Werk en Inkomen

Samenwonen

Als u gaat samenwonen (een gezamenlijke huishouding gaat voeren) heeft dit consequenties voor uw uitkering. Uw bijstandsconsulent kan u hierover verder inlichten.

Gezin

Een gezin bent u als u samen met uw partner, kinderen en/of (een van) uw ouders in één huis woont. Het maakt niet uit hoe oud uw kinderen zijn. En het maakt ook niet uit met hoeveel kinderen of ouders u in uw huis woont. U kunt een gezin vormen met:

  • uw partner
  • uw kind(eren), minderjarig of meerderjarig
  • de meerderjarige partner(s) van uw meerderjarige kind(eren)
  • uw vader en/of moeder

U moet samen de bijstandsuitkering aanvragen. Inkomsten van alle gezinsleden tellen mee voor de bijstandsuitkering.

Wie krijgt een uitkering voor een gezin?

Als gezin vraagt u een bijstandsuitkering voor een gezin aan: een gezinsuitkering. U kunt ook recht hebben op een gezinsuitkering als u geen gezin vormt, maar met iemand een gezamenlijke huishouding voert. U voert een gezamenlijke huishouding als u met een ander in dezelfde woning woont en voor elkaar zorgt. U kunt met uw broer, zus, grootmoeder, neef of een vriend of vriendin een gezamenlijke huishouding voeren. Een voorwaarde is dat u met maar één ander volwassen persoon samenleeft. Als er een derde volwassen persoon in uw huis woont dan krijgt die persoon – als dat nodig is – een aparte bijstandsuitkering, tenzij die persoon uw kind of uw vader of moeder is.

Wie tellen niet mee als gezinslid?

Voor de bijstand hoeven sommige familieleden vanaf 2012 niet als gezinslid te worden meegerekend. Hun inkomsten tellen dan ook niet mee voor de gezinsuitkering. Het gaat om:

  • een gezinslid dat zorgbehoevend is (en een geldige indicatie heeft voor 10 uur of meer zorg per week uit de AWBZ).
  • een thuiswonend kind van 18 jaar of ouder dat onderwijs volgt dat door de overheid is gefinancierd, of studiefinanciering (WSF) of een tegemoetkoming scholieren (WTOS) krijgt of kan krijgen. En dat in totaal minder dan € 1.059,49 per maand aan inkomsten heeft.
  • een thuiswonend voormalig pleegkind van 18 jaar of ouder.
  • huisgenoten die bij u een kamer of etage huren of waarmee u in een studentenhuis woont.