Spring naar content

Geveltuintje aanleggen

Een geveltuin is een strook planten tegen de gevel van een woning. Geveltuintjes zie je in straten waar de huizen geen voortuin hebben. Op die manier kunt u een bijdrage leveren aan de uitstraling en leefbaarheid in uw straat.

De meeste geveltuintjes liggen op gemeentegrond, maar bewoners mogen deze smalle strookjes wel als geveltuin gebruiken. U mag de tuintjes ongeveer een stoeptegel breed (30 cm) maken. Op de stoep moet voldoende ruimte overblijven voor voetgangers, kinderwagens en rolstoelen.

  • Het zand dat u uitgraaft, vervangt u door zwarte tuinaarde. U mag een geveltuin ook verhoogd aanleggen in een smalle plantenbak.
  • Vrijkomende stoeptegels kunnen gebruikt worden als kantopsluiting voor de verharding of als verhoogde rand.
  • Afgegraven zand moet verwijderd worden door de aanlegger van de geveltuin/boomspiegel.
  • Straatnaamborden moeten zichtbaar blijven.
  • Geveltuinen en boomspiegels mogen niet leiden tot gevaarlijke situaties of overlast.
  • Bij werkzaamheden aan kabels, leidingen of stoep in de buurt van uw geveltuin/boomspiegel draagt de gemeente geen verantwoordelijkheid voor beschadigingen.

  • Denk aan het openhouden van uw ventilatieroosters.
  • Snoei overhangende takken om overlast te voorkomen.
  • Let bij de aanschaf van planten op of uw geveltuin in de zon of in de (half)schaduw ligt.
  • Langs een gevel blijft het vrij droog. Geef de planten daarom regelmatig water.
  • Bemest uw geveltuin/boomspiegel af en toe met natuurlijke mest en haal dode bladeren van de takken. Dit  bevordert de groei.
  • Snoei bessenstruiken in de winter of in het vroege voorjaar, nadat de vogels de bessen hebben opgegeten en voordat zij gaan broeden (half maart).
  • Vogels houden van dichte struiken en (nuttige) insecten overwinteren tussen dode blaadjes en takken.

Als u zich aan de spelregels houdt, kunt u zonder toestemming van de gemeente een geveltuintje aanleggen.