Verkeer

Vragen over snelheid

Waarom geldt in de ene straat 30 km/u en in de andere 50 km/u?

Op erftoegangswegen (woonstraten) heeft het verkeer meestal zijn bestemming of herkomst. Daar krijgt het leef- en woonklimaat de eerste prioriteit en is de auto als het ware ’gast’. Het rijgedrag dient daarop te worden aangepast. Daarom geldt daar ook een lage maximum snelheid.

Ontsluitingswegen zijn bedoeld voor een vlotte en veilige afwikkeling van het verkeer waardoor er zo min mogelijk verkeer door de woonstraten zal rijden. Daarom geldt ook een hogere maximum snelheid dan op de erftoegangswegen.

naar boven

Kunnen niet alle straten worden opgenomen in de 30 km/u zone?

Nee, het is nu eenmaal noodzakelijk het verkeer af te wikkelen over die straten die daartoe het meest geschikt zijn. We proberen het verkeer zoveel mogelijk op de ontsluitingswegen te bundelen, zodat de woonstraten gespaard kunnen worden, waardoor het leefklimaat daar zo optimaal mogelijk wordt. De omvang van een 30 km/u gebied is ook belangrijk: hoe groter het gebied, hoe groter de kans dat er irritaties ontstaan bij de weggebruiker.

naar boven

Hoe herken ik een 30 km/u zone?

Een 30 km/u zone kunt u herkennen aan onderstaande borden:
Bord zone 30Bord einde zone 30
Het bord “zone 30” staat aan het begin van de zone ofwel het gebied waarvoor dit geldt en bord “einde zone 30” aan het einde van die zone.
Voor alle duidelijkheid: deze borden worden niet herhaald in elke straat. Zolang u het bord “einde zone 30” niet gepasseerd bent, rijdt u nog steeds in een 30 km/u zone, ook al bent u intussen meerdere straten doorgereden.

  • In een 30 km/u zone ontbreken in principe aparte fietsstroken of fietspaden. Dit hangt af van de hoeveelheid fietsers die van een bepaalde route gebruik maken en hoe belangrijk deze route voor deze fietsers is. U kunt hierbij denken aan bijvoorbeeld een belangrijke schoolroute.
  • In 30 km/u zones kunt u op regelmatige afstand snelheidsremmende voorzieningen aantreffen (asverspringingen, drempels en bochten). Hoewel het nooit mogelijk is om het gewenste gedrag volledig af te dwingen, zal in dat geval elk weldenkend mens beseffen dat hij/zij met aangepaste snelheid moet rijden.
  • De aansluiting van een 30 km/u zone op andere niet gelijkwaardige wegen, wordt bij voorkeur vormgegeven door middel van een uitritconstructie. Het is ook mogelijk om met behulp van markering, bijvoorbeeld het aanbrengen van de cijfers 30, de overgang aan te geven.

naar boven

Wat is het verschil tussen een straat in een 30 km/u zone en een (woon)erf?

Een 30 km/u zone en een erf behoren beide tot de zogenaamde erftoegangswegen. In beide gevallen is het woon- en leefklimaat belangrijker dan een vlotte doorstroming van het verkeer. Toch is er een belangrijk verschil.

In een erf gelden andere verkeersregels. De snelheidslimiet is "stapvoets", wat in de praktijk neerkomt op maximaal 15 km/u. Parkeren mag alleen in de door middel van een zogenaamde P-tegel aangegeven parkeervakken. Voetgangers mogen in een erf van de gehele wegbreedte gebruik maken. Het begin en einde van een erf wordt aangeduid met het blauwe “erfbord” respectievelijk het einde “erfbord”.

erfbordeinde erfbord

In een 30 km/u zone gelden de normale verkeersregels zoals deze ook op 50 km/u wegen gelden, met als enige uitzondering dat de maximumsnelheid op 30 km/u ligt. Een 30 km/u zone wordt aangeduid met het witte zonebord waarin het 30 km/u-bord is aangebracht. Zie "Hoe herken ik een 30 km/u zone?"

Het woonerf is een populaire inrichting uit de 70-er jaren maar tegenwoordig gaat de voorkeur uit naar de inrichting van een 30 km/u zone.

naar boven

Zijn er richtlijnen voor het aantal snelheidsremmers in 30 km/u zones?

Nee, hier zijn geen strikte richtlijnen voor. Het uitgangspunt van Duurzaam Veilig is dat de snelheidsremmers vooral op potentiële gevaarpunten geplaatst moeten worden. Bijvoorbeeld op kruispunten of oversteeklocaties. Als daarna de snelheid op de tussenliggende delen nog (veel) te hoog is, kunnen aanvullende snelheidsremmers worden aangebracht. Maar het is niet wenselijk een veelheid aan drempels en dergelijke aan te leggen. Het absoluut onmogelijk maken van het overtreden van de snelheidslimiet is niet realistisch. Een pragmatische insteek is daarom het uitgangspunt. Op termijn kunnen bijvoorbeeld bij herstratingsprogramma’s of vervanging van de riolering aanvullende maatregelen worden getroffen die met deze werken meeliften.

naar boven

Zijn er richtlijnen voor de vormgeving van verkeersdrempels?

Jazeker. De gemeente hanteert de “Richtlijn verkeersdrempels” van CROW bij het aanleggen en vormgeven van de verkeersremmende maatregelen die binnen de gemeente worden aangelegd. Hierin staan richtlijnen voor de vormgeving, de aanleg, de constructie en de toepassing van verkeersdrempels. Er wordt ook aandacht besteed aan trillingsgevolgen en geluidseffecten van verkeersdrempels en aan de gevolgen voor bijzondere voertuigen, zoals ambulance, brandweer, autobussen, landbouwverkeer, enzovoort.

Om schade aan aan voertuigen met geringe bodemvrijheid te voorkomen, worden verkeersdrempels tegenwoordig lager aangelegd, namelijk 8 cm. Drempels met deze lage hoogte zijn ontwikkeld voor passeersnelheden van 20, 30, 50 en 60 km/u. De aangepaste hoogte heeft geen invloed op het remmend effect omdat het op- en afrijdgedeelte van de drempel korter is.

naar boven

Is de wegbeheerder aansprakelijk voor de schade als gevolg van het passeren van een drempel of kruispuntplateau met meer dan de toegestane maximumsnelheid?

Nee. Het wegontwerp en de aangebrachte voorzieningen moeten voldoen aan de daaraan gestelde richtlijnen. Hierin worden ook de afwijkingen genoemd die een drempel mag hebben om nog als goed vormgegeven te worden aangewezen. Bij geschillen zal de rechter over het algemeen deze richtlijnen aanhouden.
Een goed vormgegeven drempel of andere maatregel die voldoet aan de richtlijnen zal aansprakelijkheid voor schade dus kunnen weerleggen.

Wettelijk is er geen minimale maat voor de bodemvrijheid van voertuigen. Het is de autofabrikanten vrij om dit te bepalen. Dit maakt dat de bezitter van bijvoorbeeld een old-timer of een sportwagen zelf verantwoordelijk is voor het kunnen gebruiken van het voertuig op de openbare weg.
De wegbeheerder heeft aan de andere kant de verantwoordelijkheid om de openbare weg veilig in te richten en voor de weggebruikers toegankelijk te houden. Aanleg van drempels, kruispuntplateaus, rotondes of asverspringingen mogen niet leiden tot het uitsluiten één of meerdere voertuigcategorieën, tenzij dit via een verkeersbesluit wordt onderbouwd. Het wegontwerp en de voorzieningen moeten wel passen in het snelheidsregime dat in die straat aanwezig is.

naar boven

bord J37 uit bijlage II van reglement verkeersregels en -tekens 1990Moet er een waarschuwingsbord bij een drempel of plateau?

In principe kunt u in 30 km/u zones een drempel of plateau verwachten. Als deze niet duidelijk zichtbaar is of niet met de geldende maximum snelheid kan worden bereden, zal de gemeente een waarschuwingsbord plaatsen.

naar boven

Ik woon in een straat waar een maximum snelheid geldt van 50 km/u. Waarom heeft de gemeente daar ook nog eens een voorrangsweg van gemaakt?

Voor een goede en vlotte verkeersafwikkeling is het noodzakelijk dat het verkeer op de gebiedsontsluitingswegen (50 km/u wegen) zoveel mogelijk voorrang krijgt. Dat is tevens van belang voor de duidelijkheid en veiligheid van het verkeer. In de 30 km/u zones is juist geen voorrangsregeling ingevoerd. Daar geldt in het algemeen dat alle verkeer van rechts voorrang heeft.

naar boven

In onze straat wordt veel te hard gereden, wat kan de gemeente daaraan doen?

Als de inrichting van de straat uitnodigt tot hard rijden, zullen we nagaan of er iets aan gedaan kan worden door middel van aanleg van snelheidsremmende voorzieningen. Houd er wel rekening mee dat de realisatie hiervan niet direct kan worden uitgevoerd. Veelal komen de wensen voor snelheidsremmende maatregelen op een lijst, waarna bekeken wordt of en wanneer deze maatregelen kunnen worden uitgevoerd.

Als het gaat om een duidelijk als zodanig ingerichte straat in een 30 km/u zone, adviseren we u om na te gaan of het iedere keer om dezelfde weggebruiker gaat.
Bij een bekende raden we u aan om vanuit de buurt die persoon daarop aan te spreken. Het is wel van belang dat op een goed moment te doen en u daarbij niet te laten leiden door emoties. Vraag begrip voor uw zorgen over de verkeersveiligheid, bijvoorbeeld van uw kinderen. Als betrokkene niet voor rede vatbaar is en zijn rijgedrag niet verandert, kunt u desnoods de wijkagent erbij inschakelen.
Als het gaat om een onbekende, adviseren we u het kenteken te noteren. De politie kan dan nagaan wie dat is. Eventueel kunnen de gemeente en/of politie snelheidsmetingen doen om het rijgedrag te controleren.

De gemeente kan ook zogenaamde snelheidsinformatiedisplay’s inzetten om bestuurders bewust te maken van hun snelheid. De inzet van deze display’s worden binnen de Gemeente Pijnacker-Nootdorp veelal geplaatst in overleg met de wijkmanagers.

naar boven