Sluiten
  1. stuur door
  2. bedankt
stuur door

Teamwork rond sport in de samenleving

De stichting ‘ADO Den Haag in de maatschappij’, de stichting Jeugd en Jongerenwerk Midden Holland en de gemeente Pijnacker-Nootdorp ondertekenden op maandag 7 juli een samenwerkingsovereenkomst.

Dik Hooimeijer, Desi Beans en Peter van Haagenondertekenden de samenwerkingsovereenkomst in het Kyocera Stadion

Bijna in de goal op het ADO-veld stonden ze: bestuurslid Dik Hooimeijer van ADO Den Haag, sportwethouder Peter van Haagen en Desi Beans, manager van het jeugd- en jongerenwerk in onze regio. De drie plaatsten in het Kyocera Stadion hun handtekening onder een overeenkomst voor de duur van een jaar. Ook wethouder Jeugd José van Egmond woonde de ondertekening bij.

Op de foto: Dik Hooimeijer, Desi Beans en Peter van Haagen ondertekenden de samenwerkingsovereenkomst in het Kyocera Stadion

Jongeren en sport

“Sport en bewegen is belangrijk, zeker ook voor onze jongere inwoners,” aldus wethouder Van Haagen. “Sporten is sowieso gezond, maar het doet meer. Sport laat jongeren hun talenten benutten en leert ze samen te werken in een team. We weten dat sport bijdraagt aan zelfvertrouwen, doorzettingsvermogen en sociale vaardigheden van jongeren. De samenwerking met de stichting ADO Den Haag in de maatschappij helpt ons om daar verder vorm aan te geven.”

Jeugd- en jongerenwerk

Desi Beans: “We zijn blij met deze samenwerking, die prima past binnen de activiteiten die het jeugd- en jongerenwerk al uitvoert in Pijnacker-Nootdorp. Het jeugd en jongerenwerk werkt al als netwerkorganisatie lokaal met jongeren. De samenwerking versterkt dat. Zo kunnen we nu bijvoorbeeld het project ‘De Held’ ook in onze gemeente inzetten. Spelers en trainers van ADO Den Haag bezoeken dan scholen, samen met het Driemensschap (politie, jeugd en jongerenwerk en wijkmanager). Met de leerlingen van groep 7 praten ze over pesten, discriminatie, zinloos geweld en homoacceptatie. De voetballers van ADO Den Haag vervullen een belangrijke voorbeeldrol voor de jongens en meisjes in de klas.”