Sluiten
  1. stuur door
  2. bedankt
stuur door

Geschiedenis gemeente in Zuid Holland

Het zuidwesten van Zuid-Holland is duizenden jaren sterk beïnvloed door het proces van zeespiegelstijging en -daling.

Plat glas aan de Delftsestraatweg Plat glas aan de Delftsestraatweg

In tijden van zeespiegelstijging ontstaan diepe zeegeulen in het Hollandse land, terwijl in tijden van zeespiegeldaling een brakke binnenzee ontstaat. Dit ontwikkelt zich al gauw tot moeras met dikke veenpakketten. Dit proces van stijging en daling van de zeespiegel herhaalt zich meerdere malen. Daarbij ontstaat nieuw land, of wordt oud land weggeslagen of bedekt. Dit proces stopt met de komst van de huidige hoge duinenrij in de 12e eeuw.

Eerste ontginningen

Hoewel al ver voor het begin van de jaartelling sporen van bewoning in het gebied zijn gevonden, ontstaat meer permanente bewoning in Pijnacker-Nootdorp en omgeving vanaf de 10e eeuw. Met het hoger worden van de strandwallen en het ontstaan van de Maasmonding bij Hoek van Holland verbetert de waterhuishouding van de aanvankelijk weinig uitnodigende metersdikke veenkussens. In eerste instantie wordt dit veengebied vanaf de strandwallen ontgonnen, later ook vanaf veenriviertjes als de Schie en de Leede, en vanaf de klei- en kreekruggen.

De ontginning wordt georganiseerd vanuit hoven, zoals het Hof te Delft en het Koningshof te Pijnacker. In deze begintijd leiden zeespiegelstijging, het getij en de rivierstanden nog geregeld tot overstromingen, waartegen de eerste bewoners zich met terpen beschermen. Met de aanleg van de Maasdijk en het graven van de Delftsche Schie verbetert de afwatering en kan grootschalige ontginning plaatsvinden.

Het veengebied wordt ontwaterd, hierdoor vindt inklinking plaats en dit leidt tot bodemdaling. De kleiplateaus en de kreekruggen, met daarop de bebouwing, komen hierdoor hoger te liggen dan de veengebieden. Door de bodemdaling verslechtert ook de waterhuishouding. In de 15e eeuw worden nieuwe vaarten gegraven, zoals de Pijnackerse Vaart, die de afwateringsfunctie van de veenriviertjes overnemen.

Droogmakerijen

Al in de middeleeuwen is duidelijk dat gedroogd veen als turf een prima brandstof is. Daarom wordt veel veen afgegraven. Ook in het gebied rondom Pijnacker-Nootdorp, waardoor de veenkussens snel slinken. Als in de 16e eeuw de grondwaterspiegel wordt bereikt, gaat men over op het baggeren van veen. De uitgebaggerde kanalen groeien in de 18e eeuw door stormen echter al snel uit tot (wat kleinere) plassen rondom Pijnacker-Nootdorp.

De plassen zorgen voor grondverlies en voortdurend overstromingsgevaar. Vanaf de 17e tot in de 19e eeuw wordt hard gewerkt aan het droogmalen van de veenplassen, met als resultaat een droogmakerij. Enkele molengangen zijn nog te herkennen, zoals de Tweemolentjesvaart en de Bieslandse Molensloot.

Industrialisering

Aan het begin van de 20e eeuw krijgt de industrialisering en de daarmee gepaard gaande verstedelijking ook grip op het gebied. De uit het Westland komende tuinbouw vindt ook in Pijnacker en Nootdorp een gunstige locatie tussen de steden Den Haag, Delft en Rotterdam. De aanwezige waterwegen zorgen daarbij voor een goede aan- en afvoer van producten. Vanaf dat moment zal het glas, eerst in de vorm van ‘plat glas’ en later in de vorm van kassen, de gemeente ‘veroveren’.

Tegelijk vinden aan het einde van de 19e eeuw ook infrastructurele verbeteringen plaats. Wegen worden voor het eerst bestraat en in 1908 is de Hofpleinspoorlijn gereed. Dit vormt een belangrijke impuls voor de ontwikkeling van het gebied. De tuinbouw profiteert van het vervoer per spoor en na de Tweede Wereldoorlog ook van de ligging nabij de A12 en de A13. Deze goede bereikbaarheid heeft er vanaf de jaren vijftig toe geleid dat meer mensen vanuit de omliggende grote steden kiezen voor Pijnacker en Nootdorp als woongemeenten.

Fusie

De gemeente Pijnacker-Nootdorp bestaat vanaf 1 januari 2002 en vloeit voort uit een fusie van de voormalige gemeenten Pijnacker en Nootdorp.