Terug naar de vorige pagina

Besluit hogere grenswaarden 2e partiële herziening Keijzershof 2018

Het college heeft besloten om op grond van de Wet geluidhinder hogere grenswaarden voor weg- en railverkeerslawaai vast te stellen. Het besluit houdt verband met de vaststelling van het bestemmingsplan ‘2e partiële herziening Keijzershof 2018’ voor het woongebied dat tussen Metrolijn E (RandstadRail), de Klapwijkseweg en de Hofpleintunnel – beter bekend als het ontwikkelgebied ‘Centrumlijn Noord’ – mogelijk wordt gemaakt.

Uit akoestisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse van de toekomstige woningen overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder te verwachten zijn vanwege de Hofpleintunnel, de Klapwijkseweg en de RandstadRail. De maximale toelaatbare grenswaarde wordt niet overschreden. De Wet geluidhinder biedt de mogelijkheid om onder voorwaarden een hogere grenswaarde vast te stellen.  Op basis van het akoestisch rapport is het college van mening dat de gecumuleerde geluidsbelasting niet onaanvaardbaar hoog is. Bron- en overdrachtsmaatregelen stuiten op overwegende bezwaren van financiële, stedenbouwkundige en verkeerskundige aard. Bij de aanvragen voor omgevingsvergunningen voor de woningen, waarvoor een hogere grenswaarde wordt vastgesteld, zal d.m.v. een bouwakoestisch onderzoek, in opdracht van de bouwer moeten worden aangetoond dat de beoogde opbouw van de buitengevel voldoende is om een binnenwaarde van 33 dB te garanderen.

Wilt u het besluit bekijken?

Het besluit ligt vanaf 18 augustus tot 29 september 2022 ter inzage.

Wilt u reageren?

Tijdens de inzagetermijn kan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep worden ingesteld door: belanghebbenden die bezwaar hebben ingediend tegen het desbetreffende ontwerpbesluit en belanghebbenden aan wie redelijkerwijs niet verweten kan worden geen zienswijzen te hebben ingebracht tegen het desbetreffende ontwerpbesluit.

Het beroepschrift moet worden ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Wij wijzen erop dat zowel voor het instellen van beroep als voor het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening griffierechten verschuldigd zijn.

Het besluit wordt van kracht na afloop van de beroepstermijn, tenzij gedurende die termijn naast een beroepschrift een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend. Een dergelijk verzoek moet worden ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een besluit wordt in dit geval niet van kracht voordat op het verzoek is beslist.