Verkeer

Vragen over verkeersregels

Welke verkeersregels gelden op rotondes?

Een rotonde is een reeks van kruispunten. De voorrangsregels zijn precies hetzelfde als op andere kruispunten. Als er geen voorrangsborden staan, dan gaat op al die kruispunten van de rotonde rechts gewoon voor links. Nu zijn er nog maar nauwelijks rotondes in Nederland, waar de voorrang niet door borden is geregeld. Vrijwel alle rotondes zijn zogenaamde voorrangsrotondes geworden waar bestuurders op de rotonde voorrang hebben.

De belangrijkste spelregels op rotondes zijn:

  • Matig uw snelheid.
    Een heel belangrijke regel. Omdat er allerlei kruisingen en wisselingen op een betrekkelijk klein gebied plaatsvinden, is het van belang dat u het overzicht blijft houden. Dat kan feitelijk alleen wanneer u de rotonde met een gematigde snelheid berijdt.
  • Zoek als fietser oogcontact met de kruisende automobilist.
    Neem nooit zomaar voorrang. Voorrang moet je krijgen. Door oogcontact te zoeken kun je vaststellen ’Ben ik wel gezien?’ en ’Krijg ik voorrang?’ 
  • Geef voor het oprijden van de rotonde voorrang aan al het verkeer op de rotonde. Wees altijd extra voorzichtig met fietsers ook buiten de bebouwde kom. Fietsers willen daar ook nog wel eens onterecht voorrang nemen. Fietsers kunnen in sommige gevallen dus ook uit twee richtingen komen.
  • Let op voorrang voor (brom) fietsers
    Geef als automobilist bij het verlaten van de rotonde voorrang aan (brom)fietsers en eventueel overstekende voetgangers als deze voorrang hebben. Houd er anders altijd rekening mee.

Rotonde en fietsers in Pijnacker-Nootdorp

bord fietsersoversteek twee richtingenHet fietsverkeer binnen de bebouwde kom van de gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft op de rotonde altijd voorrang. Op rotondes buiten de bebouwde kom is dit precies andersom. Deze voorrangsregeling is landelijk afgesproken, echter het staat iedere gemeente vrij om daarvan af te wijken. De gemeentes rondom Pijnacker-Nootdorp passen de landelijke afspraak toe. Binnen de bebouwde kom is het soms wel onduidelijk dat men fietsers uit twee richtingen kan verwachten op een rotonde. Dit wordt voor verkeer dat de rotonde nadert duidelijk gemaakt door een waarschuwingsbord voor fietsers met daaronder een pijl vanuit twee richtingen.

Wat zijn de regels voor richting aangeven bij rotondes?

Als u linksaf moet

  • Bij naderen en oprijden van de rotonde: richtingaanwijzer naar links
  • Op de rotonde: richtingaanwijzer uit
  • Een kwart voor het verlaten van de rotonde: richtingaanwijzer naar rechts.

Als u rechtuit moet

  • Géén richting aangeven bij naderen en oprijden van de rotonde.
  • Een kwart voor het verlaten van de rotonde: richtingaanwijzer naar rechts.

Als u rechtsaf moet

  • Bij nadering, oprijden en verlaten van de rotonde: richtingaanwijzer naar rechts.

Wat zijn de regels m.b.t. voorrang?

Wanneer u op een kruispunt binnen de bebouwde kom geen voorrangsborden aantreft, dan geldt de algemene verkeersregel: rechts gaat voor. Dit geldt ook voor fietsers. U heeft voorrang op het andere verkeer als dat met een van de onderstaande borden is aangegeven. Deze borden staan bij elke aansluiting of kruispunt waar de voorrangsregeling van toepassing is.

bord voorrangswegbord voorrangskruising

Hoe kan ik zien of ik voorrang moet verlenen?

U moet voorrang verlenen als u een van de volgende borden nadert:

voorrangsbord B6stopbord B7

Deze borden worden altijd ondersteund door haaientanden (bij het driehoeksbord B6) of een stopstreep (bij het stopbord B7).

Wanneer staan er geen voorrangsborden?

In een 30 km/u zone zult u (in principe) geen voorrangsbord aantreffen. Binnen 30 km/uur zones geldt ook de algemene regel dat alle verkeer van rechts voorrang heeft. Dat geldt dus ook voor fietsers. Deze hebben voorrang op auto’s als ze van rechts naderen.

Als een 30 km/uur zone aansluit op een weg waar 50 km/uur geldt moet u de regels voor het verlaten van een uitrit toepassen. U dient dus al het verkeer (ook voetgangers) voor te laten gaan.

Voorrang bij uitritten

Bestuurders die een uitrit verlaten of inrijden moeten al het overige verkeer laten voorgaan. De laatste jaren zijn steeds meer uitritten aangelegd bij ingangen van 30 km/u-zones, erven en parkeerterreinen. De uitritten zien er soms verschillend uit. In het verleden zijn al vele juridische uitspraken gedaan over de constructie van uitritten.

Een uitrit wordt gekenmerkt door:

  • een zichtbare beperkte bestemming (bijvoorbeeld de uitgang van een garagebox of benzinestation), of
  • een duidelijke uitritconstructie, die gekenmerkt wordt door:
        - een verhoogd, doorlopend trottoir langs de doorgaande weg
        - inritblokken aan beide zijden van de uitrit
        - afwezigheid van bochtbanden
        - verlaagde trottoirband met doorlopend trottoir
  • bij afwezigheid van een trottoir of de mogelijkheid om inritblokken te kunnen gebruiken kan ook een dikke witte doorgetrokken streep worden gebruikt ter aanduiding van een in-/uitrit.

Als de uitrit niet door zijn vormgeving herkenbaar is, worden er soms aanvullende borden geplaatst. Bijvoorbeeld: U verlaat een uitrit.

In alle gevallen blijft het advies om extra voorzichtig te zijn als u een soort in-/uitrit nadert. De ervaring is dat de uitvoering toch niet altijd geheel duidelijk is of goed wordt begrepen.

 Iedere weggebruiker heeft zijn eigen plaats op de weg. Heel algemeen gesproken moet elke bestuurder altijd rechts houden, twee fietsers mogen naast elkaar rijden. Als er drie fietsers naast elkaar rijden zijn ze alle drie strafbaar. Twee snorfietsers naast elkaar zijn allebei strafbaar.

Wat is de plaats op de weg van de verschillende weggebruikers?

  • Voetganger
    De plaats van de voetganger is op het trottoir of voetpad, bij het ontbreken daarvan het fietspad of fiets/bromfietspad en bij het ontbreken ook daarvan de berm of de kant van de rijbaan. Welke kant is niet bepaald. De linkerkant is meestal de veiligste. Vormen voetgangers een colonne, optocht of uitvaartstoet, dan mogen zij ook van de rijbaan gebruik maken.
  • (Snor)fietser
    De fietser en de snorfietser horen op het fietspad of fiets/bromfietspad thuis. Bij het ontbreken daarvan gaan ze naar de rijbaan. Fietsers en snorfietsers met uitgeschakelde snorfietsmotor mogen het onverplichte fietspad gebruiken. Fietsen, b.v. driewielers of fietsen met aanhangwagen, breder dan 75 cm, mogen op de rijbaan in plaats van op het fietspad of fiets/bromfietspad.
    Alleen fietsers, snorfietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen mogen een fietsstrook met een doorgetrokken streep gebruiken. Op een fietsstrook met een onderbroken streep mogen alle bestuurders rijden.
    Bromfietsers moeten naar het fiets/bromfietspad en bij het ontbreken daarvan naar de rijbaan.  Zijn ook deze breder dan 75 cm, dan mogen ze naar de rijbaan toe.
  • Gehandicaptenvoertuigen
    Bestuurders van gehandicaptenvoertuigen hebben een vrije keuze. Zij mogen geheel naar eigen keuze op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of rijbaan. Let wel: rijden zij op het trottoir of voetpad, dan gelden de voetgangersregels voor hen, - op andere plaatsen zijn zij gewoon bestuurder.
  • Ruiters
    Ruiters moeten op het ruiterpad of bij het ontbreken daarvan op de rijbaan.
  • Overige bestuurders
    Alle overige bestuurders moeten de rijbaan gebruiken, behalve voor het parkeren. Daarvoor mogen zij ook op andere weggedeeltes zoals de berm, maar niet op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad.

Inhalen

Inhalen in principe altijd links.

Wanneer is links inhalen niet toegestaan of niet verplicht?

  • bij die bestuurder die links richting aangeeft en links voorgesorteerd heeft (links inhalen verboden)
  • fietsers en snorfietsers, die andere voertuigen dan fietsen of snorfietsen inhalen. Zij mogen (niet verplicht) rechts inhalen
  • trams: die mogen zowel rechts als links ingehaald worden
  • files mogen rechts ingehaald worden
  • vlak vóór en op rotondes mag rechts ingehaald worden

In welke gevallen is het nog meer toegestaan om niet rechts te houden?

  • bij het voorsorteren (gebruik maken van voorsorteervakken)
  • bij het in twee files naast elkaar rijden (meer rijstroken) 
  • op rotondes (geldt alleen voor motorvoertuigen en voor bromfietsen op de rijbaan) 
  • bij een doorgetrokken streep op een éénrichtingsweg en geen onderbroken streep tussen bestuurder en doorgetrokken streep.

Wanneer is inhalen helemaal verboden?

Vlak voor of op een voetgangersoversteekplaats (zebrapad). Het doet er niet toe, welk voertuig. Zelfs een niet gemotoriseerde rolstoel mag op die plaats niet ingehaald worden.

Wat is de toegestane maximum snelheid?

De algemene snelheidsregel luidt: Iedere bestuurder moet altijd in staat zijn om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover die vrij is. Op een donkere buitenweg rijdt vóór u een fietser zonder licht. U rijdt met uw auto met dimlicht. U heeft dus slechts enkele tientallen meters zicht. U rijdt de fietser vóór u aan. U kon hem niet zien omdat uw licht niet ver genoeg reikte en omdat de fietser zonder licht reed. U reed dus zo snel, dat u uw auto niet tot stilstand kon brengen binnen de afstand waarover u de weg kon overzien en waarover die weg vrij was. Ook al kon u die fietser niet zien omdat hij zonder licht reed. De weg was niet vrij, ook al dacht u dat. U bent dus strafbaar. Om dezelfde reden kunt u strafbaar zijn als u op een donkere buitenweg met een snelheid van 80 km/u tegen een boom rijdt die dwars over de weg ligt.

Wat zijn de maximumsnelheden binnen de bebouwde kom?

  • voor motorvoertuigen 50 km per uur
  • voor bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor op het fietspad of het fiets/bromfietspad 30 km per uur
  • voor bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor op de rijbaan 45 km per uur
  • voor gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor, op het trottoir of het voetpad 6 km per uur

Wat zijn de maximumsnelheden buiten de bebouwde kom?

  • voor motorvoertuigen op autosnelwegen 120 km per uur, op autowegen 100 km per uur en op andere wegen 80 km per uur
  • voor bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor op het fietspad of het fiets/bromfietspad 40 km per uur
  • voor bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor op de rijbaan 45 km per uur
  • voor gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor, op het trottoir of het voetpad 6 km per uur

Voor enkele bijzondere voertuigen gelden aparte maximumsnelheden

  • 80 km/u voor vrachtauto’s, autobussen en motorvoertuigen met aanhangwagen (ook motorfiets met aanhangwagen, niet de motorfiets met zijspan; een zijspan is geen aanhangwagen) (binnen de bebouwde kom blijft de maximumsnelheid uiteraard 50 km/u)
  • 25 km/u voor landbouwtrekkers en andere motorvoertuigen met beperkte snelheid (zoals landbouwmachines, wegenbouwmachines enz. binnen en buiten bebouwde kom)
  • 45 km/u voor brommobielen (binnen en buiten bebouwde kom)
  • 25 km/u voor snorfietsen (eveneens binnen en buiten bebouwde kom) 

Uit het bovenstaande blijkt, dat de maximumsnelheid op een aantal plaatsen niet voor alle voertuigen gelijk is. Voor bijvoorbeeld fietsers binnen de bebouwde kom geldt geen snelheidsbeperking. De borden met maximumsnelheid 30, 50, 70 km/u etc. gelden echter wel voor alle bestuurders.
Op sommige wegen binnen de bebouwde kom geldt een maximumsnelheid van 70 km/u, maar dat is dan uitdrukkelijk aangegeven. Pas daarbij altijd uw snelheid aan, aan de plaatselijke omstandigheden.

Wat is ’parkeren’ en wanneer is dat verboden?

Onder parkeren wordt verstaan:
Het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen.

Enkele situaties waar het parkeren van uw auto verboden is:

  • bij een parkeerverbod
  • binnen een parkeerverbodzone
  • bij een stopverbod
  • bij een kruispunt op een afstand van minder dan vijf meter daarvan
  • voor een inrit of een uitrit
  • buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg
  • op een bepaalde parkeergelegenheid als uw voertuig niet behoort tot de op het bord aangegeven voertuigcategorie, op een andere wijze dan op het bord of onderbord is aangegeven, op dagen of uren waarop dit volgens het onderbord is verboden parkeerverbod E1

Hoe herken ik een parkeerverbod?

Een parkeerverbod wordt aangeduid met het bord E1. Een parkeerverbod geldt voor de zijde waar het bord is geplaatst. Dat betekent dat wanneer u bord E1 tegenkomt dit bord slechts geldt voor de zijde waar dat bord staat.

parkeerverbodszone E1ZbWat is een parkeerverbodszone?

Een parkeerverbodszone wordt aangeduid met het bord E1Zb. Wanneer u dit bord tegenkomt dat betekent dit dat u alleen mag parkeren op daartoe aangeduide parkeerplaatsen. U herkent deze door de letter P in de parkeervakken. Het bord E1Zb geldt voor beide zijden van de weg. Zolang u geen bord einde parkeerverbodzone bent tegengekomen, geldt er dus een parkeerverbod.

 

Wat is een stopverbod?

stopverbod E2Bij een stopverbod mag u niet parkeren of stilstaan. Dit wordt aangeduid met het bord E2.

U mag uw voertuig ook niet laten stilstaan:

  • op een kruispunt of een overweg
  • op een fietsstrook of op de rijbaan langs een fietsstrook
  • op een oversteekplaats of binnen een afstand van 5 meter daarvan
  • in een tunnel
  • langs een gele doorgetrokken streep
  • op de rijbaan langs een busstrook
  • bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering dan wel, indien deze markering ontbreekt, op een afstand van minder dan 12 meter van het bord (met uitzondering van het onmiddellijk laten in- en uitstappen van passagiers)

laden en lossenWat is laden en lossen?

Onder 'laden en lossen' verstaan we de tijd die nodig is om onmiddellijk spullen van enige omvang in of uit te laden. Dus niet om bijvoorbeeld ondertussen nog een bezoekje aan een café te brengen of nog even een kop koffie te drinken. Een specifieke laad- en losplaats wordt aangegeven met een bord met eventueel een onderbord met dagen en tijden waarop dit geldt.