemaakt. Na het voortraject met de startnotitie hadden we een beter onderbouwde start en aanpak verwacht. In die richting heeft de ASD ook geadviseerd in dat voortraject. (advies inzake het opstellen van een lokale inclusie agenda dd. 6 november 2024)
In een vrijwel raadsbreed ondersteunde motie heeft de gemeenteraad u als college destijds opgeroepen tot het opstellen van een lokale inclusie agenda. Uit die motie proefden wij de behoefte aan meer ambitie op dit beleidsterrein. Die ambitie zien wij niet terug in de nu voorliggende agenda.
Als adviesraad zijn wij betrokken bij de inventarisatie in het voortraject. In oktober 2024 hebben we een belangrijk deel van onze jaarlijkse studiedag gewijd aan dit onderwerp. Met input van Movisie hebben we vervolgens het eerdergenoemde advies opgesteld. In dat advies hebben we benadrukt dat een inclusieve samenleving essentieel is voor de sociale cohesie en het welzijn van inwoners. Inclusie is een breed begrip waar veel thema’s onder vallen. Te denken valt aan fysieke en sociale toegankelijkheid, LHBTQI+ acceptatie, voldoende beantwoording van culturele diversiteit, bestrijden van discriminatie en burgerparticipatie. Om te komen tot een LIA vinden wij het belangrijk een visie te hebben op inclusie en te analyseren waar binnen onze gemeente de prioriteiten zouden moeten liggen.
In de destijds door ons geformuleerde aanbevelingen hebben we dit als eerste punt benadrukt.
‘Analyseer de huidige situatie binnen onze gemeente en bepaal waar de prioriteit ligt. Het is belangrijk zicht te hebben op waar de grootste uitdagingen liggen als het om inclusie binnen de gemeente gaat. Door met inwoners en belanghebbenden in gesprek te gaan kunnen de grootste knelpunten die inclusie belemmeren worden geïdentificeerd en worden opgenomen als startpunt voor de inclusie agenda.’
Nu deze lokale inclusie agenda voor ons ligt kunnen wij een gevoel van teleurstelling niet onderdrukken. Ons advies om de ontwikkeling te beginnen met een brede oriëntatie en op basis daarvan keuzes te maken voor de uitvoering is niet of vrijwel niet benut. Er wordt meteen gekozen om de aandacht te richten op personen met een beperking. Belangrijk accent de verbetering van de toegankelijkheid voor met name personen met een fysieke handicap. Het voelt voor ons als het spreekwoordelijke laaghangend fruit.
Ook van onze overige aanbevelingen vinden we te weinig terug in deze agenda.
- Zorg voor een heldere visie als onderdeel van het lokale gezondheidsbeleid.
- Zorg als gemeente voor een inclusief (personeels)beleid.
- Stel indicatoren op en laat ze een vast onderdeel worden bij de bestuurlijke besluitvorming.
- Evalueer en stel bij.
- Maak gebruik van best practices en betrek stakeholders
- Zorg voor geoormerkte (financiële) middelen
Betrekken van inwoners
In de agenda geeft u aan dat inwoners, maatschappelijke partners en medewerkers van de gemeente hun ervaringen hebben ingebracht. Dat waarderen wij, het sluit ook aan bij ons advies.
Echter de input tijdens een inwonersbijeenkomst van een groep van 30 inwoners vinden wij wel heel selectief. Een groep van die omvang is niet representatief.
De adviesraad is wel positief over de vorming van een permanente klankbordgroep.
Maar opnieuw willen we hier benoemen dat deze klankbordgroep alleen gericht is op fysieke toegankelijkheid. Dat is voldoende om maatregelen gericht op die toegankelijkheid te monitoren, maar heel beperkt wanneer het doel in feite inclusie zou moeten zijn.
Actiepunten
Kijken we alleen naar de genoemde actiepunten, dan kunnen we ons daar op zich wel in vinden. Het zijn zinvolle acties gericht op aandacht voor toegankelijkheid.
Wel blijkt regelmatig het ontbreken van een substantieel budget beperkend in relatie tot het geformuleerde doel. Voorbeeld hiervan het overleg met ondernemers over het zo toegankelijk mogelijk maken van winkels en horeca. De gemeente kan geen financiële ondersteuning bieden om verbeteringen mogelijk te maken.
Tenslotte
Positief blijft ons gevoel dat er nu structureel aandacht is voor inclusiviteit. Als adviesraad adviseren wij u en de gemeenteraad om dit thema met meer ambitie te benaderen. In de wetenschap dat een brede aanpak om inclusie te bevorderen vraagt om een substantieel budget.
Met vriendelijke groet,
namens de Adviesraad Sociaal Domein Pijnacker-Nootdorp
Piet van Adrichem
Voorzitter
cc. Griffie t.a.v. de gemeenteraadsfracties
Pijnacker, 10 oktober 2025
Dank voor uw reactie dd. 4 september 2025 op ons advies op het ontwerpbeleid pré-mantelzorgwoningen in de gemeente Pijnacker-Nootdorp.
Wij hebben kennisgenomen van uw argumenten om gedeeltelijk in te gaan op ons advies.
In deze brief nemen we de vrijheid om nogmaals in te gaan op de mogelijkheid van het plaatsen van een pre-mantelzorgwoning bij een bedrijfswoning. Op zich zijn wij blij met de uitbreiding van de mogelijkheden in lijn met ons advies.
Tegelijkertijd heeft het ons wel verbaasd dat bij de mondelinge toelichting gesproken werd over strenge regels vanuit de Raad van State met betrekking tot het bouwen op terreinen met een bedrijfsbestemming, terwijl uw voorstel aan de raad om pré-mantelzorgwoningen nu alsnog toe te staan in het buitengebied aangeeft, dat de landelijke regels daarvoor kennelijk toch ruimte bieden.
Daarop aansluitend willen we u verzoeken om die mogelijkheden nog wat ruimer te benutten.
De adviesraad kan zich voorstellen dat pré-mantelzorgwoningen op bedrijventerreinen als Heron, de Boezem, Ruijven niet verstandig zijn. Het is goed om deze bedrijventerreinen echt voor bedrijfsontwikkeling te bestemmen.
Wat de gebieden voor de glastuinbouw en in het algemeen met een agrarische bestemming betreft, vinden we die keuze minder vanzelfsprekend. Daar is vaker voldoende ruimte en kan de wens leven om bij bedrijfsopvolging in de familie een woning bij te bouwen voor de ouders. Daarmee die ouders na de bedrijfsoverdracht de mogelijkheid biedend nog actief te blijven op het bedrijf.
In onze gemeente zijn meerdere glastuinbouwgebieden waar sprake is van gedeeltelijke nieuw- en uitbouw in combinatie met oudere opstallen. In die gebieden, die immers ook tot het buitengebied behoren, zou de gemeente zich soepel kunnen opstellen bij aanvragen voor de plaatsing van pré-mantelzorgwoningen.
Benoem waar het echt niet kan en biedt daar buiten de gelegenheid om een pré-mantelzorgwoning te bouwen.
Met vriendelijke groet,
namens de Adviesraad Sociaal Domein Pijnacker-Nootdorp
Piet van Adrichem
Voorzitter
cc. Griffie t.a.v. de gemeenteraadsfracties
Gemeente Pijnacker-Nootdorp
Oranjeplein 1
2641EZ Pijnacker
onderwerp College reactie op advies ASD inzake het beleid voor pré-mantelzorgwoningen nadere informatie B.M.L Woutersen
verzenddatum 4 september 2025
zaaknummer 1601185
briefnummer 1469056
uw brief van 14 juli 2025
uw kenmerk
Geachte leden van de Adviesraad Sociaal Domein,
Hartelijk dank voor uw advies van 14 juli 2025 over het ontwerpbeleid pré-mantelzorgwoningen. Graag geven wij een reactie op uw advies en informeren wij u over het vervolg.
Positieve ontwikkeling
Wij zijn blij dat u onze inzet voor uitbreiding van de mogelijkheden voor de bouw van een mantelzorgwoning naar een periode voordat deze mantelzorg nodig is, waardeert. Dit beleid biedt inwoners de mogelijkheid om preventief actie te ondernemen en niet op een later moment voor voldongen feiten te staan. Fijn dat u de geformuleerde kaders duidelijk vindt en dat u uw inbreng herkent. U plaatst twee kanttekeningen in uw advies. Daar geven we hieronder een reactie op.
Een termijn van 15 jaar
U geeft aan moeite te hebben met het feit dat voor een periode van maximaal 15 jaar medewerking wordt verleend. Wij begrijpen de wens voor een langere termijn voor de pré- en postmantelzorg, maar de periode waarvoor een gemeente een tijdelijke vergunning kan verlenen is beperkt. In de Omgevingswet staat dat voor een periode van maximaal 15 jaar een tijdelijke vergunning kan worden verleend. Verdere verlenging is juridisch niet mogelijk.
Een pré-mantelzorgwoning bij een bedrijfswoning
U geeft aan dat u ook graag zou zien dat pré-mantelzorgwoning bij bedrijfswoningen mogelijk worden gemaakt. Mede naar aanleiding van de zienswijze hebben we nogmaals gekeken naar de mogelijkheden om pré-mantelzorgwoningen toe te staan bij bedrijfswoningen. In de glastuinbouwgebieden en op de bedrijventerreinen staat de economische functie centraal. Bedrijven hebben daar de ruimte om te ondernemen. Een pré-mantelzorgwoning betekent dat bedrijven daar afstand toe moeten houden. We geven prioriteit aan de ruimte om te ondernemen, dit betekent dat we het niet meenemen in de uitwerking van het omgevingsprogramma glastuinbouw. In het buitengebied, bijvoorbeeld in Oude Leede of de Katwijkerlaan zijn de functies meer gemengd. Daar zijn meer mogelijkheden om een prémantelzorgwoning toe te staan, ook bij bedrijfswoningen. Bedrijven liggen hier verder uit elkaar en er staan ook al veel burgerwoningen. Daarom stellen we de gemeenteraad voor het beleid gewijzigd vast te stellen, zodat bij bedrijfswoningen in het buitengebied een pré-mantelzorgwoning kan worden gerealiseerd. Als aanvullend toetsingscriterium nemen we op dat omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering gehinderd mogen worden. Bij bedrijfswoningen in de glastuinbouw en op de bedrijventerreinen blijft het niet toegestaan.
Het vervolg
Wij hebben het voorstel om het beleid gewijzigd vast te stellen aangeboden aan de gemeenteraad. De gemeenteraad zal hier naar verwachting op 16 oktober een besluit over nemen. Wilt u alle stukken nalezen, dan kunt u kijken op de website van de gemeente, onder het kopje raadsinformatie. Wij gaan ervan uit u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Mocht u nog vragen hebben, dan kunt u altijd contact opnemen.
Hoogachtend,
Het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp,
Annelies Kroeskamp, secretaris
Björn Lugthart, burgemeester
Geachte leden van de Adviesraad Sociaal Domein H9,
Allereerst willen de colleges van de negen gemeenten in Haaglanden u hartelijk danken voor het adviestraject rondom de regiovisie huiselijk geweld. De inbreng en suggesties worden gewaardeerd en zijn waar mogelijk overgenomen en verwerkt in de eindversie van de regiovisie die de bestuurlijke route in is gegaan om vastgesteld te worden door alle gemeenteraden van de negen gemeenten.
Onderstaand wordt dieper ingegaan op de gestelde vragen.
Algemeen
De ASD H9 pleit voor behoud en borging van regionale expertise en samenwerking.
U pleit voor het behouden en borgen van de regionale expertise en samenwerking. In de nieuwe regiovisie is dit het uitgangspunt. De nieuwe regiovisie bouwt grotendeels voort op de vorige visie en zet zoveel mogelijk in op het borgen en versterken van de opgedane kennis en samenwerking binnen de regio. Daarbij is extra accent gelegd op het versterken van de samenhang tussen zorg en veiligheid.
En vraagt te overwegen om een in H9-verband gemeenschappelijk minimumkader vast te stellen ter reductie van postcode ongelijkheid.
In de regiovisie zijn activiteiten opgenomen die regionaal worden georganiseerd zoals de aanpakken MDA++ en (ex-)partnerstalking die regionaal belegd zijn bij het Zorg- en Veiligheidshuis. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het informeren van lokale teams, wijkprofessionals en veiligheidspartners over deze regionale interventies en preventieve activiteiten. Alleen als deze voorzieningen lokaal bekend en toegankelijk zijn, kunnen inwoners er daadwerkelijk gebruik van maken, waardoor regionale inzet gelijk beschikbaar blijft en postcode-ongelijkheid wordt voorkomen.
Gemeenten zijn daarnaast zelf verantwoordelijk voor de aanpak van huiselijk geweld. De gemeentelijke regierol is vastgelegd in de WMO. Dat betekent dat iedere gemeente zelf verantwoordelijk is voor het goed inrichten van de toegang, hun lokale team en de dienstverlening aan inwoners in kwetsbare en complexe situaties. Afgesproken is om de VNG-leidraad ‘werken aan veiligheid’ als uitgangspunt te gebruiken voor de opdrachtverstrekking aan de lokale teams. Daarmee voldoen alle gemeenten aan dezelfde basisvereisten.
Financiën en impact
De regiovisie benoemt een toename van adviesaanvragen sinds 2019 (+18,6%). Wij vragen ons af hoe deze stijging zich verhoudt tot de ogenschijnlijke bezuinigingen binnen de regio.
De financiering van het aantal adviesaanvragen bij Veilig Thuis is geen onderdeel van deze regiovisie. Dit valt onder de begroting van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) GGD en Veilig Thuis Haaglanden. Binnen de GR hebben beide uitvoeringsorganisaties vanaf 2026 te maken met scherpere financiële kaders. Het primaire uitvoeringsproces is bij de bezuiniging ontzien en de adviesfunctie van Veilig Thuis wordt niet geraakt door de versobering van de begroting.
De financiële onderbouwing van de lokale taken is onvoldoende uitgewerkt. Wij pleiten voor meer transparantie over de financiering van lokale teams en de inzet van middelen door centrumgemeenten.
De DUVO-middelen die centrumgemeenten Delft en Den Haag ontvangen zijn bedoeld voor en worden besteed aan de financiering van (semi) wettelijke taken als de vrouwenopvang, centrum seksueel geweld en Veilig Thuis in de regio Haaglanden. Elke gemeente moet, zoals gezegd, voldoen aan de regierol op het gebied van huiselijk geweld conform de WMO. Hoe gemeenten georganiseerd zijn en waar ze staan met de uitvoering van de leidraad ‘werken aan veiligheid’ valt buiten de invloedsfeer van deze regiovisie. De financiering van de lokale teams is een lokale aangelegenheid.
We zien verder dat de indexatie (als we ons niet vergissen en het jaar 2019 als een ijk-lijn nemen) een toename van ca 47% van de inwonersbijdrage zou veroorzaken. Het wegvallen van middelen voor deskundigheidsbevordering in de komende jaren is zorgwekkend. Bij een hoge ambitie hoort ook adequate financiële ondersteuning. Om alle achterstand goed en correct te verwerken en de regionale ambitie te realiseren hebben we aanzienlijk meer investeringen nodig dan nu begroot lijken te gaan worden.
Bij het vaststellen van de vorige regiovisie (2019-20221) is voor preventie en vroegsignalering gekozen voor een bijdrage van 30 eurocent per inwoner per gemeente zonder jaarlijkse indexatie. Gezien stijgende (en gestegen) loon- en prijskosten wordt nu gekozen om het bedrag vanaf 2026 wel jaarlijks te indexeren, maar niet op te hogen. In de regiovisie is aangegeven waar het geld aan besteed wordt en is terug te lezen dat er scherpe financiële keuzes gemaakt zijn. Over twee jaar zal er een evaluatie plaatsvinden op inhoud en financiën. Als dit aanleiding geeft tot wijziging van de financiële kaders, zal op dat moment gekeken worden naar de mogelijkheden tot ophoging van de middelen voor preventie en vroegsignalering.
Preventie en vroegsignalering
Wij onderschrijven het belang van preventie en vroegsignalering, maar vragen om meer/extra aandacht voor:
- Voorlichting op basisscholen;
- Preventieaanbod voor kinderen die huiselijk geweld hebben meegemaakt;
- Het versterken van samenwerking tussen de verloskundige praktijk met het overige sociaal domein, zoals maatschappelijk werk en GGZ, zodat er ook daadwerkelijk vroeg gesignaleerd
- kan worden;
- De regiovisie biedt een breed overzicht van initiatieven, maar mist samenhang met bestaande preventie-activiteiten. Wij adviseren een meer geïntegreerde benadering binnen de huidige activiteiten, waar huiselijk geweld ook een plek krijgt.
Gelet op de beperkte beschikbare middelen, zijn keuzes gemaakt in de activiteiten gericht op preventie en vroegsignalering. De komende jaren wordt ingezet op: trainingen voor aandachtsfunctionarissen, trainingen in de meldcode en het faciliteren van de netwerken rondom seksueel geweld en de aandachtsfunctionarissen.Uiteraard wordt daarbij de samenhang gezocht met andere trajecten, zoals Kansrijke Start en Gezonde School. De door de u genoemde punten kunnen eventueel lokaal door een gemeente bij de GGD worden ingekocht.
Deskundigheidsbevordering - Als deskundigheidsbevordering cruciaal is, waarom wordt hier dan niet extra in geïnvesteerd?
In de nieuwe regiovisie wordt nog steeds geïnvesteerd in deskundigheidsbevordering voor aandachtsfunctionarissen, en in trainingen, workshops en intervisiebijeenkomsten over ICM, femicide en intieme terreur, de (doorontwikkeling van de) routekaart naar veiligheid en de aanpak (ex-)partnerstalking. Daarmee is op alle prioriteiten uit de visie een aanbod.
- Wij pleiten voor een bredere inzet van deskundigheidsbevordering, inclusief richting voorliggende voorzieningen en de eerste en tweede lijn.
Het standpunt van alle lokale adviesraden sociaal domein wordt onderschreven. Desalniettemin hebben de eerste- en tweedelijns voorzieningen een eigen verantwoordelijkheid in het organiseren van deskundigheidsbevordering. Vanuit de regiovisie wordt voorrang gegeven aan de lokale teams. Indien er ruimte is voor extra deelnemers kunnen de eerste- en tweedelijns voorzieningen, net als de voorliggende voorzieningen, deelnemen aan de trainingen en workshops die in de regio georganiseerd worden.
Lokale teams
De rol en invulling van lokale teams blijft voor ons onduidelijk. Wij adviseren:
- Meer duidelijkheid over hun taken en verantwoordelijkheden;
- Inbedding in de bestaande zorginfrastructuur in plaats van gemeentelijke organisatie, om verloop te beperken. Een effectieve(re) regie vanuit de gemeente is nadrukkelijk gewenst;
- Aandacht voor borging van continuïteit en kwaliteit bij overdracht van taken.
Vanuit de WMO hebben gemeenten de verantwoordelijkheid regie te voeren op de aanpak van huiselijk geweld. In de regiovisie is vastgelegd dat alle lokale teams voldoen aan de basisvereisten zoals eerder benoemd (Leidraad ‘Werken aan Veiligheid’). Daarnaast wordt/is in iedere gemeente het lokale team op een eigen manier ingericht. De wettelijke taken en verantwoordelijkheden kunnen op dit moment niet worden overgedragen of ingebed in een andere, bestaande zorginfrastructuur. Aandacht voor borging van continuïteit en kwaliteit is nu een lokale verantwoordelijkheid. Met de invoering van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming zou dit mogelijk kunnen veranderen.
Samenwerking en proeftuin
Wij steunen het belang van samenwerking en de proeftuin Toekomstscenario. Wel adviseren wij:
- Inzicht te geven hoe de overgang van proeftuin naar structurele inbedding zal worden vormgegeven;
- Andere relevante samenwerkingspartners te stimuleren deel te nemen aan de proeftuinen (we missen bijvoorbeeld een aantal GGZ-instellingen in de opsomming van partners).
De proeftuin wordt in 2026 doorontwikkeld, alvorens een structurele inbedding kan plaatsvinden in de regio. De sturing hierop valt buiten de invloedssfeer van de regiovisie huiselijk geweld. De gegeven adviezen en aandacht voor borging zullen gedeeld worden met de nieuwe programmamanager.
Monitoring en duiding
De regiovisie noemt (keten)monitoring, maar cijfermatige duiding van de huidige situatie is beperkt beschreven. Wij adviseren:
- Te rapporteren over de ontwikkeling van wachtlijsten;
- Te rapporteren over de effectiviteit van ingezette interventies;
- Te rapporteren over realisatie van doelen en streefcijfers.
In de versie waar de ASD een advies op heeft gegeven, was dit nog beperkt uitgewerkt. In de definitieve versie zijn de suggesties van de ASD waar mogelijk meegenomen. De ontwikkelingen van de wachtlijsten wordt twee keer per jaar geduid in de bestuursrapportage van de Gemeenschappelijke Regeling GGD en VT Haaglanden. Er is gekozen om geen effectmeting uit te voeren op ingezette interventies omdat hier onvoldoende data en middelen voor beschikbaar zijn.
Intieme terreur en maatschappelijke houding
Wij vragen aandacht voor het maatschappelijk debat over intieme terreur en de houding van burgers. Dit vraagt om educatie en bewustwording, juist ook buiten de professionele kaders in/met de (lokale) samenleving.
De regiogemeenten zijn zich ervan bewust dat ook buiten de professionele kaders bewustwording in de samenleving plaats moet vinden. Dit wordt gestimuleerd door lokaal aan te sluiten bij landelijke campagnes en door lokale bewustwordingsactiviteiten te organiseren. Zo heeft een aantal gemeenten dit jaar aangesloten op de landelijke campagne ‘’Is dit liefde?’’. Ook de jaarlijkse activiteiten in het kader van Orange The World in de regio (stop geweld tegen vrouwen) zijn hier een goed voorbeeld van.
Wij willen u nogmaals bedanken voor uw advies en hopen u zo voldoende geïnformeerd te hebben.
Hoogachtend,
Het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp,
Annelies Kroeskamp
secretaris
Björn Lugthart
Burgemeester
Geachte leden van de Adviesraad Sociaal Domein,
Op 20 augustus jl. hebben wij uw advies ontvangen over het Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2029. Wij danken u voor uw advies en geven in deze brief onze reactie.
Tijdens de ASD-vergadering van 22 juli jl. is het beleidsplan aan u gepresenteerd. Het beleidsplan zelf
ontving u niet voorafgaand aan deze vergadering. Om te komen tot een goed advies vraagt u ons het
beleidsplan de volgende keer voor het overleg te delen, zodat u zich kunt inlezen en eventuele vragen
kunt voorbereiden. Wij zullen ernaar streven in het vervolg hier rekening mee te houden.
Uw advies met betrekking tot de voorgestelde aanpak.
Algemeen
In het beleidsplan worden landelijke en lokale cijfers genoemd over het aantal huishoudens met
geregistreerde problematische schulden. Tabel 1 op bladzijde 5 laat zien dat het aantal huishoudens met
geregistreerde problematische schulden in absolute aantallen het snelst toeneemt in Pijnacker ten
opzichte van de andere kernen. U vraagt zich af wat hier de oorzaak van is. Net als u vinden wij de
stijging van het aantal huishoudens met problematische schulden ook een zorgwekkende ontwikkeling.
Een precieze oorzaak is lastig te benoemen, los van het gegeven dat Pijnacker de grootste kern in onze
gemeente is. Ook weten we dat steeds meer mensen met middeninkomens het moeilijker krijgen om
rond te komen als gevolg van stijgende woonlasten en kosten voor levensonderhoud. Deze groep heeft
geen recht op toeslagen. Het hulpaanbod van de gemeente, schuldhulpverlening en maatschappelijke
organisaties als SWOP, Humanitas en Schuldhulpmaatje moet daarom goed zichtbaar zijn. Inwoners
moeten bovendien een lage drempel ervaren om hulp of advies te vragen. De afgelopen jaren hebben
we daarop ingezet, onder andere met de lancering van de website www.vragenovergeld.nl en daar blijven we
voor de komende beleidsperiode ook op inzetten.
Op de vraag welk percentage van de doelgroep inwoners met schulden structurele begeleiding nodig
heeft, hoe wij dit organiseren en financieren is het antwoord dat wij geen structurele begeleiding
kunnen bieden. In onze begeleiding streven we ernaar mensen in staat te stellen zelf financieel
zelfredzaam te zijn. Na afronding van de schuldregeling volgt een nazorgfase als onderdeel van het
schuldhulpverleningstraject. De nazorg duurt één jaar en dat is voor de meeste mensen voldoende tijd
om weer zelf de regie te nemen. In sommige gevallen constateren we dat nazorg langer nodig is. In zo’n
geval bieden we maatwerk en laten we de nazorg langer doorlopen. Hetzelfde geldt voor de inzet van budgetbeheer: dat kunnen we langer laten doorlopen als de situatie daarom vraagt. Het is echter niet
haalbaar deze begeleiding structureel te laten doorlopen en financieren. Mocht een verlengde periode
nazorg/budgetbeheer niet voldoende zijn, dan wordt een inwoner doorverwezen naar bewindvoering of
zullen de kosten voor budgetbeheer voor eigen rekening van de inwoner zijn. Uit onze registratie blijkt
dat de groep inwoners die langer dan een jaar in nazorg zitten, erg klein is (minder dan 10).
Werken met KPI’s
Het is op dit moment nog niet mogelijk een nulmeting over de KPI’s te presenteren, omdat onze data
daar nog niet rijp genoeg voor is. Daarom is er nog geen ambitieniveau geformuleerd waar we eind 2029
willen staan. Bij de voortgangsrapportage schuldhulpverlening over 2026 wordt dit meegenomen. Voor
betrouwbare cijfers is een eenduidige manier van registreren nodig met heldere definities en een
duidelijk proces hoe je wat vastlegt. Daar zijn de afgelopen tijd veel stappen in gezet, maar ook nog
stappen in te maken. We zijn niet overgestapt op een nieuw datasysteem, maar krijgen er in 2026 wel
mee te maken dat de partij die ons registratiesysteem levert over gaat stappen naar een cloudbased
systeem. Dat betekent een nieuwe manier van registreren, waarvan het nu op voorhand moeilijk te
voorspellen is of en zo ja welke invloed dat gaat hebben op het registeren en ophalen van data uit het
systeem en het kunnen rapporteren over de KPI’s. Om die reden is dit als voetnoot aan het beleidsplan
toegevoegd. Aan de hand van de voortgangsrapportages die we jaarlijks naar de gemeenteraad sturen,
houden we zicht op onze uitvoering. Wat betreft de link met gezondheid gaan we kijken hoe we hier
informatie over op kunnen halen en of dat een plek kan krijgen in de voortgangsrapportages. Het
formuleren van een goede KPI op gezondheid is echter lastig, omdat er naast schulden/geldzorgen ook
veel andere factoren van invloed zijn op de ervaren gezondheid.
Doelgroepen waar de gemeente zich extra op richt
U wijst ons erop dat naast de vier doelgroepen die in het beleidsplan genoemd worden, er ook andere
doelgroepen zijn die financieel kwetsbaar zijn. Als voorbeelden noemt u mensen met niet aangeboren
hersenletsel (NAH) en mensen met een visuele beperking. Wij hebben gekozen voor de genoemde
doelgroepen, omdat deze onder andere door de NVVK en de VNG worden aangemerkt als bijzondere
doelgroepen waar extra aandacht voor nodig is. Ook blijkt uit diverse onderzoeken dat deze doelgroepen een groter risico lopen op financiële problemen. Hoewel mensen met NAH of een visuele beperking ook risico kunnen lopen op financiële problemen, zijn deze doelgroepen kleiner in omvang en is de impact van de beperking op hun financiële vaardigheden vaak afhankelijk van de individuele situatie. Dat betekent niet dat de door u genoemde doelgroepen worden uitgesloten. Wij streven ernaar maatwerk voor iedereen te bieden en voor iedereen toegankelijk te zijn. Op het moment dat schuldhulpverlening te maken krijgt met inwoners met een beperking, zoals inwoners met nietaangeboren hersenletsel of een visuele beperking zullen zij proberen passende ondersteuning te bieden die aansluit bij de situatie van de inwoner.
Doelgroep jongeren
De samenwerking met Gro-up en de betrokkenheid van Gro-up in het netwerk Preventie,
Schuldhulpverlening en Nazorg is onmisbaar in het bereiken van jongeren. Het verwijzen naar de
website www.vragenovergeld.nl zullen we extra onder de aandacht brengen bij hen, omdat wij net als u
denken dat het een goede manier is om ook de jongeren te bereiken die Gro-up nog niet in beeld heeft.
Ook zullen we via de contactpersoon van het Stanislascollege hen (blijven) wijzen op het belang van
financiële voorlichting en de risico’s van het aangaan van een (maximale) studielening. Uw advies over
de promotie van de Week van het Geld nemen we mee ter bespreking in het netwerk om te kijken
welke mogelijkheden er zijn.
Doelgroep laaggeletterden
Voor de doelgroep laaggeletterden geeft u aan dat het mooi zou zijn als er gekeken kan worden naar het
voorlezen van tekst in veelvoorkomende andere talen om de visuele informatie ook auditief toegankelijk
te maken. Op de gemeentewebsite is het al mogelijk informatie voor te laten lezen en te laten vertalen
naar andere talen. De animatiefilmpjes van de NVVK – waarin uitleg wordt gegeven over hoe een
schuldhulpverleningstraject werkt – zijn beschikbaar met ondertiteling in het Nederlands, Pools, Turks,
Arabisch en Engels.
Doelgroep Licht Verstandelijk Beperkt (LVB)
U geeft aan de dekking voor de doelgroep LVB onvoldoende te vinden en benoemt dat ook de doelgroep
zwakbegaafd bij extra aandacht erkend en geholpen zal zijn. Wij zullen in het beleidsplan toevoegen dat
wij – naast de groep laaggeletterden – ook aandacht zullen hebben voor de groep zwakbegaafden.
Preventie en vroegsignalering
Ook mensen die geen schulden hebben, kunnen wel veel stress ervaren om rond te komen. Vaak is er
geen buffer, waardoor het risico op schulden aanwezig is. Om deze groep te helpen grip te houden op
hun financiën en de stress te verlichten, willen wij met onze schuldhulpverlening en het hulpaanbod
voor mensen met geldzorgen/schulden goed zichtbaar zijn. Dat verlaagt de drempel tot contact
opnemen, ook als er geen schulden zijn, maar er wel behoefte is aan meedenken over de situatie. Het
integraal samenwerken binnen de gemeente en het signaleren van geldzorgen is hierbij van belang. Op
die manier kan een inwoner sneller worden doorverwezen naar de juiste hulp en/of ondersteuning. We
merken dat de inzet op vroegsignalering ook bijdraagt aan een ‘lagere drempel’. Als mensen naar
aanleiding van een contactpoging vanuit de gemeente daar niet meteen op ingaan, zien we ze soms op
een later moment uit eigen beweging naar ons toekomen voor hulp. Het blijft daarom belangrijk om ons
in te spannen voor de laagdrempeligheid en de zichtbaarheid van ons hulpaanbod en dat van onze
maatschappelijke partners. Dit willen we onder andere gaan doen door met onze lokale communicatieinzet aan te sluiten op de landelijke communicatiecampagnes.
Tot slot benadrukt u dat u het beleidsplan over het algemeen een goed doortimmerd plan vindt, met
oog voor de belangen van onze inwoners en een duidelijke inzet op preventie. Wij danken u voor dit
compliment.
Wij gaan ervan uit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend,
Het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp,
Annelies Kroeskamp
secretaris
Björn Lugthart
burgemeester
Aan het College van Burgemeester en
Wethouders Pijnacker-Nootdorp
Postbus 1
2640 AA Pijnacker
Pijnacker, 20 augustus 2025
Betreft advies van de Adviesraad Sociaal Domein m.b.t. het beleidsplan schuldhulpverlening 2025 -2029
Geacht College,
Recent ontvingen wij het beleidsplan schuldhulpverlening 2025 – 2029. U vraagt ons over dit beleids-plan een advies uit te brengen.
Tijdens het ASD overleg van 22 juli j.l. is het beleidsplan aan de adviesraad gepresenteerd. Het be-leidsplan zelf ontvingen wij daags na dit overleg. Met betrekking tot het proces om te komen tot een goed advies vragen we u voortaan de stukken voorafgaand aan de presentatie met ons te delen zo-dat we ons van te voren in kunnen lezen en eventuele vragen voor de betrokken ambtenaren kunnen bespreken. Omdat we nu geen overleg meer hebben gehad nadat de stukken met ons gedeeld zijn, zijn we via schriftelijke afstemming tot onderstaand advies gekomen.
Algemeen
Uit tabel 1 blijkt dat, hoewel het aantal huishoudens in Pijnacker-Nootdorp met problematische schulden onder het landelijk gemiddelde ligt, er een toename wordt gesignaleerd. Daarbij wordt op-gemerkt dat in Pijnacker de groep inwoners met schulden sneller toeneemt dan in andere kernen. Is bekend wat hier de oorzaak van is?
De ASD vindt het stijgend aantal problematische schulden een zorgwekkende ontwikkeling. We zijn dan ook blij met het uitgebreide beleidsplan waaruit blijkt dat de gemeente schuldenproblematiek bij haar inwoners serieus neemt en inzet op integrale aanpak, maatwerk en aandacht voor mentale draagkracht om inwoners zoveel mogelijk uit de schulden te helpen en te houden.
In het beleidsplan wordt aangegeven dat het streven is te zoeken naar structurele oplossingen en naar financiële zelfredzaamheid binnen de mogelijkheden die inwoners hebben onder eventuele be-nodigde begeleiding. Dit roept de vraag op welk percentage van de doelgroep structurele begeleiding nodig zal hebben en hoe dit georganiseerd en gefinancierd wordt.
Werken met KPI’s
Het is goed te lezen dat de gemeente inzet op het verkrijgen van data om (nog) beter te kunnen stu-ren. We hebben begrepen dat door de overstap naar een nieuw datasysteem het op dit moment nog niet mogelijk is een volledige data-analyse uit te voeren over afgelopen vier jaar. Hoewel begrijpelijk, maakt dit het lastig om dit nieuwe beleidsplan voldoende te onderbouwen en gericht te sturen. De ASD adviseert te onderzoeken of via alternatieve bronnen inzicht kan worden verkregen in de impact van het vorige beleidsplan. Dat kan bijdragen aan het identificeren van zowel de sterke als de verbe-terpunten binnen het gevoerde beleid.
Met betrekking tot de nieuwe KPI’s adviseren we de doelen per KPI SMART te formuleren om zo be-ter doelgericht te kunnen sturen. Daarbij constateren we dat de in het beleidsplan genoemde indica-toren zeker relevant zijn om zicht te krijgen op het effect van de interventies en om bij te sturen. Ech-ter, hier missen we een link met gezondheid. Zoals u zelf al aangeeft in het beleidsplan ligt er een belangrijke verbinding tussen problematische schulden en gezondheidsproblemen. We adviseren dan ook een ambitie op te nemen om de relatie met (ervaren) gezondheid te leggen en dit in te bouwen als KPI. Een mogelijke manier om dat te doen is via het meten van de mentale gesteldheid van de deelnemers aan het traject op meerdere momenten: bij de start, halverwege en aan het einde van het traject. Op die manier kan worden ingeschat welke impact het traject heeft op het welzijn van de deelnemers.
Met betrekking tot het ambitieniveau waar de gemeente eind 2029 wil staan, wordt de afhankelijk-heid van het registratiesysteem genoemd als mogelijke factor van beïnvloeding. De ASD vraagt zich af op welke wijze dit van invloed zou kunnen zijn op de ambitie en of daar, als dat nu al bekend is, niet op voorhand op kan worden geanticipeerd.
Doelgroepen waar de gemeente zich extra op richt
In het beleidsplan wordt gesproken over een aantal doelgroepen waar de gemeente zich komende 4 jaar extra op gaat richten. De ASD onderschrijft het belang van extra aandacht voor deze doelgroe-pen. Tegelijk lijkt het slechts een greep te zijn uit het geheel van (financieel) kwetsbare groepen. Zo zijn bijvoorbeeld ook mensen met niet aangeboren hersenletsel en mensen met een visuele beper-king kwetsbaar als het gaat om schuldenproblematiek. Kunt u toelichten waarom gekozen is voor de vier genoemde doelgroepen in het beleidsplan?
Doelgroep ondernemers
De ASD juicht het toe dat de gemeente gestart is om ondernemers met schulden te helpen. Dit is een belangrijke doelgroep die, mede als gevolg van de Coronacrisis, vaak buiten de eigen schuld in de schulden raakt.
Doelgroep jongeren
De samenwerking met Gro-up om jongeren en hun ouders voor te lichten over een toekomst zonder schulden is belangrijk in het kader van primaire preventie. Wordt daarin ook verwezen naar de website www.vragenovergeld.nl waar later in het beleidsplan naar verwezen wordt? De ASD vind dit een mooie site waar jongeren veel nuttige informatie kunnen vinden.
Met de samenwerking met Gro-up worden de jongeren bereikt die al in beeld zijn bij Gro-up. Heel mooi, maar een grote groep jongeren die in de schulden raakt is niet op tijd in beeld. Het is in eerste instantie de taak van ouders om hun kinderen een goede financiële opvoeding te geven. In de prak-tijk blijkt dit echter niet altijd te gebeuren. De gemeente ziet hierin ook een rol voor haarzelf om ou-ders en scholen te ondersteunen. De ASD ziet scholen als een logische partner hierin aangezien alle jongeren die onder de leerplicht vallen naar school (horen te) gaan. Daarbij begrijpen we dat scholen beperkte tijd hebben en keuzes moeten maken in het lesprogramma. Wellicht kan de gemeente scholen wijzen op de mogelijkheid met jongeren te praten over financiën en schulden tijdens de mentorlessen die alle middelbare scholen kennen. In die voorlichting is, naast de reeds genoemde kennis over het maken van verantwoorde financiële keuzes, aandacht voor de studiefinanciering ook een belangrijk aspect. Veel jongeren hebben niet door dat (maximaal) lenen via DUO tegenwoordig belast is. Dit leidt tot onverwachte financiële tegenvallers en kan zorgen voor veel stress.
Op blz. 25 van het beleidsplan, onder het kopje Week van het geld geeft de gemeente aan dat de ureninzet voor de activiteiten zich niet altijd terugvertaalt in succes. Vooral als het gaat om de doel-groep jongeren constateert de ASD dat De week van het geld nog niet erg bekend is. Wellicht ligt er een kans in het versterken van de promotie van deze week. Naast promotie via het onderwijs kan ook gedacht worden aan andere plekken waar jongeren samenkomen, zoals sportverenigingen, hobbyclubs, winkelcentra en het openbaar vervoer. Ook het inzetten van sociale media (Instagram, Tik-Tok, Snapchat) kan een effectieve manier zijn om deze doelgroep te bereiken.
Doelgroep laaggeletterden
De gemeente doet veel om de doelgroep laaggeletterden te bereiken en te informeren. We zijn blij dat u ook gaat verkennen of de animaties van de NVVK kunnen worden ingezet en of gebruik kan worden gemaakt van pictogrammen. Daarbij zou het mooi zijn als gekeken wordt naar het voorlezen van tekst in (veel voorkomende) andere talen om de visuele informatie ook auditief toegankelijk te maken.
Doelgroep Licht Verstandelijk Beperkt (LVB)
Met betrekking tot de doelgroep LVB merken we op dat dit ons inziens onvoldoende dekking geeft voor de groep inwoners die mogelijk hulp nodig heeft bij hun financiën. Ook de doelgroep zwakbe-gaafd, wat net boven de LVB doelgroep zit, zal bij extra aandacht erkend en geholpen zijn. We advise-ren dan ook ergens te vermelden dat waar LVB staat ook zwakbegaafd bedoeld wordt.
Preventie en vroegsignalering
Het is goed te lezen dat de gemeente nauw samenwerkt met partners om problematische schulden waar mogelijk te voorkomen. In dat kader vraagt de ASD specifiek aandacht voor mensen die net niet in de schulden komen, maar die wel veel stress ervaren als gevolg van hun financiële situatie. Op het moment dat er iets tegen zit kunnen deze mensen in de schuld komen. Op welke manier helpt de ge-meente deze groep om grip te houden op hun financiën en op de stress die dit iedere dag weer met zich meebrengt?
Tot slot willen we benadrukken dat het beleidsplan over het algemeen een goed doortimmerd plan is met oog voor de belangen van onze inwoners en een duidelijke inzet op preventie. Waarbij de ge-meente recht doet aan haar gebruikelijke inzet op maatwerk. Ook als een inwoner langer dan de 18 maanden die daarvoor staan nodig heeft om op eigen benen te kunnen staan.
Met vriendelijke groet,
namens de Adviesraad Sociaal Domein Pijnacker-Nootdorp
Piet van Adrichem
Voorzitter
Geachte leden van de Adviesraad sociaal domein,
Hartelijk dank voor uw advies inzake de Beleidsregels Tijdelijke Regeling Alleenverdienersproblematiek. In uw brief van 14 juli jl. geeft u aan geen inhoudelijke aanpassingen of aanvullingen op de toegezonden – en tijdens de bijeenkomst van 24 juni jl. toegelichte – beleidsstukken te hebben.
Wel plaatst u kanttekeningen met betrekking tot de uitvoering. U vraagt aandacht voor inwoners van de gemeente Pijnacker-Nootdorp die op grond van recente wijzigingen in de inkomenssituatie mogelijk onder de doelgroep van de beleidsregels vallen maar niet in beeld zijn bij de gemeente. Deze (financieel kwetsbare) groep inwoners staat vermoedelijk niet vermeld op het overzicht dat de gemeente jaarlijks van de Belastingdienst ontvangt.
Daarom adviseert u de regeling alleenverdienersproblematiek breed onder de aandacht te brengen en actief te communiceren. Naast het publiceren van de beleidsregels op de gemeentelijke website zal de gemeente daarom bovendien gebruik maken van andere mediakanalen waaronder de Telstar/Eendracht
en de Nieuwsbrief Werk & Inkomen.
Verder verwijst u in uw advies op de kansen die de nieuwe regeling biedt om tijdens het contact met deze groep inwoners ook andere vormen van ondersteuning mee te nemen in het gesprek. Ook dit advies zullen we meenemen in de uitvoeringspraktijk, o.a. door de klantmanagers hierop vooraf te instrueren.
Wij gaan ervan uit dat uw advies hiermee voldoende gehoor heeft gekregen.
Het college van Pijnacker-Nootdorp,
Annelies Kroeskamp
secretaris (plv.)
Annelies Kroeskamp
burgemeester (plv)
Aan het College van Burgemeester en Wethouders Pijnacker-Nootdorp
Postbus 1
2640 AA Pijnacker
Pijnacker, 14 juli 2025
Betreft twee adviezen:
Advies Beleidsregels Tijdelijke Regeling Alleenverdienersproblematiek gemeente Pijnacker-Nootdorp 2025.
Advies Ontwerpbeleid pré-mantelzorgwoningen Pijnacker-Nootdorp.
Geacht College,
Om onnodige acties te vermijden in deze zomerperiode, hebben we ervoor gekozen om beide adviezen samen uit te brengen. Wij hebben deze werkwijze afgestemd met de ambtenaren, die de beleidsvoorstellen aan ons hebben gepresenteerd.
Tijdens ons overleg op 24 juni 2025 heeft Jurgen Woudwijk de beleidsregels alleenverdienersproblematiek en hebben Bianca Woutersen en Annemarieke Wamsteeker het ontwerpbeleid pré-mantelzorgwoningen toegelicht. Aansluitend hebben wij de beide beleidsstukken intern besproken en vervolgens dit advies opgesteld.
Beleidsregels Tijdelijke Regeling Alleenverdienersproblematiek gemeente Pijnacker-Nootdorp 2025. Voor zover wij het kunnen beoordelen zijn de beleidsregels juridisch in orde en bieden ze duidelijkheid over de toegang tot de regeling voor alleenverdieners in de jaren 2025, 2026 en 2027. Vanaf 2028 is de regeling overbodig, aangezien problemen op dit terrein dan via de inkomstenbelasting kunnen worden opgelost. We hebben dan ook geen aanvullingen op de voorgelegde tekst.
Wel willen we de volgende kanttekeningen plaatsen bij de uitvoering. Uit de toelichting hebben we begrepen dat de gemeente deze groep inwoners slechts beperkt in beeld heeft. Van een beperkte groep inwoners ontvangt de gemeente jaarlijks een overzicht aan wie de uitkering ambtshalve uitgekeerd kan worden. Dat is echter slechts een deel van de inwoners die recht zouden kunnen hebben op deze uitkering. Artikel 3 beschrijft hoe aanvragen vanuit deze groep inwoners beoordeeld moeten worden. Maar dan moeten die inwoners eerst wel van op de hoogte zijn van de mogelijkheid om een aanvraag in te dienen. Tijdens de mondelinge toelichting is dit onderwerp kort besproken. Genoemd werd vermelding op de website van de gemeente. De ASD veronderstelt dat de kans niet groot is dat de doelgroep regelmatig de website van de gemeente bezoekt. Om een groter bereik te realiseren adviseren we u hier actiever mee aan de slag te gaan door bijvoorbeeld publicaties in Telstar/Eendracht en de Nieuwsbrief Werk & Inkomen.
Aansluitend willen we u nog wijzen op de kansen die de nieuwe regeling biedt om deze groep inwoners meer dan alleen financiële ondersteuning te bieden. Natuurlijk is het belangrijk om duidelijke regels te formuleren waar binnen de regeling uitgevoerd wordt. Tegelijkertijd is het ook een kans om in gesprek met deze inwoners ook te bekijken op welke manier de gemeente deze inwoners nog meer kan ondersteunen. Wat speelt er, wat is hun toekomstperspectief en kan de gemeente daar iets in betekenen?
Ontwerpbeleid pré-mantelzorgwoningen Pijnacker-Nootdorp
De Adviesraad wil haar waardering uitspreken voor de inspanningen van het College om de mogelijkheden voor de bouw van mantelzorg woningen uit te breiden naar een periode voordat deze mantelzorg nodig is. Daarmee inwoners de mogelijkheid biedend om preventief actie te ondernemen en niet op een later en misschien te laat moment voor voldongen feiten te worden geplaatst. Gezien de voorwaarden die nodig zijn op het gebied van ruimte en financiën verwachten we wel dat de regeling slechts voor een beperkte groep inwoners een oplossing kan bieden.
Onze inbreng in een eerdere fase van een het ontwerpproces vinden wij terug in het nu voorliggende ontwerp beleid. De regels zoals nu geformuleerd zijn duidelijk en bieden kaders voor inwoners die een dergelijk project willen opzetten. Wij blijven moeite houden met de maximale periode van 15 jaar en situaties die daarna kunnen ontstaan met overlevende partners, die de leeftijd van 75 jaar nog niet hebben bereikt. Anderzijds weten wij ook, dat in 15 jaar veel kan veranderen, ook wetten, wanneer later blijkt dat deze problematiek op meerdere plaatsen actueel wordt.
Uit de mondelinge toelichting hebben we begrepen dat het plaatsen van een pré-mantelzorgwoning bij een bedrijfswoning niet mogelijk is. Dat vindt de ASD een gemiste kans. Juist in onze gemeente, waar met name de tuinbouw nog altijd een belangrijke economische pijler is en waar veel inwoners werkzaam zijn, kan zich de situatie voordoen dat ouders hun bedrijf willen overdragen aan hun kind of kinderen en bij het familiebedrijf willen blijven wonen om daar in veel gevallen nog actief een bijdrage aan te leveren. De ASD vermoedt dat juist deze groep inwoners gebaat kan zijn bij de plaatsing van pré-mantelzorgwoningen. Terwijl daar op het bedrijfsterrein ook vaak de ruimte voor aanwezig is. Ook wanneer milieu- of andere regels dat nu nog onmogelijk maken, verwachten we van het College een actieve inzet om plaatsing van pré-mantelzorgwoningen bij bedrijfswoningen toch mogelijk te maken. Het College ontwikkelt nu een visie over de bewoningsmogelijkheden in agrarisch gebied en wij verzoeken u daarin bovengenoemde problematiek mee te nemen en er een oplossing voor te vinden.
Samenvattend
In beide documenten heeft het College de regels duidelijk geformuleerd als kader voor aanvraag en toekenning. Als adviesraad willen we er voor pleiten om in de uitvoering pro-actief in gesprek te gaan met de aanvragende inwoners om samen met hen te bekijken wat wèl mogelijk is en in hoeverre de gemeente daarin kan ondersteunen.
Met vriendelijke groet,
namens de Adviesraad Sociaal Domein Pijnacker-Nootdorp
Piet van Adrichem
voorzitter
c.c. Gemeente Pijnacker-Nootdorp, de heer J. Woudwijk, mevrouw B. Woutersen
zaaknummer 1584861
berichtnummer 1439021
aan Raad
van College
afschrift
Datum 8 mei 2025
Onderwerp Beantwoording beeldvormende vragen over het interventieplan kostenbeheersing en innovatie sociaal domein 2025-2028
status Informatief
Door de fracties CDA, Progressief Pijnacker-Nootdorp, Eerlijk Alternatief, de VVD en D66 zijn vragen gesteld over beantwoording schriftelijke vragen interventieplan kostenbeheersing en innovatie (agendapunt 6c). Daarnaast heeft ook de Adviesraad Sociaal Domein (ASD), naar aanleiding van de reactie van het college op het eerste advies van de ASD op het interventieplan, een aanvullend advies gestuurd. Zie hiervoor de bijlage.
Hieronder treft u de beantwoording van de vragen van de fracties en het aanvullende advies van de ASD aan:
Vragen CDA
Vraag 1
P4 U stelt dat er nog pijnlijkere maatregelen zijn opgesteld die de inwoners kunnen raken en noemt daarbij als voorbeeld een inkomenstoets voor de WMO.
Kan het college aangeven of zij bevoegd is om een dergelijke toets toe te passen? Zo ja, waarom past het college deze niet toe?
Antwoord
Bij het bedenken van maatregelen hebben we onderzocht wat wel en niet mogelijk is, waarbij er gekeken is naar de randen van de wet. Het toepassen van een inkomenstoets bij de Wmo is maatregel met een zeer hoog juridisch risico, waarvan onduidelijk is wat de haalbaarheid hiervan is. Wel weten wij dat het doen van een inkomenstoets bij de Wmo kostenbesparende effecten kan hebben.
Vraag 2
P 3 staat “ Daarnaast wachten wij verdere landelijke ontwikkelingen af die kosten kunnen besparen in het sociaal domein, zoals de (her) invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor alle voorzieningen binnen de WMO en de uitvoering van de hervormingsagenda jeugd door de rijksoverheid”.
Kan het college ongeveer aangeven wat de besparingen zouden kunnen zijn als de voorgestelde maatregelen van het rijk wel doorgang vinden? Hoe zien wij deze besparingen terug, daar wij hebben wij hebben begrepen dat het verrekend wordt binnen het gemeentefonds. Klopt dit?
Antwoord
In de voorlopige uitwerking van de voorjaarsnota 2025 van het Rijk zit er voor ons inderdaad vanaf 2028 een korting (nadeel) in van € 450K waarvan verondersteld wordt dat wij die ‘goedmaken’ door een eigen bijdrage op Jeugdzorg te innen. Eerder hebben we iets dergelijks ook al verwerkt op Wmo (€ 87K). En inderdaad, de besparingsopties uit de Hervormingsagenda worden de gemeenten opgelegd met (min of meer) evenredig hoge korting op het gemeentefonds. Met andere woorden: tegenover besparingen uit de hervormingsagenda of het kunnen innen van eigen bijdragen staan lagere inkomsten uit het gemeentefonds.
Vraag 3
Het Interventieplan is vooral gericht op kostenbeheersing, maar hoe zit het met het te verwachten personeel te kort de komende jaren? In hoeverre wordt hier al met partners naar gekeken naar maatregelen op korte termijn? (o.a. AI)
Antwoord
Maatregelen binnen het interventieplan zijn gericht op het korter en doelgerichter inzetten van zorg en dat zorg wordt uitgesteld of voorkomen. Dit draagt bij aan een lagere inzet van personeel.
Bij de uitvoering van de zorgakkoorden IZA, RIGA, GALA, WOZO en AWZA is het door uw genoemde knelpunt een belangrijk item.
Vraag 4
P 7. Kan het college aangeven waarom de kosten in de regionale jeugdzorg zo enorm zijn gestegen van 2017 8,4 miljoen naar 13,4 miljoen in 2024. Wat is de oorzaak, over welke kosten/aantallen praten we hier die deze enorme stijging hebben veroorzaakt? P12 Dit ook in relatie met het aantal kinderen dat in PN in de GGZ zitten? Is er in grote lijnen een gedeelde oorzaak waarom zij hierin terecht zijn gekomen?
Antwoord
In hoofdstuk 3 van het interventieplan hebben voor u een uitgebreide analyse gemaakt van de oorzaken van de kostenstijging in het sociaal domein.
Wij zien dat door het ontbreken van heldere kaders, steeds meer vraagstukken binnen deze wet vallen. En daarmee binnen het gemeentelijk domein. De jeugdwet kent ook diverse toegangen/verwijzers. Waardoor grip op de toegang van jeugdhulp beperkter is.
We zien binnen jeugdzorg dat het aantal klanten redelijk stabiel is. We zien gemiddelde kosten per klant stijgen. Bij specifieke producten, zoals verblijf, is deze kostenstijging ingegeven door landelijk beleid. De toename van de vraag naar jeugd-GGZ binnen onze gemeente is in lijn met de landelijke trend.
Vraag 5
P 10/11 staat; Ook de wijze van contracteren en de wettelijke voorschriften voor het bepalen van reële tarieven en de jurisprudentie daarover hebben een kostenverhogend effect. Kan het college de oplossingen geven voor de bovengenoemde punt, aan welke knoppen moet gedraaid worden en op welk niveau (lokaal, regionaal, landelijk) moet dit gebeuren?
Antwoord
De wijze van contracteren kan lokaal en/of regionaal worden bepaald. Het bepalen van wettelijke voorschriften van reële tarieven en de jurisprudentie hierover zijn verankerd in de landelijke wetgeving.
Vraag 6
Maatregel 6 Onderzoeken mogelijkheden voorkeursaanbieders en max. plafond per aanbieder. Kan de gemeente aanbieders uitsluiten? U stelt; Daarnaast wil de gemeente een plafond aanhouden voor aanbieders zodat enkel met aanbieders wordt samengewerkt die als betrouwbaar en kwalitatief passend worden geacht door de gemeente. Ligt hier ook niet een taak regionaal? Kunnen wij als raad niet regionaal bij het inkoopkader hier een opdracht neerleggen bij SBJH?
Antwoord
Regionaal is dit zeker ook een mogelijkheid die wordt benut. Wat wij als gemeente doen binnen dit interventieplan, is dat wij zelf kijken welke mogelijkheden het contract ons biedt. Deze maatregel is hier een voorbeeld van.
Ook regionaal wordt er gesproken over het zoveel mogelijk kaders meegeven aan dienstverleners binnen de jeugdwet en de contractuele kaders.
Vraag 7
Maatregel 2 Kan het college aangeven hoe een Cliënt bij een WMO consulent komt? Is dit middels een verwijzing huisarts of meld een cliënt zichzelf? Wat zijn de exclusiecriteria, zoals genoemd bij de maatregelen?
Antwoord
Een inwoner of vertegenwoordiger van de inwoner kan zelf een melding maken bij de gemeente via de telefoon, email, website en de welzijnsondersteuner ouderen (WOO). Deze meldingen worden gescreend en er wordt contact opgenomen met de inwoner voor een huisbezoek.
Vraag 8
Waar komt het verplichtend karakter powerful Ageing te volgen vandaan om in aanmerking te komen voor de WMO voorziening? Is dit landelijk bepaald?
Antwoord
Wij zijn voornemens om krachtig ouder worden aan te bieden als voorliggende voorziening. Dat wil zeggen dat wanneer deze voorziening passend is voor een inwoner, dus een oplossing biedt, wij op dat moment geen Wmo-maatwerkvoorziening aanbieden. Dit is niet landelijk bepaald, maar vastgelegd in de verordening maatschappelijke ondersteuning en de beleidsregels Wmo.
Vraag 9
Zijn er genoeg ‘speciale’ fysiotherapeuten beschikbaar om powerful Ageing in onze gemeente om in te zetten en ontstaan er geen wachtlijsten?
Antwoord
We verwachten hierbij geen problemen. De aanbieder van krachtig ouder worden voorziet in voldoende capaciteit van fysiotherapeuten.
Vraag 10
Maatregel 3 de ACSD schrijft hier als advies het is belangrijk dat de gemeente zijn onafhankelijkheid bewaakt. Kunt u nader uitleggen hoe u dit gaat doen?
Antwoord
Bij implementatie van deze maatregel wordt een afwegingskader voor onze Wmo-consulenten opgesteld, waarin wordt bepaald onder welke criteria een inwoner het programma krachtig ouder worden volgt. Net als bij andere Wmo-voorzieningen wordt, in uitzonderlijke gevallen, een medisch advies ingewonnen. De inwoner kan uiteraard ook gebruik maken van een onafhankelijke clientondersteuner.
Met de aanbieder van krachtig ouder worden maken wij uiteraard afspraken om te bepalen of een inwoner kan deelnemen aan dit programma.
Vraag 11
Maatregel 8, Kan het college aangeven om hoeveel jongeren tussen 18 t/m 27 het gaat in onze gemeente? Is er een meldpunt voor deze jongeren? Heeft u ook contact gehad met andere organisaties die mogelijk ook deze jongeren helpen?
Antwoord
Vijf inwoners per jaar zullen starten met het Jongeren Perspectieffonds. We verwachten dit aantal jongeren te vinden via leerplicht/RMC en via ons meldpunt kinderopvangtoeslagaffaire (KOT).
Onderdeel van het plan is om lid te worden van het landelijke platform Jongeren Perspectieffonds, om ervaringen en kennis uit te wisselen. Dit specifieke aanbod wordt op dit moment niet door andere organisaties binnen onze gemeente geboden.
Vraag 12
Maatregel 4 Kan het college aangeven om hoeveel inwoners het hier gaat, die van de Loonkostensubsidie (LKS) in de gemeente gebruik kunnen gaan maken? Werken de werkgeverscheque en de praktijkroute onvoldoende, daar u kiest voor (extra) LKS? Hoeveel mensen met arbeidsbeperking zouden hierdoor mogelijk hun baan kunnen verliezen?
Antwoord
De maatregel richt zich specifiek op het doen van verdiepend onderzoek op de inzet van LSK als instrument om mensen weer naar de arbeidsmarkt te begeleiden. We zien potentie in het breder inzetten van LKS, maar aanvullend onderzoek is nodig om te bezien of deze maatregel inderdaad het gewenste effect (meer mensen aan de slag) heeft, en wat daar (extra) voor nodig is. Uiteraard mag het breder inzetten van LKS er niet voor zorgen dat andere arbeidsbeperkte mensen hun baan (met LKS) kwijtraken. Juist daarom is verdiepend onderzoek nodig om LKS zo effectief mogelijk in te zetten. De werkgeverscheque en praktijkroute zijn ook goede instrumenten, maar bedienen een andere doelgroep en hebben ook een ander doel. LSK is geen vervanger van deze instrumenten. LKS is interessant om dat mensen met een (lage) loonwaardemeting toch aan de slag kunnen in regulier werk, en de werkgever daarvoor een compensatie krijgt. De werknemer krijgt gewoon salaris, wat een normaliserend effect heeft.
In maart 2025 waren er 69 personen met LKS in onze gemeente (hetzelfde aantal als in maart 2024, in maart 2023 waren het 61 personen).
Vragen Progressief Pijnacker-Nootdorp
Vraag 1
In de voorjaarsnota is geld beschikbaar gesteld voor gemeenten. Heeft dit nog gevolgen voor het plan zoals dit nu voorligt?
Antwoord
De extra middelen vanuit het Rijk zijn niet meegenomen bij de uitwerking van dit plan.
Vraag 2
Wat zijn de belangrijkste oorzaken van de kostenstijging in 2023 en 2024, met name in de jeugdzorg?
Antwoord
In hoofdstuk 3 van het interventieplan staat een uitgebreide analyse van de oorzaak van de stijgende kosten binnen het sociaal domein.
Bij de Wmo zien wij een sterke toename van het aantal klanten en een stijging van het tarief (door indexaties en tariefonderhandelingen). Bij Wmo-hulpmiddelen komen we vanuit een situatie waarin niet kostendekkende tarieven werden gerekend, dat tot gevolg had dat aanbieders failliet gingen. Bij de nieuwe aanbesteding zijn scherpe marktconforme tarieven afgesproken.
De reikwijdte van de Wmo is in de afgelopen 10 jaar enorm opgerekt als gevolg door jurisprudentie. Ook bij de jeugdzorg zien wij dat door het ontbreken van heldere kaders (afbakening), steeds meer vraagstukken binnen de Jeugdwet vallen. En daarmee binnen het gemeentelijk domein. De Jeugdwet kent ook diverse toegangen/verwijzers. Waardoor grip op de toegang van jeugdhulp beperkter is.
We zien binnen jeugdzorg dat het aantal klanten redelijk stabiel is. We zien gemiddelde kosten per klant stijgen. Bij specifieke producten, zoals verblijf, is deze kostenstijging ingegeven door landelijk beleid.
Voor jeugdhulp en Wmo geldt dat in 2023 de indexaties van de tarieven, vanwege inflatie en Caoafspraken, buitengewoon hoog waren.
Vraag 3
Zit er nog rek in de maatregelen uit het eerdere interventieplan? Door deze bijvoorbeeld opnieuw tegen het licht te houden?
Antwoord
De maatregelen uit het eerdere interventieplan zijn geïmplementeerd en onderdeel van onze reguliere werkzaamheden. Hier zit geen rek meer in. Ondanks de kostenbesparende effecten van deze maatregelen, hebben wij de kosten binnen het sociaal domein de afgelopen jaren zien stijgen.
Vraag 4
In 2025 zijn al 6 maatregelen in uitvoering genomen. Kan op basis van de resultaten van Q1 al een indicatie gegeven worden of het besparingspotentieel realistisch is?
Antwoord
Het is nog te vroeg om een indicatie te geven of het besparingspotentieel realistisch is. Na een jaar zullen wij over de voortgang van het interventieplan rapporteren, waaronder ook deze zes maatregelen.
Vraag 5
Het pakket van maatregelen overschrijdt ook in het behoudende scenario de taakstelling. Waarom heeft het college hiervoor gekozen?
Antwoord
De ervaring leert dat de kosten in het sociaal domein stijgen en lastig te voorspellen zijn. Ruimte in de taakstelling biedt de mogelijkheid om toekomstige tegenvallers op te vangen. In de praktijk is de contractuele indexatie van tarieven ook vaak hoger dan de gemiddelde vergoeding die in de begroting wordt verwerkt.
Vraag 6
Kan het college met een aantal voorbeelden schetsen wat de verschillen zijn in ‘basis’ GGZ-trajecten en specialistischer trajecten, ook wel ‘S-GGZ’ genoemd.
Antwoord
Basis-GGZ is kortdurend en oplossingsgericht. Het gaat om vraagstukken die binnen de gegeven tijdsbegrenzing van maximaal 18 uur opgelost kunnen worden. Deze interventie kan ook enkelvoudig uitgevoerd worden.
Specialistische GGZ vraagt een andere expertise. Het gaat om behandeling van zwaardere problematiek, waarbij vaak multi-disciplinair gewerkt wordt en waarbij ook behandeling door een psychiater of klinisch psycholoog mogelijk is.
Vraag 7
We bieden niet langer standaard overbruggingszorg aan met uitzondering voor jeugdigen waarbij dit noodzakelijk is. Wanneer is er in de toekomst sprake van situaties waarin dit noodzakelijk is. Graag met een aantal voorbeelden toelichten.
Antwoord
Als er sprake is van een wachtlijst voor passende ondersteuning gaat het kernteam op zoek naar onderdelen van de vraag waarop wel ondersteuning geboden kan worden. Dit door het kernteam zelf of met inzet van ander aanbod. Vertrekpunt is wat er wel kan. U kunt hierbij denken aan het vinden van activiteiten voor een jeugdige waarop deze “aangaat”. Enkel contact onderhouden volstaat niet. Het gaat erom dat de interesse wordt gewekt, sociaal contact ontstaat of een doorbreking van isolement. Denk aan helpen bij de boer of in een winkel. Er zijn vele mogelijkheden. Soms lukt dit ook met de inzet van de sociale omgeving.
Vraag 8
Bij de maatregel krachtiger ouder worden is een weergave van hoe dat in zijn werk gaat. Er is sprake van zogenaamde exclusiecriteria bij de intake en in de tekst is een verwijzing naar een document met zeer waarschijnlijk deze criteria. Is het mogelijk deze criteria te ontvangen?
Antwoord
Deze criteria worden na vaststelling uitgewerkt. Na vaststelling van deze maatregel zal er ook een aanbesteding en vervolgens een implementatie plaatsvinden. In deze periode wordt ook het afwegingskader ontwikkeld. Het afwegingskader wordt opgenomen in de beleidsregels Wmo.
Vraag 9
Kent het college de bezwaren van KBO Pijnacker & Nootdorp op de maatregel krachtiger ouder worden?
Antwoord
Wij hebben een constructief met de KBO Pijnacker & Nootdorp over de bezwaren en kansen van krachtig ouder worden. We zullen hier bij het uitvoeren van deze maatregel rekening mee houden.
Vraag 10
Is het mogelijk om deze maatregel breder (lees eerder) in te zetten waardoor ouderen niet pas met dit aanbod in aanraking komen op het moment dat zij een aanvraag doen voor huishoudelijke hulp?
Antwoord
In de praktijk bieden wij inwoners op dit moment preventieve activiteiten aan in het voorliggende veld (bijvoorbeeld activiteiten vanuit SWOP, mantelzorgondersteuning) mogelijkheden voor activering, bevordering en behoud van de fitheid en veerkracht aan. Het zijn sociale activiteiten vanuit bijvoorbeeld het gezondheidsbeleid, waarin beweging centraal staat. Denk hierbij aan Sociaal Vitaal en Valpreventie. Fit blijven op lange termijn.
Vraag 11
Wordt bij de maatregel “onderzoek plaatsingsbeleid sociale huurwoningen” ook onderzocht waarom deze mensen naar onze gemeente verhuizen?
Antwoord
Dit wordt niet meegenomen in het aan de raad voorgestelde onderzoek. Er zijn veel verschillende redenen denkbaar waarom deze mensen naar onze gemeente verhuizen.
Vragen Eerlijk Alternatief
Vraag 1
Zijn er beleidsmatige afwegingskaders gebruikt om te bepalen wat ‘innovatief’ is?
Antwoord
Het kader dat is gebruikt bij het opstellen van het interventieplan, zijn de uitgangspunten de nieuwe visie op het sociaal domein.
Zoals ook in het interventieplan staat (pagina 6), zijn de visie op het sociaal domein en dit interventieplan voor kostenbeheersing en innovatie nauw met elkaar verbonden en dit interventieplan is onderdeel van het uitvoeren van de visie. De visie biedt een breed kader en richting voor het sociaal domein, met nadruk op preventie, normaliseren, integraal samenwerken en het versterken van de sociale basis. Het interventieplan vertaalt deze principes naar concrete maatregelen die gericht zijn op innovatie, het beheersen van de kosten en het verbeteren van de efficiëntie en effectiviteit van de zorg en ondersteuning. Samen vormen ze een samenhangend geheel dat bijdraagt aan een veerkrachtig en toekomstbestendig sociaal domein.
Wij zien innovatie als toevoegen van nieuwe en verbeterende werkwijzen aan het bestaande lokale palet. Waarbij een kwaliteitsimpuls en kostenbeheersing hand in hand moeten gaan.
Vraag 2
Wat gebeurt er als een maatregel onvoldoende resultaat oplevert? Is er een plan voor tussentijdse bijstelling en wie beslist daarover?
Antwoord
Wij monitoren de maatregelen, net als in het eerste interventieplan, en zullen hier jaarlijks over rapporteren. Als een maatregel onvoldoende resultaat oplevert, kan het college ervoor kiezen om een maatregel te stoppen. Hier zal de gemeenteraad over worden geïnformeerd, via de P&C-cyclus en een jaarlijkse voortgangsrapportage.
Vraag 3
Hoe worden samenwerkingspartners (regionale samenwerkingspartners, zorgbureau en zorgaanbieders) meegenomen in de uitvoering?
Antwoord
Na vaststelling van de maatregelen zal de implementatie plaatsvinden. Dit zal naast intern, waar nodig ook extern gebeuren. Bij deze implementatie worden de samenwerkingspartners betrokken. Ook zijn een aantal maatregelen, bijvoorbeeld ondersteuning bij complexe echtscheidingen en afkaderen basis-GGZ, regionaal opgesteld.
Vraag 4
Hoe verhoudt dit plan zich tot landelijke ontwikkelingen of wetgeving?
Antwoord
In hoofdstuk 3 van het interventieplan (trends en analyse van de kostenontwikkeling in het sociaal domein) laten wij zien dat door de landelijke ontwikkeling en de wetgeving de kosten in het sociaal domein blijven stijgen. Verder stellen wij vast dat de VNG heeft berekend dat gemeenten voor de uitvoering van taken in het sociaal domein structureel te weinig geld ontvangen. Het toekomstige ‘Ravijn’ en het herverdeeleffect van het gemeentefonds resulteert in structureel achterblijvende inkomsten en geeft hierdoor een hoop financiële onzekerheid voor onze gemeente. Hierop anticiperen wij.
Vraag 5
Maatregel: Inzet Basis GGZ qua uren en inhoudelijk afkaderen. Hoe worden de grenzen in tijd en inhoud concreet vertaald in verwijzingscriteria voor verwijzers?
Antwoord
In het format voor deze maatregel kunt u zien dat wij de basis-GGZ een scherper afgebakende omschrijving willen geven. Waarmee het gebruik van de basis-GGZ wordt zoals bedoeld: kortdurend en probleemoplossend. Qua uren is hiervoor 18 uur beschikbaar. Dit wordt vastgelegd in het richtinggevend kader dat voor alle verwijzers, de gemeenten en het servicebureau Jeugdhulp Haaglanden als basisdocument wordt gebruikt.
In de praktijk zien wij dat basis-GGZ vaak gevolgd wordt door inzet van specialistische GGZ. Wij hebben het standpunt dat de inzet van de basis-GGZ in deze gevallen niet de juiste keuze is geweest. In één keer de juiste passende zorgvorm.
Vraag 6
Hoe wordt bepaald welke zorgvragen binnen dit basis-GGZ vallen en welke niet?
Antwoord
Op dit moment werken wij met een behulp van een richtinggevend kader, dat na vaststelling van deze maatregel verder wordt aangescherpt.
Vraag 7
In hoeverre wordt bij deze maatregel rekening gehouden met wachtlijsten voor vervolgzorg?
Antwoord
Wij proberen onze inwoners zo goed mogelijk te begeleiden naar de meest passende zorg waar de wachtlijst bij de aanbieders beperkt is.
Vraag 8
Maatregel: Inzet rond echtscheidingsproblematiek begrenzen Welke criteria worden gebruikt om de mate van inzet bij scheidingsproblematiek te begrenzen?
Antwoord
Wij volgen de beschrijving van het product dat bij echtscheidingsproblematiek wordt ingezet, zoals in het contract is opgenomen. Deze omschrijving is heel algemeen en daardoor toepasbaar op vrijwel alle problematiek rondom echtscheidingen. Wij willen ons echter beperken tot dit product.
Het probleem dat wij met name zien, is dat andere jeugdhulpproducten of een combinatie hiervan, wordt ingezet bij echtscheidingsproblematiek. Hierdoor valt de mogelijkheid om deze inzet te begrenzen weg.
Vraag 9
In hoeverre wordt de inzet van schoolmaatschappelijk werk of wijkteams als alternatief beschouwd?
Antwoord
Deze alternatieven zijn voorliggend op de maatwerkvoorziening. Dit betekent dat wanneer een probleem hiermee opgelost kan worden, er geen maatwerkvoorziening nodig is. Verder zijn schoolmaatschappelijk werk en het wijkteam gericht op normaliseren en op preventie. Dus het voorkomen van problemen.
Vraag 10
Maatregel: JOH-codes (MBO/HBO/WO): voorkomen van upcoding. Welke controlemechanismen worden ingezet om het oneigenlijk gebruik van hogere codes te signaleren?
Antwoord
Wij screenen alle verzoeken tot toewijzing (VOT) en verzoeken tot wijziging (VOW). Bij vaststelling van de inzet van onjuiste code gaan wij hierover in gesprek met de dienstverlener. Waar nodig vorderen wij terug.
Vraag 11
Hoe wordt geborgd dat juiste deskundigheid behouden blijft ondanks de financiële begrenzing?
Antwoord
De interventies die ingezet worden, zijn allen gebaseerd op een reëel tarief. Vanuit de Rijksoverheid zijn wij hiertoe verplicht. Hierdoor is behoud van deskundigheid geborgd. Het doel is een goed en passend product en niet langer dan nodig.
Vraag 12
Hoe wordt de inzet van opleidingsniveaus afgestemd op de complexiteit van casuïstiek?
Antwoord
De inzet van opleidingsniveaus en werkervaring is afgestemd op de complexiteit van de casuïstiek is contractueel vastgelegd. Ook binnen ons kernteam is de inzet van opleidingsniveaus, werkervaring en expertise afgestemd op de complexiteit geborgd.
Vraag 13
Maatregel: Overbruggingszorg minimaliseren
Antwoord
Dit is sterk afhankelijk van de desbetreffende casus. Telkens wordt goed bekeken wat het meest
passend is om het kwetsbare gezin te ondersteunen, naar wat wel mogelijk is. Het is goed om te weten dat dit bijvoorbeeld ook schuldhulpverlening of maatschappelijk werk kan zijn. Er zijn binnen het sociaal domein meer vormen van interventie mogelijk.
Vraag 14
Hoeveel trajecten die nu onder overbruggingszorg vallen kunnen straks direct naar een structureel aanbod worden geleid?
Antwoord
Deze vraag kunnen wij niet specifiek beantwoorden. De inzet van een product wordt niet specifiek als overbruggingszorg geregistreerd. We schatten in dat het er tientallen per jaar zijn.
Vraag 15
Maatregel: Onderzoeken mogelijkheden voorkeursaanbieders en maximum budgetplafond per aanbieder. Hoe wordt bepaald welke aanbieders in aanmerking komen als voorkeursaanbieder?
Antwoord
Hierbij wordt gekeken naar kwaliteit van de samenwerking, kwaliteit van de zorg en het resultaat van geleverde zorg.
Vraag 16
Wat gebeurt er met jongeren die tussentijds zorg nodig hebben wanneer het budgetplafond is bereikt?
Antwoord
Deze jongeren krijgen een ander passend aanbod.
Vraag 17
Maatregel: Vergoeding Specialistische BSO beperken tot meerkosten boven regulier tarief Wat zijn de effecten van deze maatregel op de toegankelijkheid van BSO voor kinderen met extra ondersteuningsbehoefte?
Antwoord
Wij verwachten geen effecten van deze maatregel op de toegankelijkheid van BSO voor kinderen met extra ondersteuningsbehoefte. Net als alle kinderen die naar de BSO gaan, vragen ouders hiervoor een kinderopvangtoeslag aan en betaalt de gemeente de meerkosten voor het specialisme. Wel betalen de ouders de reguliere eigen bijdrage voor de BSO.
Vraag 18
Hoe wordt de grens bepaald tussen reguliere en specialistische kosten, en wie toetst dit?
Antwoord
De vergoeding die een huishouden ontvangt vanuit de kinderopvangtoeslag, vormt de basis van het bedrag dat een huishouden bijdraagt aan de kosten van de specialistische BSO.
Dit zal door de gemeente administratief moeten worden getoetst.
Vraag 19
Maatregel: Collectieve en contextgerichte inzet op scholen (‘onderwijspyramide’)
Hoe wordt bepaald welke scholen of doelgroepen prioriteit krijgen bij de collectieve inzet?
Antwoord
Op alle scholen in de onderwijsregio wordt collectief aanbod geboden voor een zo breed mogelijke doelgroep. Waar deze ondersteuning niet passend meer is, wordt maatwerk ingezet.
Vraag 20
Maatregel: Zorgwekkende verzuimers (technische maatregel, wordt al uitgevoerd)
Welke specifieke interventies worden als effectief aangemerkt binnen de aanpak van zorgwekkend verzuim?
Antwoord
Dit is bij uitstek maatwerk dat voor deze inwoners wordt gezet. De casuïstiek is zo uniek, dat voor iedere zorgwekkende verzuimer specifiek wordt gezocht naar een manier om uit de impasse van deze jongere te komen.
Vraag 21
Wat zijn de belangrijkste knelpunten die voortkomen uit de uitvoering tot nu toe?
Antwoord
Op dit moment ervaren wij geen knelpunten.
Vraag 22
Maatregel: Inwoners actief waarschuwen voor het inkomensafhankelijk abonnementstarief
Op welke momenten in het klantcontact wordt de waarschuwing voor het abonnementstarief gegeven?
Antwoord
Op dit moment is het nog onzeker wanneer het inkomensafhankelijk abonnementstarief ingaat. De verwachting nu is dat het 1-1-2027 wordt. Zodra deze datum zeker is, zullen wij de communicatie richting de inwoners uitwerken en inzetten.
Vraag 23
Maatregel: Vergoeding vragen voor medische keuring GPK (gehandicaptenparkeerkaart) – nadere uitwerking kadernota 2025
Hoe wordt de drempelwerking voor mensen met beperkte financiële draagkracht beoordeeld?
Antwoord
Als inwoners de middelen voor een medische keuring niet hebben, kunnen zij een beroep doen op de bijzondere bijstand. Voor het aanvragen hiervan wordt gekeken naar de draagkracht van de inwoner, conform de regels van de bijzondere bijstand.
Vraag 24
Bij effect wordt gesproken over het betalen van €145,- bij een nieuwe aanvraag, of een vervolgaanvraag waarbij geen sprake is van een chronische en/of onomkeerbare beperking. Bij de risico’s staat dat inwoners eenmalig kosten van de medische keuring betalen. Ook wordt er gesproken over kiezen voor scenario 3. Maar dit scenario behelst iets anders dan het betalen van de medische keuring bij een eerste aanvraag. Kan het college duidelijker maken welke keuze nu precies voorligt, en wanneer er binnen dat scenario wel en niet betaald moet worden door de aanvrager?
Antwoord
Wij leggen scenario 2 voor aan de raad.
Vraag 25
Kan het college aangeven wat de verwachtte financiële effecten zijn van de andere 2 scenario’s? En waarom de voorkeur uitgaat naar het gekozen scenario?
Antwoord
- Scenario 1: het 0-scenario. Hierbij zijn er geen financiële effecten.
- Scenario 2: Het financiële effect is geraamd op €10.000 per jaar.
- Scenario 3: Hierbij ramen wij het financiële effect tussen de €20.000 en €30.000 per jaar.
Vragen VVD
Vraag 1
Pijnlijker maatregelen als een inkomenstoets voor de Wmo zijn niet meegenomen in het eindpakket. Maar dit interventieplan loopt nog 3 jaar. Kan een overzicht worden gegeven van de maatregelen die we ‘in reserve hebben’?
Antwoord
De twee maatregelen die zijn afgevallen naar aanleiding van het advies van de ASD zijn benoemd in aanbiedingsnota. Daarnaast zijn de volgende maatregelen afgevallen:
- Wachtlijstbeleid bij Wmo hulp bij het huishouden;
- Opheffen minimabeleid eigen bijdrage Wmo;
- Meer sturen op pgb’s bij hulp bij het huishouden door sociaal netwerk of zzp’ers;
- Studietoeslag alleen op verzoek verstrekken met terugwerkende kracht.
Vraag 2
Het interventieplan zet in op ‘PowerfulAgeing’ (beweegprogramma voordat hulp bij het huishouden wordt toegekend). Daar is elders in het land veel kritiek op gekomen, onder meer omdat ouderen ‘gedwongen’ worden om deel te nemen aan te zware trainingen om hulp te kunnen krijgen. Ook de ouderenbond heeft zich in onze mailbox gemeld met zorgen hierover. Wat doet het college met die kritiek? Hoe voorkomt het college misstanden in onze gemeente?
Antwoord
Landelijk zijn er ook heel veel positieve ervaringen met krachtig ouder worden. Een voorbeeld hiervan is de gemeente Zoetermeer, waarbij inwoners onder andere meer bewegelijkheid, makkelijker opstaan, makkelijker traplopen, meer kracht en het makkelijker doen van huishoudelijke activiteiten. Inwoners ervaren dat zij een aantal jaren hebben teruggewonnen. Ook waarderen deelnemers het sociale aspect van het programma.
Bij de implementatie wordt goed aan de voorkant afgewogen of de maatregel wel of niet geschikt is voor de inwoner. We houden er rekening mee dat nog steeds direct hulp bij het huishouden verstrekt zal blijven worden aan inwoners.
Natuurlijk zal is er nauw contact plaatsvinden met de uitvoerder van krachtig ouder worden en de inwoner zelf.
Vraag D66
Vraag 1
In de reactie-brief van het College aan de leden van de Adviesraad Sociaal Domein lezen we op bladzijde 3:
“Bij het ontwikkelen van deze maatregel hebben wij contact gehad met andere gemeenten, zoals de gemeente Zoetermeer. Wij zullen alle ervaringen van de andere gemeenten meenemen bij het uitvoeren van deze maatregel”.
Met welke gemeenten behalve Zoetermeer heeft het College contact gehad?
Zijn er al effecten en ervaringen van deze gemeenten bekend, die met de raad gedeeld kunnen worden?
Antwoord
Naast de gemeente Zoetermeer hebben wij contact gehad met de gemeenten Westland en Delft. In de gemeente Zoetermeer zijn de ervaringen met deze maatregel positief. Op 7 maart 2025 heeft het college van Zoetermeer een memo over Powerful Ageing aan de gemeenteraad gestuurd, waarin zij de resultaten van een anonieme enquête onder deelnemers van Powerful Ageing delen. Positieve ervaringen zijn: deelnemers beoordelen het programma met een 8.7. Positieve effecten die worden ervaren zijn onder andere meer bewegelijkheid, makkelijker opstaan, makkelijker traplopen, meer kracht en het makkelijker doen van huishoudelijke activiteiten. Ook waarderen deelnemers het sociale aspect van het programma. Een positieve deelnemer zei door de training tot nieuwe inzichten te zijn gekomen over wat diegene nog kan. Een kritischere deelnemer vraagt zich wel af of Powerful Ageing een volledige oplossing is voor diens hulpvraag.
Een ervaring van de gemeente Westland is dat er een keuzevrijheid was voor deelname aan het programma. Dit leidde tot een zeer beperkte deelname aan het programma krachtig ouder worden, waardoor de effectiviteit laag was. Daarom zijn zij gestopt. Met de gemeente Delft hebben wij gesproken over de wijze van aanbesteden.
Powerful Ageing wordt in Nederland in ruim 40 gemeenten uitgevoerd. In Nederland hebben tot nu toe 2490 mensen hieraan deelgenomen. Deelnemers ervaren bijvoorbeeld effect op fysieke prestatie (power, kracht, bewegingssnelheid en uithoudingsvermogen), zelfredzaamheid, kwaliteit van leven en gezondheid. Waardoor zij langer zelfstandiger thuis kunnen wonen, meer zelfstandigheid behouden, zich gezonder en prettiger voelen, minder eenzaamheid ervaren en de regie weer durven pakken. Het aantal klachten over dit programma is zeer gering.
Aanvullende vragen ASD
Vraag 1
Titel interventieplan
Met betrekking tot de titel van het plan geeft u aan dat innovatie een integraal onderdeel van het plan én van de visie op het sociaal domein is. Als voorbeeld geeft u maatregelen zoals Krachtig Ouder Worden, collectieve en contextgerichte inzet op scholen, het Jongeren Perspectief Fonds en de inzet bij zorgwekkende verzuimers. Hoewel dit zeker goede voorbeelden zijn van anders werken, blijven we van mening dat het hier onvoldoende echt innovatief beleid betreft om de titel van het document te rechtvaardigen.
Antwoord
Wij zijn sterk van mening dat in het interventieplan nieuwe en innovatieve werkwijzen worden voorgesteld. Nieuwe werkwijzen voor de gemeente Pijnacker-Nootdorp.
Vraag 2
Krachtig Ouder Worden
Wat betreft de maatregelen hebben we een vraag over Krachtig Ouder Worden (Powerfull Ageing) die in uw reactie onbeantwoord is gebleven. In het interventieplan staat dat als een inwoner in aanmerking komt voor Krachtig Ouder Worden er geen individuele maatwerkvoorziening voor bijvoorbeeld hulp bij het huishouden (hbh) of een hulpmiddel wordt toegekend. In ons advies hebben we de suggestie gedaan dit anders te formuleren waardoor niet op voorhand toegang tot een individuele maatregel wordt uitgesloten. Als iemand bijvoorbeeld hulp in de huishouding nodig heeft en door deelname aan het programma Krachtig Ouder Worden een deel van het huishouden weer zelf kan doen, kan er een behoefte blijven bestaan aan aanvullende hulp. Door de combinatie van deelname aan Krachtig Ouder Worden met een lichtere vorm van hulp dan aanvankelijk nodig was mogelijk te maken, kan iemand profiteren van deelname aan het programma om in ieder geval een deel van zijn of haar onafhankelijkheid terug te krijgen. We vragen u dan ook nogmaals de formulering te heroverwegen.
Antwoord
U vraagt om een verduidelijking over het tegelijk gebruiken van een voorliggende voorziening zoals krachtig ouder worden en een maatwerkvoorziening zoals hulp bij het huishouden. Het antwoord op deze vraag is in lijn met de algemene werkwijze binnen de Wmo, waarbij een voorliggende voorziening een deel van de vragen van de inwoner kan oplossen. Blijft daarnaast nog een restvraag over waarvoor geen passende voorliggende voorziening bestaat, kan deze restvraag opgelost met een maatwerkaanbod.
Vraag 3
Verlagen Individuele inkomenstoeslag
Verder willen we nog eens extra benadrukken dat de verlaging van de individuele inkomenstoeslag (Participatie maatregel 4) een groep zeer kwetsbare inwoners treft. Inwoners die vaak langjarig op een bijstandsuitkering zijn aangewezen. Terwijl de prijzen stijgen is een verlaging met € 100 voor deze financieel kwetsbare inwoners een forse aderlating.
Hoewel uit de benchmark met de gemeente Lansingerland blijkt dat de gemeente Pijnacker-Nootdorp hier hogere bedragen beschikbaar stelt, vinden wij dat het besluit voor de nu geldende toeslag destijds niet voor niets met de nu geldende bedragen tot stand is gekomen.
We realiseren ons dat de gemeente zorgvuldig om moet gaan met de beperkte beschikbare middelen. Tegelijk blijkt uit onderzoek dat geldzorgen en schulden leiden tot een toename van gezondheidsproblemen. Daarom vragen wij u de kwetsbare inwoners die afhankelijk zijn van de individuele inkomenstoeslag te ontzien en de voorgestelde verlaging te schrappen.
Antwoord
Onze argumentatie is niet veranderd. Wij vinden dat wij met de verlaging van de individuele inkomenstoeslag nog steeds een acceptabele toeslag aanbieden, dat in lijn is met de andere gemeenten. Als inwoners in de knel komen, zijn er nog andere mogelijkheden om hen alsnog te ondersteunen.
Aan het College van Burgemeester en Wethouders Pijnacker-Nootdorp
Postbus 1
2640 AA Pijnacker
Pijnacker, 6 mei 2025
Betreft aanvullend advies van de Adviesraad Sociaal Domein inzake Interventieplan kostenbeheersing en innovatie sociaal domein 2025 – 2028 gemeente Pijnacker-Nootdorp.
Geacht college,
Hartelijk dank voor uw reactie op ons advies op het interventieplan kostenbeheersing en innovatie sociaal domein 2025-2028. We zijn blij te lezen dat u veel van onze adviezen heeft overgenomen. Op een aantal punten uit uw reactie hebben we enkele aanvullende opmerkingen en vragen.
Titel interventieplan
Met betrekking tot de titel van het plan geeft u aan dat innovatie een integraal onderdeel van het plan én van de visie op het sociaal domein is. Als voorbeeld geeft u maatregelen zoals Krachtig Ouder Worden, collectieve en contextgerichte inzet op scholen, het Jongeren Perspectief Fonds en de inzet bij zorgwekkende verzuimers. Hoewel dit zeker goede voorbeelden zijn van anders werken, blijven we van mening dat het hier onvoldoende echt innovatief beleid betreft om de titel van het document te rechtvaardigen.
Krachtig Ouder Worden
Wat betreft de maatregelen hebben we een vraag over Krachtig Ouder Worden (Powerfull Ageing) die in uw reactie onbeantwoord is gebleven. In het interventieplan staat dat als een inwoner in aanmerking komt voor Krachtig Ouder Worden er geen individuele maatwerkvoorziening voor bijvoorbeeld hulp bij het huishouden (hbh) of een hulpmiddel wordt toegekend. In ons advies hebben we de suggestie gedaan dit anders te formuleren waardoor niet op voorhand toegang tot een individuele maatregel wordt uitgesloten. Als iemand bijvoorbeeld hulp in de huishouding nodig heeft en door deelname aan het programma Krachtig Ouder Worden een deel van het huishouden weer zelf kan doen, kan er een behoefte blijven bestaan aan aanvullende hulp. Door de combinatie van deelname aan Krachtig Ouder Worden met een lichtere vorm van hulp dan aanvankelijk nodig was mogelijk te maken, kan iemand profiteren van deelname aan het programma om in ieder geval een deel van zijn of haar onafhankelijkheid terug te krijgen. We vragen u dan ook nogmaals de formulering te heroverwegen.
Verlagen Individuele inkomenstoeslag
Verder willen we nog eens extra benadrukken dat de verlaging van de individuele inkomenstoeslag (Participatie maatregel 4) een groep zeer kwetsbare inwoners treft. Inwoners die vaak langjarig op een bijstandsuitkering zijn aangewezen. Terwijl de prijzen stijgen is een verlaging met € 100 voor deze financieel kwetsbare inwoners een forse aderlating.
Hoewel uit de benchmark met de gemeente Lansingerland blijkt dat de gemeente Pijnacker-Nootdorp hier hogere bedragen beschikbaar stelt, vinden wij dat het besluit voor de nu geldende toeslag destijds niet voor niets met de nu geldende bedragen tot stand is gekomen.
We realiseren ons dat de gemeente zorgvuldig om moet gaan met de beperkte beschikbare middelen. Tegelijk blijkt uit onderzoek dat geldzorgen en schulden leiden tot een toename van
gezondheidsproblemen. Daarom vragen wij u de kwetsbare inwoners die afhankelijk zijn van de individuele inkomenstoeslag te ontzien en de voorgestelde verlaging te schrappen.
Met vriendelijke groet,
namens de Adviesraad Sociaal Domein Pijnacker-Nootdorp
Piet van Adrichem
voorzitter
c.c. Gemeente Pijnacker-Nootdorp, de heer W. Kort
Adviesraad Sociaal Domein Pijnacker-Nootdorp
t.a.v. Piet van Adrichem
Onderwerp Reactie ASD – Inkoopstrategie doorontwikkeling regionale jeugdhulp 2027
nadere informatie Brenda Verhoek
verzenddatum
zaaknummer 1577459
briefnummer 1433975
uw brief van 31 maart 2025
uw kenmerk
Geachte leden van de Adviesraad Sociaal Domein,
Op 25 maart 2025 ontvingen wij uw (ongevraagd) advies over de Regiovisie Jeugdhulp en de
Hervormingsagenda Jeugd. Uw advies is gebaseerd op diverse gesprekken met het Programmabureau
Jeugdhulp Haaglanden en de presentaties over de ontwikkelingen rondom de Regiovisie Jeugdhulp
Haaglanden en de Inkoopstrategie Jeugdhulp Haaglanden voor 2027 en verder. Wij danken de
Adviesraad Sociaal Domein voor de betrokkenheid, inzet en het advies.
Hierbij ontvangt u onze reactie op het advies.
- Evaluatie van ervaringen uit het verleden
U vraagt of er geëvalueerd is hoe jeugdigen en gezinnen de jeugdzorg ervaren. En hoe deze ervaringen worden meegenomen in de herinrichting van het zorglandschap. Wij vinden het van groot belang opgedane ervaringen te betrekken bij de (regionale) beleidsontwikkeling. Hiervoor werkt de regio Haaglanden onder andere samen met JONG Doet Mee! en de regionale Oudersraad. Er is een gezamenlijke werkagenda 2024-2025 opgesteld en bevat prioriteiten op basis van ervaringen. Door middel van ‘Ontwikkeltafels’ worden gecontracteerde jeugdhulpaanbieders en andere stakeholders bij de transformatie van de jeugdhulp betrokken. Tijdens deze tafels worden belangrijke knelpunten en ervaringen tussen gemeenten en aanbieders gedeeld. De ervaringen van gebruikers en van aanbieders geven belangrijke inzichten die worden gebruikt bij de doorontwikkeling van de jeugdhulp. - Betrekken van ervaringsdeskundigen
U pleit ervoor ervaringsdeskundigen vanaf het begin te betrekken bij beleidsontwikkeling.
Wij onderschrijven uw advies. Zowel de gemeente Pijnacker-Nootdorp als de regiogemeenten vinden
het essentieel ervaringsdeskundigen te betrekken bij de (regionale) beleidsontwikkeling. Hiervoor werkt de regio Haaglanden onder andere samen met JONG Doet Mee! en de regionale Oudersraad.
In de gezamenlijke werkagenda 2024-2025 staan de volgende prioriteiten: liefdevolle jeugdhulp,
wachttijden en de Big5. De werkagenda vormt één van de uitgangspunten voor de inkoopstrategie. Bij de projectgroep die zich bezighoudt met de doorontwikkeling van het zorglandschap zijn ook
ervaringsdeskundigen betrokken. - Inzicht in de behoeften van jeugdigen en gezinnen.
Uw advies is de herinrichting van het zorglandschap af te stemmen op de werkelijke behoeften en
hierbij oog te hebben voor doelgroepen als thuiszitters, dak- en thuislozen, minderjarige asielzoekers en moeilijk bereikbare gezinnen. Daarnaast verzoekt u aandacht te hebben voor (lange) wachttijden.
Om gericht te kunnen kijken naar specifieke behoeften van jeugdigen en gezinnen kiezen we bij de
herinrichting van het zorglandschap voor een indeling aan de hand van segmenten. Uw advies om oog te hebben voor bovengenoemde specifieke doelgroepen wordt hier zeker bij betrokken.
Binnen het segment onderwijs-jeugdhulp wordt collectieve jeugdhulp op school ontwikkeld. Deze inzet is gericht op het bevorderen van de schoolgang van leerlingen. Het uitgangspunt hierbij is dat jeugdhulp op de scholen moet plaatsvinden, groepsgericht is en als doel heeft schooluitval voorkomen.
We onderschrijven de zorg van lange wachttijden voor jeugdigen. Een belangrijke opgave bij de
doorontwikkeling van het zorglandschap en de inrichting van de segmenten is het voorkomen van
wachttijden en het beter beheren van wachtlijsten. - Aandachtspunten voor de uitvoering
U geeft aan dat het belangrijk is bij de herinrichting van de jeugdzorg te zorgen voor duidelijke structuur en heldere afspraken. Daarbij geeft u advies over de regiefunctie, zorgzwaartetrap, codes en tarieven en een overzicht van plaatsingsmogelijkheden.- Regiefunctie
We vinden het belangrijk de doorontwikkeling samen met de uitvoering vorm te geven. Het betreft onder meer lokale toegangspartners, aanbieders, de Gecertificeerde Instellingen en het onderwijs. De eerdergenoemde klantreizen vormen mede een toetsing vooraf en worden meegenomen bij de doorontwikkeling van Stevige Lokale Teams. - Zorgzwaartetrap
De komende jaren vindt een doorontwikkeling plaats naar Stevige Lokale Teams die werken conform het landelijk ‘Richtinggevend kader Toegang, lokale teams en integrale dienstverlening’. Hierin is opgenomen dat medewerkers in de toegang een brede blik hanteren en samen met inwoners een brede analyse doen met oog voor de context en verschillende leefgebieden en (indien van toepassing) het gezin en omgeving. Het kernteam kijkt met een brede blik naar gezinnen en wat er nodig is. Zij schakelen binnen de afdeling Samenleving gemakkelijk met onder andere Wmo, Werk&Inkomen en leerplicht als dat passend is voor het gezin. Het is vooral belangrijk dat op basis van de analyse passende hulp (‘matched care’) wordt ingezet. Uithuisplaatsing willen we daarbij zoveel mogelijk voorkomen. Een gedwongen uithuisplaatsing kan enkel plaatsvinden met een machtiging uithuisplaatsing. Het besluit hierover wordt genomen door de kinderrechter. - Codes en tarieven
Het streven is om bij de ontwikkeling van nieuwe producten en tarieven aan te sluiten bij landelijke ontwikkelingen. In de Hervormingsagenda Jeugd is afgesproken om te komen tot standaardisatie van productbeschrijvingen en reële tarieven. Vanuit de regio Haaglanden sluiten we zoveel mogelijk aan bij werkgroepen voor de ontwikkeling van landelijke standaarden. Tevens zetten we bij de inkoop van de jeugdhulp in het segment Specialistisch veelvoorkomend in op vereenvoudiging van de productstructuur. - Overzicht plaatsingsmogelijkheden
Een goede omschrijving van de producten is belangrijk, zodat voor verwijzers helder is wat het aanbod inhoudt. Uw advies over de behoefte aan (naschoolse) dagbehandeling wordt meegenomen bij de uitwerking van het segment Dagbesteding en Dagbehandeling.
- Regiefunctie
- Zorg dichtbij de leefwereld van het gezin
U geeft aan dat Jeugdhulp zoveel mogelijk dichtbij het gezin moet worden georganiseerd. Daarbij
benadrukt u dat continuïteit van zorg essentieel is en dat zo min mogelijk wisseling van hulpverleners
gewenst is. Daarnaast adviseert u dat bij de in te kopen jeugdhulp de kwaliteit en de zorgvraag leidend moeten zijn, zodat de jeugdhulp goed aansluit op de behoefte van jeugdigen en hun gezinnen.
Door de toegang van de jeugdhulp in richten aan de hand van Stevige Lokale Teams wordt zoveel
mogelijk aangesloten bij de leefwereld van de jeugdigen en het gezin. Lokale teams worden nabij en
laagdrempelig ingericht. In Pijnacker-Nootdorp wordt al op deze manier gewerkt. De ingekochte
specialistische jeugdhulp moet daarop aansluiten. Door de jeugdhulp in te richten aan de hand van
segmenten kunnen we per segment heel gericht sturen op de ontwikkelopgave. Een voorbeeld hiervan is het segment onderwijs-jeugdhulp. De ontwikkeling binnen het segment is gericht op inclusief onderwijs en het bevorderen van de schoolgang van leerlingen. Jeugdhulp vindt plaats op de school zelf in plaats van de jeugdige te verplaatsen naar jeugdhulp. - Uniformiteit in taal, systemen en werkwijze
U geeft aan kansen te zien in het uniformeren van processen binnen de jeugdhulp. Daarnaast geeft u
het belang aan van vroegsignalering en gemeentelijke regie op preventie.
Wij onderschrijven uw visie op het belang van het uniformeren van processen. Zie hiervoor ook de
reactie op punt 3. De Stevige Lokale Teams moeten nabij, integraal en met mandaat werken. Zij krijgen dan ook een belangrijke taak waar het vroegsignalering en het inzetten van preventief aanbod betreft. Ook moeten de Stevige Lokale Teams regie voeren op de ingezette hulp. Deze punten zitten al in het model van het kernteam in Pijnacker-Nootdorp. Dit ook in aansluiting op een sterke sociale basis en preventie, bijvoorbeeld door de inzet van schoolmaatschappelijk werk op de scholen en voorschools maatschappelijk werk bij de kinderopvang, praktijkondersteuners bij de huisartsen, de JIM methode en leidende principes van normaliseren (campagne op de scholen). - Transparantie in planning en evaluatie
U adviseert een planning op te stellen aan de hand van cruciale mijlpalen, zodat helder is wanneer
bestuurlijke besluitvorming zal plaatsvinden. In de Inkoopstrategie is een planning op hoofdlijnen opgenomen. De gemeenteraad wordt betrokken en geïnformeerd over vervolgstappen gedurende de nadere uitwerking van de segmenten. - Evaluatie van de zorginkoop
U stelt voor duidelijke criteria voor de zorginkoop vast te stellen en de inkoop op deze criteria te
evalueren. Daarnaast vindt u dat aanbieders verplicht moeten worden om jeugdigen en gezinnen
structureel te betrekken bij hun plannen.
In de inkoopstrategie is opgenomen dat het model ‘Four Levers of Control’ van Simons als basis wordt gebruikt voor monitoring en bijsturing. Het idee daarbij is om een aantal Kritische Prestatie-indicatoren (KPI) te formuleren, zodat de inhoudelijke doelstelling per segment kan worden gevolgd. In het inkoopproces heeft het betrekken van ervaringsdeskundigheid een belangrijke rol.
Hopende u voldoende geïnformeerd te hebben.
Hoogachtend,
Het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp,
Annelies Kroeskamp
secretaris
Frank van Kuppeveld
burgemeester (plv.)
Aan het College van Burgemeester en Wethouders Pijnacker-Nootdorp
Postbus 1
2640 AA Pijnacker
Pijnacker, 31 maart 2025
Betreft gezamenlijk gedeeld advies Regiovisie Jeugdhulp Haaglanden en de Hervormingsagenda Jeugd voor de H9 regio
Geacht College,
De Adviesraden Sociaal Domein uit de regio Haaglanden (H9) zijn in december door de projectleiding door middel van een presentatie geïnformeerd over de Regiovisie Jeugdhulp Haaglanden en de Hervormingsagenda Jeugd. In vervolg daarop is besloten om in gezamenlijkheid een advies uit te brengen laten voor de verdere uitwerking van de hiervoor genoemde beleidsstukken. Een werkgroep geformeerd uit de adviesraden heeft het hierna volgende advies opgesteld, wat door de gezamenlijke raden is goedgekeurd en naar de projectleiding is gezonden.
Het gezamenlijke advies is ook besproken tijdens onze ASD vergadering op 25 maart en tijdens een gezamenlijk regio overleg op 26 maart heeft de projectleiding al een eerste reactie op het advies gegeven.
Wij willen dit advies richting de projectleiding ook aan u toezenden. Als gezamenlijke adviesraden waarderen we de vroege betrokkenheid in dit proces. Dit draagt bij aan vertrouwen in een constructieve samenwerking. We erkennen de urgentie en het momentum om de jeugdzorg te verbeteren en willen in dit advies de volgende punten meegeven ter overweging voor verdere verbeteringen.
1. Evaluatie van ervaringen uit het verleden: Om betrokken te blijven, is het essentieel om te evalueren hoe jeugdigen en gezinnen de jeugdzorg ervaren. Is er een cliënttevredenheidsonderzoek uitgevoerd? En hoe beïnvloeden de resultaten de herinrichting van het zorglandschap?
Een effectieve manier om betrokkenheid te vergroten, is door systematisch wensen en behoeften te peilen. Daarbij is het cruciaal om ook de uitstroom te analyseren: Hoe vergaat het jeugdigen en hun gezin na een uithuisplaatsing? Hoe gaat het met hen na hun 18e levensjaar? Stroomden zij pas uit toen de ‘Big 5’ (wonen, werk/opleiding, inkomen, sociaal netwerk, zorg) op orde was?
Daarnaast is het waardevol om zowel formele als informele zorgaanbieders te betrekken. Eerder adviseerden wij om preventieve maatregelen concreet te maken en hun effect op in- en uitstroom te meten. Dit vraagt om een brede beschouwing vanuit meerdere perspectieven: ouders, jeugdigen, verwijzers en regiehouders.
2. Betrekken van ervaringsdeskundigen: Wij pleiten ervoor om vanaf het begin ervaringsdeskundige ouders en jeugdigen te betrekken. Denk hierbij aan initiatieven zoals ‘JONG doet mee!’, ‘de Ouderraad Haaglanden’ en ‘ExpEx Haaglanden’. Een goed doordachte participatiestrategie, uitgewerkt in een participatiebesluit- of plan, waarborgt dat hun input op relevante momenten wordt meegenomen.
3. Inzicht in de behoeften van jeugdigen en gezinnen: De herinrichting van de jeugdzorg moet aansluiten op de werkelijke behoeften van jeugdigen en gezinnen. Dit vraagt om actieve betrokkenheid van het netwerk, bijvoorbeeld via het ‘familiegroepsplan’ of ‘JIM werkt’.
Wij willen specifiek aandacht vragen voor:
Thuiszitters: Jeugdigen die door een tekort aan passende zorg geen onderwijs kunnen volgen.
Dak- en thuisloze jeugdigen: Behoefte aan passende opvang en begeleiding en een toekomstperspectief op wonen én dagbesteding.
Moeilijk bereikbare gezinnen: Gezinnen die afzien, moeilijk of niet bereikt worden door het afhouden van hulp, door complexiteit, anders-taligheid of andere redenen voor de ontoegankelijkheid.
Minderjarige asielzoekers: Onderzoek en verbeter de psychosociale ontwikkeling, het verblijf, onderwijs & dagbesteding en zelfontplooiing (sport, hobby’s, talentontwikkeling) van deze kinderen en jeugdigen. Onderzoek welke hulp het beste past, met aandacht voor culturele aspecten binnen het gezin en de peer group. Een diversiteitsgerichte aanpak zorgt voor betere aansluiting bij de leefwereld en behoeften van jeugdigen.
Wachttijden: Jeugdigen wachten soms maanden op de juiste behandeling. Wij adviseren lokale teams om de regie te nemen en passende wachtlijstondersteuning te bieden aan jeugdigen en hun gezinnen.
4. Aandachtspunten voor de uitvoering: Een effectieve uitvoering van de herinrichting van de jeugdzorg vereist een duidelijke structuur en heldere afspraken. Dit voorkomt versnippering, zorgt voor een logische opbouw in hulpverlening en bevordert een efficiënte samenwerking tussen betrokken partijen. Wij willen de volgende adviezen meegeven:
Regiefunctie: De coördinatie van alle hulpverlening in het gezin (dus niét alleen van de hulp aan de jeugdige) ligt bij het lokale wijkteam. Bij de regiefunctie hoort ook de samenwerking met onderwijs, wijkagent, netwerk, jeugdigenwerk in relatie tot de “peer group”.
Zorgzwaartetrap: Hulp moet stapsgewijs worden aangeboden, oplopend van preventieve ondersteuning tot intensieve en residentiële zorg, waarbij een verklarende analyse helpt om keuzes en afwegingen inzichtelijk te maken voor zowel gezin als verwijzers.Een verklarende analyse moet een voorwaarde zijn vóór een uithuisplaatsing van een jeugdige.
Codes en tarieven: Duidelijk moet zijn welke code past bij welke zorgvraag. Daar hoort ook bij hoeveel inzet (tijd) een gezin daadwerkelijk kan verwachten. De tarieven, zoals die nu door het regionale servicebureau worden vermeld zouden in eenzelfde eenheid moeten worden vermeld. Bijvoorbeeld: per behandelingsduur van 3 maanden.
Overzicht van plaatsingsmogelijkheden: Er moet een duidelijk overzicht beschikbaar zijn voor verwijzers (zoals huisartsen en lokale teams), waarin doelgroepen, continuïteit, methodieken, cliënttevredenheid en wachtlijsten worden vermeld. Dit is vooral van belang wanneer het centraal ingekochte aanbod niet goed aansluit op de hulpvraag. Daarnaast is het essentieel om gericht te onderzoeken welke behoefte er in de regio bestaat aan (naschoolse) dagbehandeling.
5. Zorg dichtbij de leefwereld van het gezin: Jeugdhulp moet zoveel mogelijk dichtbij de leefomgeving van het gezin worden georganiseerd. Dit vermindert de noodzaak voor jeugdhulpvervoer en vergroot de betrokkenheid van het sociale netwerk. Een zorgvuldige analyse aan de voorkant helpt om onnodige doorverwijzingen te voorkomen en zorgt voor passende ondersteuning. Continuïteit van zorg is daarbij essentieel: jeugdigen en gezinnen die al hulp ontvangen, moeten niet telkens te maken krijgen met wisselende hulpverleners.
Opmerking t.a.v. beperken van de zorgaanbieders: Bij de selectie van zorgaanbieders moeten kwaliteit en zorgvraag leidend zijn, naast de wens om meer grip en zicht te krijgen op het aanbod in de regio. Kleinere aanbieders kunnen soms flexibeler en doelgerichter werken. Wij adviseren om hier bij de regionale inkoop oog voor te houden, zodat de ingekochte jeugdzorg aansluit op de daadwerkelijke behoeften van jeugdigen en gezinnen.
6. Uniformiteit in taal, systemen en werkwijze: Wij zien kansen in het uniformeren van taalgebruik, systemen en werkwijzen binnen de jeugdhulp. De veelheid aan registratiesystemen, diagnostische modellen en leerlingvolgsystemen maakt het proces complex. Systemen moeten de toegang tot passende hulp versnellen in plaats van vertragen.
Hoe gemeenten de jeugdhulp lokaal organiseren, bepaalt direct het regionale aanbod. Een sterke sociale basis en preventie zijn essentieel om kosten te beheersen. Wanneer bestaanszekerheid onder druk staat, nemen hulpvragen toe. Investeren in vroegsignalering voorkomt escalatie van problemen. Dit betekent dat lichte hulp in een vroeg stadium beschikbaar moet zijn.
Gemeenten moeten de regie behouden over preventie, ook als de uitvoering bij scholen en andere samenwerkingspartners ligt. Daarnaast moeten zij waarborgen dat lichte hulp toegankelijk blijft om zwaardere, langdurige zorg te voorkomen. Beslissingen over het toekennen of afwijzen van lichte hulp moeten transparant en toetsbaar zijn.
7. Transparantie in planning en evaluatie: Wij adviseren de regionale samenwerking om een visuele planning op te stellen met cruciale mijlpalen. Hierin moet duidelijk staan wanneer gemeenten gezamenlijk beleid vaststellen, wanneer adviesraden worden geïnformeerd en feedback kunnen geven, en hoe de politieke besluitvorming hierin past. Dit helpt adviesraden om tijdig input te leveren en hun rol effectief te vervullen.
8. Evaluatie van de zorginkoop: Vooraf moeten duidelijke criteria voor zorginkoop worden vastgesteld, denk aan een gezinsgerichte benadering, liefdevolle jeugdzorg, gebruik van effectieve interventies (NJI), een gedegen analyse, behoud van relaties (onderwijs, netwerk) en wachtlijstondersteuning. Op basis van deze criteria moet de zorginkoop worden geëvalueerd: Zijn de geformuleerde ambities en speerpunten daadwerkelijk gerealiseerd? Wij stellen voor dat aanbieders verplicht worden om jeugdigen en gezinnen structureel te betrekken bij hun plannen. Dit vergroot de kans dat de nieuwe inrichting beter aansluit bij de behoeften van de doelgroep.
Met vriendelijke groet,
namens de Adviesraad Sociaal Domein Pijnacker-Nootdorp
Piet van Adrichem
Voorzitter
Gemeente Pijnacker-Nootdorp, mevr. I. Sterkenburg
Adviesraad Sociaal Domein
Postbus 1
2640 AA Pijnacker
onderwerp: Reactie college op advies ASD interventieplan kostenbeheersing en innovatie sociaal domein 2025-2028
nadere informatie: Wijnand Kort
verzenddatum
zaaknummer 1570323
briefnummer 1430970
uw brief van: 26 maart 2025
uw kenmerk
Geachte heer Van Adrichem,
Op 26 maart jl. hebben wij uw advies ontvangen over het interventieplan kostenbeheersing en innovatie
sociaal domein 2025-2028. Wij willen u hartelijk bedanken voor het uitbrengen van dit advies. U heeft in
korte tijd met grote zorgvuldigheid dit advies uitgebracht en wij zijn verheugd dat u instemt met een
groot aantal van de voorgelegde maatregelen. In deze reactie zullen wij gericht ingaan op de
maatregelen waar u nog vragen of kanttekeningen bij heeft.
Het interventieplan is inderdaad primair gericht op kostenbeheersing, gezien de urgente noodzaak om
de stijgende kosten binnen het sociaal domein te beheersen. Naast stijgende kosten moeten wij ook de
schaarse hulp- en zorgverleners goed verdelen. Innovatie is echter een integraal onderdeel van het plan
én van de visie op het sociaal domein, zoals blijkt uit maatregelen zoals Krachtig Ouder Worden,
collectieve en contextgerichte inzet op scholen, het Jongeren Perspectief Fonds en onze inzet bij
zorgwekkende verzuimers.
Wmo
Maatregel 1: Budgetplafond hulp bij het huishouden in combinatie met een wachtlijst
Uw advies: Dit is een maatregel die in strijd is met de wet. Dat lijkt ons onverstandig. Eventuele kosten
voortkomend uit rechtszaken kunnen hoog zijn en de gemeente positioneert zich hiermee als
onbetrouwbare overheidspartij. Daarom adviseren we deze maatregel niet in het plan op te nemen.
Onze reactie: Wij gaan mee in uw advies en zullen deze maatregel schrappen.
Maatregel 2: Inwoners actief waarschuwen voor het inkomensafhankelijke abonnementstarief
Uw advies: Het is een goed idee mensen actief te waarschuwen. Wel is het belangrijk daarbij rekening te
houden met een toeloop van aanvragen zolang het inkomensafhankelijke abonnement nog niet is
doorgevoerd. De vraag is dan ook of dit uiteindelijk leidt tot besparing voor de gemeente.
Onze reactie: Het waarschuwen van inwoners is een preventieve maatregel om hen bewust te maken
van toekomstige kosten. Dit kan inderdaad leiden tot een toeloop van aanvragen. De verwachting is dat
het abonnementstarief per 1-1-2027 ingaat.
Maatregel 3: Hulp bij huishouden slimmer inkopen
Uw advies: Hoewel de besparing beperkt is, is het zeker een goede maatregel om door te voeren. Hier zien we wel een risico voor de meest kwetsbare inwoners die niet goed uitkomen met het ingekochte aanbod. Hoe stuurt de gemeente op kwaliteit met een beperkt aantal aanbieders?
Onze reactie:
Het vertrekpunt van deze maatregel is niet om met een minder aantal aanbieders van huishoudelijke
hulp te komen. Het aanbod blijven wij goed monitoren. Ook voor de meest kwetsbare inwoners.
Maatregel 4: Werken met ambulant team volwassenen/Wmo
Uw advies:
Het voordeel van een dergelijk team is helder. Het roept wel de vraag op hoe de gemeente de
onafhankelijkheid bewaakt. Ook in dit geval is het belangrijk te expliciteren hoe voldoende ruimte voor
onafhankelijke en kwalitatief goede dienstverlening wordt geborgd.
Onze reactie:
Binnen het kernteam hebben wij veel ervaring met het werken met een ambulant team, ook met
volwassenen. Voorbeelden hiervan zijn ondersteuning met algemeen maatschappelijk werk, de inzet
van bemoeizorg en ondersteuning van inwoners die uitstromen uit regionale maatschappelijke
voorzieningen. Ook de praktijkondersteuners jeugd zijn hier een voorbeeld van. Wij bieden een passend
aanbod voor de inwoners én boeken hiermee goede resultaten. Tegelijkertijd is er voor inwoners een
alternatief aanbod beschikbaar, indien gewenst.
Maatregel 5: Krachtig Ouder Worden als voorliggende voorziening (powerfull ageing)
Uw advies:
We adviseren de gemeente om juist voordat mensen een beroep doen op de Wmo in te zetten op het
stimuleren van krachtig ouder worden. Bijvoorbeeld door een campagne om mensen te helpen zelf
actief te blijven. Als iemand vervolgens een beroep doet op de Wmo kan het aanbod om de
zelfredzaamheid te vergroten een goed aanbod zijn. Het zal echter niet voor alle doelgroepen werken.
Bovendien is de ASD van mening dat het altijd een vrije keuze moet zijn van het aanbod gebruik te
maken en dat het niet dwingend opgelegd mag worden. Het advies van de ASD is vooral bij gemeenten
te gaan kijken die hier al ervaring mee hebben, hoe zij het hebben ingericht en wat daar de ervaringen
zijn. Met betrekking tot de beoordeling wijzen we op het belang dit neer te leggen bij een
onafhankelijke beoordelaar om een perverse prikkel te voorkomen. In de omschrijving staat verder dat
er in geval van een beweegaanbod geen individuele maatregel wordt toegekend. Meer regie nemen
over je eigen gezondheid en normaliseren past bij het gemeentelijk beleid. Tegelijkertijd is de ASD
kritisch over het niet toekennen van een individuele maatregel. Het advies is dit aan te passen in het
heroverwegen van een individuele maatregel, passend bij wat de inwoner zelf (weer) kan. Verder is er
ingezet op een flink kostenbeheersingsdoel. We twijfelen of deze beoogde bezuiniging met de
maatregel behaald zal worden.
Onze reactie:
De maatregel krachtig ouder worden is een maatregel die past bijt het gedachtengoed van de visie op
het sociaal domein en ons gezondheidsbeleid. De gemeente zet volop in op preventie om ouderen
vitaal, gezond en actief te houden. Denk hierbij aan het programma sociaal vitaal, valpreventie en vele
andere welzijnsactiviteiten. Een ander voorbeeld is ook het brede palet aan vrijwilligersondersteuning
aan doelgroepen. Wij bieden als gemeente randvoorwaarden aan inwoners om zo lang mogelijk
zelfstandig te blijven. Inzet hierbij is ook om de toeloop op schaarse- en steeds schaarser wordende-
maatwerkvoorzieningen af te remmen. De maatregel krachtig ouder worden ligt volledig in deze lijn.
Krachtig ouder worden is een voorliggende voorziening voor inwoners die aanspraak willen maken op
hulp bij het huishouden en andere hulpmiddelen zoals een traplift. Het resultaat van dit programma is
hogere zelfredzaamheid van inwoners die hebben deelgenomen. Met behulp van krachtig ouder
worden, vinden inwoners hun eigen fitheid terug.
Vertrekpunt van de uitvoering is dat krachtig ouder worden niet voor elke inwoner een passende
voorziening is. De gemeente doet zelf een eerste toets aan de hand van een afwegingskader. Niet elke
inwoner die om de voorziening hulp bij het huishouden vraagt, wordt naar dit programma verwezen. Na
deze eerste toets voert de uitvoerende organisatie die powerful ageing aanbiedt een intake uit.
Bij het ontwikkelen van deze maatregel hebben wij contact gehad met andere gemeenten, zoals de
gemeente Zoetermeer. Wij zullen alle ervaringen van de andere gemeenten meenemen bij het
uitvoeren van deze maatregel. Het bezuinigingsdoel is gebaseerd op ervaringscijfers van aanbieders. We
hebben deze prognose conservatief benaderd.
Maatregel 6: afspraken met woningcorporaties over (voorkomen van) woningaanpassingen
Uw advies:
Het lijkt ons goed om hier afspraken over te maken. Daarbij adviseren we de gemeente zoveel mogelijk
te voorkomen dat ouderen uit hun vertrouwde buurt weg moeten. Juist nu we proberen meer
‘noaberschap’ ‘naar elkaar omzien’ in de wijken/buurten te realiseren, is het belangrijk dat men in de
oude, vertrouwde omgeving kan blijven.
Onze reactie:
Uw pleidooi voor ‘noaberschap’ onderschrijven wij volledig. Bij de realisatie van deze maatregel, denken
wij vooral aan het optimaliseren van het proces van een woningaanpassing en een reële/ betere
verdeling van kosten tussen woningbouwcorporaties en de gemeente.
Maatregel 8: Kostendekkende leges vragen voor een gehandicapten parkeerkaart
Uw advies:
Een gehandicaptenparkeerkaart wordt vaak aangevraagd door inwoners die te maken hebben met een
stapeling van zorgkosten. De argumenten die destijds golden om een eigen bijdrage af te schaffen, zijn
ook vandaag de dag nog steeds van kracht. Mocht hier toch iets van een bijdrage wenselijk zijn, dan is
het advies deze bijdrage beperkt te houden. Bijvoorbeeld alleen het bedrag van medische keuring door
de inwoner te laten betalen. Door anders om te gaan met herhaal aanvragen en deze bij chronische of
progressieve aandoeningen automatisch te verstrekken, zou nog op arbeidskosten bespaard kunnen
worden.
Onze reactie:
Wij hebben uw suggestie om alleen het bedrag van de eerste medische keuring door de inwoner te
laten betalen overgenomen in het door het college gekozen scenario.
Jeugd
Maatregel 1: Inzet Basis GGZ qua uren en inhoudelijk afkaderen
Uw advies:
De ASD ziet hierin een juridisch risico omdat het vanuit een ander wettelijk kader speelt. Inhoudelijk is
het een prima maatregel, maar het roept de vraag op of het juridisch voldoende is uitgezocht.
Onze reactie:
We merken dat de formulering van de maatregel in het format verwarring oproept en wijzigen deze
formulering om die reden.
Hieronder ziet u de nieuwe tekst:
De gemeente biedt haar inwoners de mogelijkheid om GGZ-trajecten te volgen. Dit kunnen ‘basis’ GGZ-
trajecten zijn of specialistischere trajecten, ook wel ‘S-GGZ’ genoemd.
In het licht van de kostenbeheersing willen wij de diensten die onder de basis-GGZ vallen een scherper
afgekaderde omschrijving geven. Hoeveel uur kan maximaal onder basis-GGZ geboden worden, welke
interventies vallen onder deze dienst. Hoe gaan we om met verlenging en met opschalen naar
specialistische-GGZ? Dat soort vragen willen we vastleggen in een helder kader dat past binnen de
jeugdwet en de bestaande regelgeving en de contractuele afspraken. De afspraken in dit kader gaan we
communiceren met de dienstverleners en strikt naleven.
De lokale ontwikkeling van deze maatregel en de regionale inspanning op dit gebied lopen hierbij
gelijktijdig.
Maatregel 2: Inzet rond echtscheidingsproblematiek
Uw advies:
Wij adviseren hier met klem ruimhartig om te gaan met toepassing van de hardheidsclausule zodat
ruimte is door te gaan waar dat nodig is. En alleen te betalen voor wat gebruikt wordt.
Onze reactie:
Vertrekpunt voor de vraag van een inwoner is altijd passende ondersteuning. De maatregel is met name
gericht op teveel gebruik van zorgcodes in de jeugdhulp door dienstverleners.
De vraag blijft leidend, als er meer zorg nodig is , kan er altijd extra zorg worden ingezet binnen het
bestaande aanbod. Het lijkt ons daarom niet aannemelijk dat het nodig is om hiervoor een
hardheidsclausule in te zetten. In uitzonderlijke gevallen blijft dit mogelijk.
Maatregel 3: Sturen op minder inzet producten/zorg met WO en HBO jeugdzorg
Uw advies:
Het is goed om niet te hoog in te zetten bij het toewijzen van hulpverlening. Daarbij is zorg op mbo
niveau wel schaars. Mocht de capaciteit daarvan bij uitvoerders niet toereikend zijn, dan mag het niet zo
zijn dat jeugdigen hiervan de dupe worden.
Onze reactie:
Onze ervaring is dat de zorg op MBO niveau goed beschikbaar is. Het ambulante team in het kernteam
kan hierin ook nog voorzien. De maatregel richt zich specifiek op aanbieders om upcoding te beperken.
Dat wil zeggen: een duurder product inzetten dan nodig voor de vraag van de inwoner. Of een product
met een langer looptijd dan nodig.
Uiteraard houden wij in de gaten dat de capaciteit bij de aanbieders toereikend is en dat de jeugdigen
hier niet de dupe van worden.
Maatregel 4: Minimaliseren overbruggingszorg
Uw advies:
De ASD vindt het goed dit na te streven. Er zit wel een risico aan vast dat de druk op mantelzorgers
toeneemt. Dat roept de vraag op of je zo het probleem niet verschuift. Daarnaast benoemt men vanuit
SkippyPepijn, de grootste kinderopvangorganisatie van onze gemeente, zorgen over de ontwikkeling van
de groep kinderen die op een wachtlijst komen te staan. Vanuit de kinderopvang wordt zo lang als
mogelijk gezocht naar manieren om kinderen met (zware) problematiek in de reguliere opvang te
houden. Maar deze kinderen hebben iets anders nodig dan de reguliere opvang kan bieden. Als de
opvang niet in het belang van het kind is of als het niet haalbaar is voor de groep, wordt deze gestopt.
Door de lange wachtlijsten worden ouders in zo’n geval gedwongen te stoppen met werken om hun
kind op te vangen en treedt vertraging op in de ontwikkeling van het kind. In dat geval is overbruggingszorg geen luxe maar een noodzaak. Daarbij wijzen we ook op het advies vanuit de regionale adviesraden over de regiovisie jeugdhulp Haaglanden, waarin geadviseerd wordt in geval van wachtlijsten passende ndersteuning te bieden aan jeugdigen en hun gezinnen. We roepen de gemeente op in actie te komen als de nood hoog is. In dit geval is maatwerk noodzakelijk. Als maatregel 4 wordt uitgevoerd, adviseert de ASD goed te monitoren wat het effect is op de wachttijden en op andere ongewenste effecten. Verder is het raadzaam te kijken welke mogelijkheden er zijn om in eerste instantie hulp te bieden zolang geen professionele hulp is gestart. Bijvoorbeeld zoals gebeurt met de wachtverzachter.
Onze reactie:
Wij zijn verheugd te horen dat de ASD de gedachtegang deelt om overbruggingszorg te minimaliseren.
Daarbij houden wij rekening met kinderen en ouders die zich in een kwetsbare situatie bevinden. Met
name de doelgroep die u noemt, die niet binnen de reguliere opvang meer terecht kunnen bij Skippy
Pepijn is zo’n doelgroep. Het gaat om hele jonge kinderen (0-4 jarigen), waar het langer dan 3 maanden
wachten op hulp regionaal wordt gezien als schadelijk wachten. Hier gaan we niet minimaliseren van
overbruggingshulp. Het inzetten van overbruggingshulp is hier, zoals u terecht aangeeft, noodzakelijk.
Bij het minimaliseren van overbruggingshulp richten we ons op Jeugd-GGZ.
Maatregel 6: Onderzoeken mogelijkheden voorkeursaanbieders en een maximum budgetplafond per
aanbieder.
Uw advies:
Hoewel de ASD zich in deze maatregel kan vinden, is er een klein risico dat minder keuzevrijheid leidt
tot gedwongen winkelnering. Ook is er een risico op onder prestatie. Hoe zorgt de gemeente dat de
negatieve prikkel uit blijft en dat het aanbod passend is en de kwaliteit goed blijft?
Onze reactie:
Deze maatregel richt zich op het prikkelen van de prestaties van aanbieders. Het gaat daarbij met name
om de resultaten voor de inwoners en de duur van de ondersteuning.
Wij voorzien geen beperking van aantal aanbieders.
Maatregel 8: Collectieve en context gerichte inzet op scholen.
Uw advies:
De insteek van deze maatregel is zeker goed. De ASD adviseert de gemeente te bewaken dat het
benodigde maatwerk geleverd wordt. En goed in beeld te brengen wat de gevaren zijn en welke
mogelijkheden er zijn om bij te sturen.
Onze reactie:
Bij de uitvoering van deze maatregel blijft de regie van het kernteam op alle inwoners/casuïstiek ons
uitgangspunt. Hiermee houden wij een goed beeld op de inzet van de meest passende zorg.
Maatregel 9: zorgwekkende verzuimers.
Uw advies:
Een prima maatregel. Wel adviseert de ASD om het perspectief van de betrokken leerlingen in het oog
te houden zodat ze wel een uitdagende invulling krijgen die past bij hun niveau.
Onze reactie:
De werkwijze bij zorgwekkende verzuimers is natuurlijk maatwerk, die volledig aansluit op de complexe
casuïstiek. De kern van deze maatregel, zit precies in het vinden van de juiste activiteiten om het
functioneren van deze leerlingen weer op gang te brengen.
Participatie
Algemeen
Uw advies:
Door een veranderende samenstelling van de bevolking is het belangrijk dat de gemeente blijft
investeren op het (terug) begeleiden van mensen naar de arbeidsmarkt.
Onze reactie:
Wij zullen blijven inzetten op het begeleiden van mensen naar de arbeidsmarkt.
Maatregel 2: ondertussengroep van statushouders.
Uw advies:
Goed dat er aandacht is voor deze groep die tussen wal en schip is geraakt. Wel ziet de ASD een risico in
de investering van 2 ton om 40.000 euro te besparen. Kijkend naar de geringe groepsgrootte en de
investering wordt hier wel een groot risico genomen voor een relatief geringe opbrengst die mogelijk
niet behaald wordt.
Onze reactie:
Vanuit maatschappelijk oogpunt besteden wij aandacht én investeren in een groep die, in sommige
gevallen, soms ook door bijzondere omstandigheden zoals het niet voldoende beheersen van de
Nederlandse taal, moeilijker tot duurzame participatie te brengen is. Deze groep willen wij in beweging
brengen en aan werk te helpen. Het alternatief is niets doen, waarbij deze groepafhankelijk blijft van
een uitkering en niet naar vermogen participeert. Wij anticiperen hierbij op het door uw genoemde
risico.
Maatregel 3: bijzondere bijstand-maatschappelijk verkeer.
Uw advies:
In lijn met het recente advies van de ASD om bijzondere bijstand te indexeren, adviseren we de
gemeente deze maatregel te schrappen. Het is niet in lijn met eerdere beleidsvoornemens om mensen
te stimuleren mee te doen. Als mensen niet mee kunnen doen in de maatschappij brengt dat uiteindelijk
maatschappelijke kosten met zich mee. Bovendien missen we een impactanalyse op basis waarvan een
weloverwogen besluit kan worden genomen.
Onze reactie:
Naar aanleiding van uw advies zullen wij deze maatregel schrappen.
Maatregel 4: Verlagen van individuele inkomenstoeslag.
Uw advies:
Deze toeslag is bedoeld voor inwoners die langdurig op een zeer laag inkomensniveau zitten. Met het
verlagen van de inkomenstoeslag is het risico groot dat mensen die ook negatieve effecten hebben van
andere maatregelen in financiële problemen komen, bijvoorbeeld op het moment dat ze voor
onvoorziene uitgaven komen te staan. Als de gemeente besluit over te gaan tot een benchmark dan
adviseert de ASD dit te doen met vergelijkbare gemeenten, zoals Lansingerland.
Onze reactie:
De nieuwe bedragen die wij binnen deze maatregel voorstellen komen niet alleen overeen meer in lijn
met de gemeente Den Haag en de gemeente Rotterdam, maar juist ook goed overeen met de hoogte
van de bedragen van de gemeente Lansingerland.
Een individuele inkomenstoeslag bedraagt op dit moment per kalenderjaar voor onze gemeente:
a. € 497,- voor een alleenstaande;
b. € 635,- voor een alleenstaande ouder;
c. € 707,- voor gehuwden.
Er wordt voorgesteld om de normbedragen met 100 euro te verlagen:
a. € 397,- voor een alleenstaande;
b. € 535,- voor een alleenstaande ouder;
c. € 607,- voor gehuwden.
Normbedragen van de gemeente Lansingerland:
a. € 402,- voor een alleenstaande;
b. € 510,- voor een alleenstaande ouder;
c. € 571,- voor gehuwden.
De ASD zullen wij goed op de hoogte houden van de voortgang van het interventieplan.
Wij gaan ervan uit u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.
Hoogachtend,
het college van Pijnacker-Nootdorp,
Annelies Kroeskamp
secretaris
Björn Lugthart
burgemeester
Aan het College van Burgemeester en
Wethouders Pijnacker-Nootdorp
Postbus 1
2640 AA Pijnacker
Pijnacker, 26 maart 2025
Betreft: advies van de Adviesraad Sociaal Domein inzake Interventieplan kostenbeheersing en
innovatie sociaal domein 2025 – 2028 gemeente Pijnacker-Nootdorp.
Geacht college,
Recent ontvingen wij uw verzoek om advies uit te brengen over bovengenoemd Interventieplan.
Tijdens de ASD vergadering van dinsdag 18 februari heeft Wijnand Kort ons geïnformeerd over dit
Interventieplan, gericht op het structureel beheersen van de stijgende kosten en het waarborgen van
de kwaliteit van de dienstverlening in het sociaal domein. Aan onze adviesraad is advies gevraagd over
het hele pakket aan maatregelen. Onderstaand vindt u ons advies dat tot stand is gekomen na
raadpleging van onze schil en we de voorgestelde maatregelen vooral getoetst hebben aan de effecten
voor de betrokken inwoners.
Algemeen
Als adviesraad hebben we begrip voor de keuze van de gemeente maatregelen te nemen om de kosten
verder te beheersen. Het voorliggende plan zien we over all als een helder en goed doordacht plan om
dit te realiseren. Daarbij is de titel van het plan ons inziens wat misleidend, daar het aspect van
innovatie niet echt naar voren komt. Het plan dat voorligt is naar ons idee een kostenbeheersingsplan.
Het uitgangspunt van geen nieuwe taken is zonder dekkende middelen een begrijpelijke, maar dit
brengt wel het gevaar met zich mee dat het college onvoldoende in kan spelen op maatschappelijke
veranderingen (of terug moet naar de raad als dit zich voor zou doen). In dat kader adviseren we dit
uitgangspunt onder voorbehoud van grote maatschappelijke ontwikkelingen op te nemen.
Wat betreft de maatregelen zien we er een aantal die, als daar niet goed op wordt gestuurd, negatieve
gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit van dienstverlening. In onderstaand advies per maatregel
geven we aan waar we vinden dat de gemeente zou moeten expliciteren op welke wijze gestuurd wordt
op behoud van kwaliteit. Daarbij is adequaat contract management belangrijk om als gemeente grip te
houden of daadwerkelijk die diensten worden geleverd die zijn afgesproken en die aansluiten bij de
behoefte van de inwoner.
Verder wordt opgemerkt dat de druk op mantelzorgers en vrijwilligers toeneemt, maar zien we in het
plan zelf geen maatregelen ter ondersteuning van deze groep inwoners. Ook zien we nog niet bij alle
maatregelen concrete oplossingen voor de genoemde risico’s en zijn de meeste maatregelen gericht
op situaties waarin al een zorgvraag bestaat. We adviseren de gemeente de maatregelen die genoemd
worden aan te vullen met preventieve maatregelen om het ontstaan van een zorgvraag te voorkomen
of uit te stellen.
Ten slotte willen we benadrukken dat het belangrijk is dat maatregelen proportioneel zijn. Daarbij is
het belangrijk oog te hebben voor kwetsbare inwoners die, al dan niet door het optellen van
maatregelen, onevenredig hard getroffen worden. Het is ons bekend dat de gemeente in al haar beleid
een hardheidsclausule hanteert. De ASD vraagt zich af of de kaders waarbinnen van de hardheidsclausule gebruik gemaakt kan worden helder zijn en of ambtenaren dit in de praktijk ook inzetten. Om willekeurige toepassing van de hardheidsclausule te voorkomen vragen we de gemeente expliciet in het plan op te nemen op welke wijze zij de meest kwetsbare inwoners gaat beschermen.
Advies per maatregel
Maatregelen WMO:
Maatregel 1: Budgetplafond hulp bij het huishouden in combinatie met wachtlijst
Dit is een maatregel die in strijd is met de wet. Dat lijkt ons onverstandig. Eventuele kosten
voortkomend uit rechtszaken kunnen hoog zijn en de gemeente positioneert zich hiermee als
onbetrouwbare overheidspartij. Daarom adviseren we deze maatregel niet in het plan op te
nemen.
- Maatregel 2: Inwoners actief waarschuwen voor het inkomensafhankelijke abonnement
Het is een goed idee mensen actief te waarschuwen. Wel is het belangrijk daarbij rekening te
houden met een toeloop van aanvragen zolang het inkomensafhankelijke abonnement nog
niet is doorgevoerd. De vraag is dan ook of dit uiteindelijk leidt tot besparing voor de gemeente. - Maatregel 3: Hulp bij huishouden slimmer inkopen
Hoewel de besparing beperkt is, is het zeker een goede maatregel om door te voeren. Hier zien
we wel een risico voor de meest kwetsbare inwoners die niet goed uitkomen met het
ingekochte aanbod. Hoe stuurt de gemeente op kwaliteit met een beperkt aantal aanbieders? - Maatregel 4: Werken met ambulant team volwassenen/Wmo
Het voordeel van een dergelijk team is helder. Het roept wel de vraag op hoe de gemeente de
onafhankelijkheid bewaakt. Ook in dit geval is het belangrijk te expliciteren hoe voldoende
ruimte voor onafhankelijke en kwalitatief goede dienstverlening wordt geborgd. - Maatregel 5: Krachtig Ouder Worden als voorliggende voorziening (powerfull ageing)
We adviseren de gemeente om juist voordat mensen een beroep doen op de Wmo in te zetten
op het stimuleren van krachtig ouder worden. Bijvoorbeeld door een campagne om mensen te
helpen zelf actief te blijven.
Als iemand vervolgens een beroep doet op de Wmo kan het aanbod om de zelfredzaamheid te
vergroten een goed aanbod zijn. Het zal echter niet voor alle doelgroepen werken. Bovendien
is de ASD van mening dat het altijd een vrije keuze moet zijn van het aanbod gebruik te maken
en dat het niet dwingend opgelegd mag worden. Het advies van de ASD is vooral bij gemeenten
te gaan kijken die hier al ervaring mee hebben, hoe zij het hebben ingericht en wat daar de
ervaringen zijn.
Met betrekking tot de beoordeling wijzen we op het belang dit neer te leggen bij een
onafhankelijke beoordelaar om een perverse prikkel te voorkomen.
In de omschrijving staat verder dat er in geval van een beweegaanbod geen individuele
maatregel wordt toegekend. Meer regie nemen over je eigen gezondheid en normaliseren past
bij het gemeentelijk beleid. Tegelijkertijd is de ASD kritisch over het niet toekennen van een
individuele maatregel. Het advies is dit aan te passen in het heroverwegen van een individuele
maatregel, passend bij wat de inwoner zelf (weer) kan.
Verder is er ingezet op een flink kostenbeheersingsdoel. We twijfelen of deze beoogde
bezuiniging met de maatregel behaald zal worden. - Maatregel 6: afspraken met woningcorporaties over (voorkomen van) woningaanpassingen.
Het lijkt ons goed om hier afspraken over te maken. Daarbij adviseren we de gemeente zoveel
mogelijk te voorkomen dat ouderen uit hun vertrouwde buurt weg moeten. Juist nu we
proberen meer ‘noaberschap’ ‘naar elkaar omzien’ in de wijken/buurten te realiseren, is het
belangrijk dat men in de oude, vertrouwde omgeving kan blijven. - Maatregel 7: Woningaanpassingen aanbesteden bij vaste aannemers
Dit kan voordelen opleveren. Wel is het belangrijk dat de prijs marktconform blijft. - Maatregel 8: Kostendekkende leges vragen voor een gehandicapten parkeerkaart
Een gehandicaptenparkeerkaart wordt vaak aangevraagd door inwoners die te maken hebben
met een stapeling van zorgkosten. De argumenten die destijds golden om een eigen bijdrage af
te schaffen, zijn ook vandaag de dag nog steeds van kracht. Mocht hier toch iets van een
bijdrage wenselijk zijn, dan is het advies deze bijdrage beperkt te houden. Bijvoorbeeld alleen
het bedrag van medische keuring door de inwoner te laten betalen. Door anders om te gaan met herhaal aanvragen en deze bij chronische of progressieve aandoeningen automatisch te verstrekken, zou nog op arbeidskosten bespaard kunnen worden. - Maatregel 9: Jongeren Perspektief Fonds
De ASD staat positief tegenover deze maatregel. Andere gemeenten, zoals Den Haag, hebben
dit ook en er zijn goede ervaringen mee.
Maatregelen Jeugd:
- Maatregel 1: Inzet Basis GGZ qua uren en inhoudelijk afkaderen
De ASD ziet hierin een juridisch risico omdat het vanuit een ander wettelijk kader speelt. Inhoudelijk is het een prima maatregel, maar het roept de vraag op of het juridisch voldoende is uitgezocht. - Maatregel 2: Inzet rond echtscheidingsproblematiek
Wij adviseren hier met klem ruimhartig om te gaan met toepassing van de hardheidsclausule
zodat ruimte is door te gaan waar dat nodig is. En alleen te betalen voor wat gebruikt wordt. - Maatregel 3: Sturen op minder inzet producten/zorg met WO en HBO jeugdzorg
Het is goed om niet te hoog in te zetten bij het toewijzen van hulpverlening. Daarbij is zorg op
mbo niveau wel schaars. Mocht de capaciteit daarvan bij uitvoerders niet toereikend zijn, dan
mag het niet zo zijn dat jeugdigen hiervan de dupe worden. - Maatregel 4: Minimaliseren overbruggingszorg
De ASD vindt het goed dit na te streven. Er zit wel een risico aan vast dat de druk op
mantelzorgers toeneemt. Dat roept de vraag op of je zo het probleem niet verschuift.
Daarnaast benoemt men vanuit SkippyPepijn, de grootste kinderopvangorganisatie van onze
gemeente, zorgen over de ontwikkeling van de groep kinderen die op een wachtlijst komen te
staan. Vanuit de kinderopvang wordt zo lang als mogelijk gezocht naar manieren om kinderen
met (zware) problematiek in de reguliere opvang te houden. Maar deze kinderen hebben iets
anders nodig dan de reguliere opvang kan bieden. Als de opvang niet in het belang van het kind
is of als het niet haalbaar is voor de groep, wordt deze gestopt. Door de lange wachtlijsten
worden ouders in zo’n geval gedwongen te stoppen met werken om hun kind op te vangen en
treedt vertraging op in de ontwikkeling van het kind. In dat geval is overbruggingszorg geen luxe
maar een noodzaak. Daarbij wijzen we ook op het advies vanuit de regionale adviesraden over
de regiovisie jeugdhulp Haaglanden, waarin geadviseerd wordt in geval van wachtlijsten
passende ondersteuning te bieden aan jeugdigen en hun gezinnen.
We roepen de gemeente op in actie te komen als de nood hoog is. In dit geval is maatwerk
noodzakelijk. Als maatregel 4 wordt uitgevoerd, adviseert de ASD goed te monitoren wat het
effect is op de wachttijden en op andere ongewenste effecten. Verder is het raadzaam te
kijken welke mogelijkheden er zijn om in eerste instantie hulp te bieden zolang geen
professionele hulp is gestart. Bijvoorbeeld zoals gebeurt met de wachtverzachter. - Maatregel 5: Jeugdhulp vanuit de regio ‘Gezamenlijk toezicht’
Dit lijkt ons een prima maatregel om door te voeren. - Maatregel 6: Onderzoeken mogelijkheden voorkeursaanbieders en een maximum
budgetplafond per aanbieder
Hoewel de ASD zich in deze maatregel kan vinden, is er een klein risico dat minder
keuzevrijheid leidt tot gedwongen winkelnering. Ook is er een risico op onder prestatie. Hoe
zorgt de gemeente dat de negatieve prikkel uit blijft en dat het aanbod passend is en de
kwaliteit goed blijft? - Maatregel 7: vergoeding specialistische BSO beperken tot kosten bovenop reguliere BSO
Dit lijkt ons een goede maatregel om door te voeren. - Maatregel 8: Collectieve en context gerichte inzet op scholen
De insteek van deze maatregel is zeker goed. De ASD adviseert de gemeente te bewaken dat
het benodigde maatwerk geleverd wordt. En goed in beeld te brengen wat de gevaren zijn en
welke mogelijkheden er zijn om bij te sturen. - Maatregel 9: zorgwekkende verzuimers
Een prima maatregel. Wel adviseert de ASD om het perspectief van de betrokken leerlingen in
het oog te houden zodat ze wel een uitdagende invulling krijgen die past bij hun niveau.
Maatregelen Participatie
- Algemeen
Door een veranderende samenstelling van de bevolking is het belangrijk dat de gemeente blijft investeren op het (terug) begeleiden van mensen naar de arbeidsmarkt. - Maatregel 1: Praktijkleren en praktijkervaring
De ASD vindt dit een positieve maatregel voor zowel gemeente als betrokkenen - Maatregel 2: ondertussengroep van statushouders
Goed dat er aandacht is voor deze groep die tussen wal en schip is geraakt. Wel ziet de ASD
een risico in de investering van 2 ton om 40.000 euro te besparen. Kijkend naar de geringe
groepsgrootte en de investering wordt hier wel een groot risico genomen voor een relatief
geringe opbrengst die mogelijk niet behaald wordt. - Maatregel 3: bijzondere bijstand-maatschappelijk verkeer
In lijn met het recente advies van de ASD om bijzondere bijstand te indexeren, adviseren we de
gemeente deze maatregel te schrappen. Het is niet in lijn met eerdere beleidsvoornemens om
mensen te stimuleren mee te doen. Als mensen niet mee kunnen doen in de maatschappij
brengt dat uiteindelijk maatschappelijke kosten met zich mee.
Bovendien missen we een impactanalyse op basis waarvan een weloverwogen besluit kan
worden genomen. - Maatregel 4: Verlagen van individuele inkomenstoeslag
Deze toeslag is bedoeld voor inwoners die langdurig op een zeer laag inkomensniveau zitten.
Met het verlagen van de inkomenstoeslag is het risico groot dat mensen die ook negatieve
effecten hebben van andere maatregelen in financiële problemen komen, bijvoorbeeld op het
moment dat ze voor onvoorziene uitgaven komen te staan.
Als de gemeente besluit over te gaan tot een benchmark dan adviseert de ASD dit te doen met
vergelijkbare gemeenten, zoals Lansingerland. - Maatregel 5: loonkostensubsidie en maatregel 6: onderzoeken plaatsingsbeleid voor sociale
huurwoningen
Dit lijken ons prima maatregelen om door te voeren.
Tot slot juichen we toe dat de gemeente de samenwerking zoekt met andere gemeenten. Naast het
onderlinge leereffect kan samenwerking schaalvoordeel opleveren en zorgt het voor een sterkere
onderhandelingspositie richting andere partijen, zoals leveranciers van diensten.
Met vriendelijke groet,
namens de Adviesraad Sociaal Domein Pijnacker-Nootdorp
Piet van Adrichem
voorzitter
c.c. Gemeente Pijnacker-Nootdorp, de heer W. Kort
Aan het College van Burgemeester en
Wethouders Pijnacker-Nootdorp
Postbus 1
2640 AA Pijnacker
Pijnacker, 4 december 2024
Betreft: aanvullende vragen beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Pijnacker-Nootdorp 2024.
Geacht college,
Op 27 juni bracht de ASD een advies uit over de beleidsregels bijzondere bijstand. Kort daarop ontvingen wij uw reactie, brief nr. 11373524. Die reactie hebben wij besproken en dat heeft geleid tot deze brief, waarin we nogmaals uw aandacht vragen voor ons advies ten aanzien van artikel 16 in de beleidsregels: Kosten van deelname aan het maatschappelijk verkeer.
De Adviesraad heeft daarover in het advies van 27 juni het volgende opgemerkt en geadviseerd:
Artikel 16. Kosten van deelname aan het maatschappelijk verkeer
Het verbaast de ASD dat bij deze update van de beleidsregels de bijdrage voor deelname aan het maatschappelijk verkeer niet is verhoogd en zelfs niet is geïndexeerd. Waar in het beleid binnen het sociaal domein juist wordt ingezet op ‘meedoen’, levert een bedrag van deze omvang daar in ieder geval geen bijdrage aan. De opsomming van mogelijkheden suggereert veel, zeker met de toevoeging ‘onder andere’ maar de aanvrager kan in veel gevallen niet eens één keuze uit de bijdrage betalen. Ter illustratie: De contributie van een sportvereniging voor een volwassene bedraagt meer dan
€ 300,00, een abonnement op een krant € 400,00. Samengevat, wanneer iemand wil sporten, een krant lezen en ook nog lid is van bijvoorbeeld een koor of andere vereniging, dan is de bijdrage van maximaal € 150,00 niet echt de stimulans om dat mogelijk te maken. Natuurlijk bestaat ook de mogelijkheid voor volwassenen met een inkomen tot 130 % van het sociaal minimum om een bijdrage aan te vragen uit het Volwassenenfonds Sport en Cultuur, maar dat kent wel de beperking dat alleen voor sport óf cultuur kan worden gekozen.
De ASD adviseert u om in artikel 16 de bijdrage tenminste te indexeren en, als u echt deelname aan het maatschappelijk verkeer wilt stimuleren, de bijdrage te verhogen.
In reactie daarop ontvingen wij van uw College het volgende antwoord:
Artikel 16. Kosten van deelname aan het maatschappelijk verkeer
Het klopt dat de bijdrage voor de deelname aan het maatschappelijk verkeer niet is geïndexeerd. Wel is er, zoals u zelf ook al noemt, in 2023 een mogelijkheid bijgekomen om een vergoeding voor maatschappelijke activiteiten aan te vragen: het Volwassenenfonds Sport & adres Oranjeplein 1, 2641 EZ Pijnacker post Postbus 1, 2640 AA Pijnacker telefoon 14 015 e-mail info@pijnacker-nootdorp.nl internet www.pijnacker-nootdorp.nl pagina 2/3 Cultuur. Het budget bijzondere bijstand is helaas niet toereikend om daarnaast ook nog de bijdrage voor deelname aan het maatschappelijk verkeer te verhogen. We willen verder benadrukken dat deze regeling bedoeld is als bijdrage in de kosten en niet als volledige vergoeding. We nemen daarom uw advies niet over om de bijdrage te indexeren.
Dit antwoord heeft ons verbaasd. Eerlijk gezegd verwachtten we een positieve reactie.
Met name de argumentatie vonden we teleurstellend. In feite werd niet inhoudelijk ingegaan op onze argumenten, maar bleef de onderbouwing beperkt tot de opmerking dat het budget bijzondere bijstand niet toereikend is om de bijdrage te verhogen.
Wij begrijpen dat budget nodig is om extra financiële ondersteuning mogelijk te maken en kunnen ons voorstellen, dat u om die redenen afziet van het advies om de bijdrage echt te verhogen. Maar afzien van indexering, als het beleid gericht op ‘meedoen’ niet gewijzigd is en er heel breed sprake is van forse prijsverhogingen in de voorbije jaren, dat kunnen we niet begrijpen.
U verwijst in uw antwoord ook naar het Volwassenenfonds Sport en Cultuur. In het jaarverslag Participatie 2023 lazen we dat daar in 2023 door 36 personen een beroep op is gedaan. In onze ogen een beperkte groep, ook als we in aanmerking nemen dat dit het eerste jaar van deze regeling betreft.
Het totaal overziend roept dat bij ons de volgende vragen op:
- De ASD is benieuwd hoeveel cliënten een beroep doen op de financiële ondersteuning voor deelname aan het maatschappelijk verkeer vallend onder de bijzondere bijstand?
- Is bekend voor welke activiteiten, abonnementen e.d. de aanvragen worden gedaan?
- Is er sprake van terugkoppeling over de besteding en is bekend hoe de bijdrage wordt gewaardeerd door de cliënten?
- Is er sprake van een toe- of afname van het aantal aanvragende cliënten?
- Welk bedrag is door de gemeente in 2023 in totaal toegekend voor aanvragen deelname aan het maatschappelijk verkeer?
- Kunt u onderbouwen in hoeverre indexeren van dit bedrag niet mogelijk is binnen het beschikbare budget bijzondere bijstand?
De antwoorden op deze vragen zijn voor ons van belang om te kunnen bepalen of we hier toch ook nog aandacht voor willen vragen bij de gemeenteraad.
Als er veel gebruik gemaakt wordt van de regeling, is het in onze ogen belangrijk dat de regeling aantrekkelijk blijft en ‘meedoen’ blijvend wordt gestimuleerd.
Met vriendelijke groet,
namens de Adviesraad Sociaal Domein Pijnacker-Nootdorp
Piet van Adrichem
voorzitter
c.c. Gemeente Pijnacker-Nootdorp, mevrouw L. Hoogen Stoevenbeld
Aan het College van Burgemeester en
Wethouders Pijnacker-Nootdorp
Postbus 1
2640 AA Pijnacker
Pijnacker, 6 november 2024
Betreft: Advies van de Adviesraad Sociaal Domein inzake het opstellen van een Lokale Inclusie Agenda (LIA) voor de gemeente Pijnacker-Nootdorp
Geacht college,
Onlangs kregen wij het verzoek advies uit te brengen voor het opstellen van een Lokale Inclusie Agenda (LIA) voor de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Tijdens onze studiedag op 23 oktober jl. hebben wij het onderwerp inclusie en diversiteit nader verkend en vervolgens onderstaand advies opgesteld.
Algemeen
Als adviesraad onderstrepen wij het belang van een inclusieve gemeente. Een inclusieve samenleving is essentieel voor de sociale cohesie en het welzijn van inwoners. Een LIA kan helpen om het bewustzijn van (onbedoelde) uitsluiting te vergroten en daarmee deelname van alle inwoners aan de samenleving te bevorderen. We juichen dan ook toe dat het college heeft besloten een LIA op te stellen om te streven in 2050 een inclusieve gemeente te zijn. Tegelijkertijd roept dit bij ons de vraag op wat de gemeente verstaat onder een inclusieve gemeente en wat zij hierin in 2050 bereikt hoopt te hebben.
Inclusie is een breed begrip waar veel thema’s onder vallen. Te denken valt aan fysieke en sociale toegankelijkheid, LHBTQI+ acceptatie, voldoende beantwoording van culturele diversiteit, bestrijden van discriminatie, etc. Om te komen tot een LIA is het belangrijk een visie te hebben op inclusie en te analyseren waar binnen onze gemeente de prioriteiten liggen. Daarnaast is inclusie geen statisch gegeven maar iets dat mee verandert met maatschappelijke ontwikkelingen en de bevolkingssamenstelling. Tot slot is inclusie niet absoluut maar betreft het interactie tussen mensen. Daarbij helpt het als inwoners zich gehoord en gezien voelen en zich kunnen identificeren met de gemeenteambtenaar die hen te woord staat.
Advies
Onze belangrijkste aandachtspunten bij het opstellen van een LIA zijn:
- Analyseren huidige situatie binnen de gemeente, stel vervolgens de prioriteiten;
- Zorgen voor een heldere visie op dit onderdeel van het lokale gezondheidsbeleid;
- Zorgen voor een inclusief (personeels)beleid;
- Meetbaarheid: stel indicatoren op en laat ze een vast onderdeel worden bij de bestuurlijke besluitvorming;
- Evalueer en stel bij;
- Maak gebruik van best practices en betrek stakeholders;
- Zorg voor geoormerkte (financiële) middelen.
Hieronder lichten we onze aandachtpunten toe:
- Analyseer de huidige situatie binnen onze gemeente en bepaal waar de prioriteit ligt.
Het is belangrijk zicht te hebben op waar de grootste uitdagingen liggen als het om inclusie binnen de gemeente gaat. Door met inwoners en belanghebbenden in gesprek te gaan kunnen de grootste knelpunten die inclusie belemmeren worden geïdentificeerd en worden opgenomen als startpunt voor de inclusie agenda. - Zorg voor een heldere visie op inclusie als onderdeel van het lokale gezondheidsbeleid.
Inclusie is een belangrijke factor in de gezondheid van inwoners. Om een doelgerichte inclusie agenda op te stellen die bijdraagt aan een gezonde samenleving, is het noodzakelijk te weten wat het uiteindelijke doel is waar aanpak en resultaten aan afgemeten kunnen worden. - Zorg voor een inclusief (personeels)beleid.
Goed voorbeeld doet goed volgen en het is belangrijk dat de inwoners zich herkennen in de medewerkers die bij de gemeente werken. Door als gemeente te zorgen voor een inclusief personeelsbeleid geef je het goede voorbeeld. Bovendien zorgt diversiteit binnen het personeelsbestand ervoor dat er vanuit verschillende invalshoeken naar beleid wordt gekeken, wat de inclusiviteit van beleid bevordert. - Stel indicatoren op om inclusie meetbaar te maken en zorg dat deze indicatoren een vast onderdeel worden bij bestuurlijke besluitvorming.
Inclusie komt tot stand in een continu en iteratief proces. Om te borgen dat er concrete stappen worden gezet is het noodzakelijk om een vaste brede werkwijze te creëren. Door beleid standaard te toetsen op inclusie-indicatoren bevorder je de bewustwording en breng je het belang van een inclusieve samenleving doorlopend onder de aandacht - Evalueer en stel bij.
De samenleving is dynamisch. Daarmee is het vraagstuk van inclusie een vraagstuk dat voortdurend verandert. Door een cyclische aanpak van prioritering, evaluatie en bijstelling zorg je voor een lerende organisatie en beweegt de inclusie agenda mee met de samenleving. Als ASD worden we graag vast onderdeel van deze cyclus. - Maak gebruik van best practices en betrek stakeholders.
De rol van de gemeente als het gaat om inclusie is het vormgeven van inclusief beleid en daarmee richting geven en vervolgens handhaven. Maar de gemeente staat niet alleen als het gaat om de uitdagingen voor een inclusief beleid en het nastreven van een inclusieve samenleving. Het is belangrijk om gebruik te maken van ervaringen van vergelijkbare gemeenten en om lokale organisaties te betrekken bij het opstellen en uitvoeren van inclusie bevorderende maatregelen.
Tot slot
We realiseren ons dat een goede aanpak om inclusie te bevorderen investeringen vraagt. Door continu te werken aan inclusie stimuleer je als gemeente dat inwoners mee kunnen doen aan de samenleving. Dit heeft naast een groot welzijns- en gezondheidseffect ook een kostenbesparend effect op andere beleidsterreinen, zoals sociale zekerheid en veiligheid. Dit past ook bij het door de gemeente ingezette en lopende beleid omtrent positieve gezondheid, RIGA, Jeugdzorg, Wmo, schuldhulpverlening, opvang van vluchtelingen en andere sociale vraagstukken waar de gemeente beleid voor maakt. Belangrijk is te zorgen dat aansluitend bij het lopende beleid geoormerkte middelen worden vrijgemaakt voor inclusie, zodat inclusie een blijvend onderdeel kan worden van het Lokale Gezondheidsbeleid.
Met vriendelijke groet,
namens de Adviesraad Sociaal Domein Pijnacker-Nootdorp
Piet van Adrichem, voorzitter
Oudere verslagen, adviezen en reacties
Oudere verslagen, adviezen en reacties vindt u onder Politiek en Organisatie > Adviescommissies op de archiefwebsite.
